Europawet moet parlement beter informeren over wat ministers in Brussel uitspoken

De Eerste en Tweede Kamer weten vaak pas wat ministers in Brussel hebben besloten als het al te laat is om bij te sturen. De zogeheten Europawet moet daar verandering in brengen.

3 min. leestijd
Rob Jetten praat over de Europawet in de Eerste Kamer.
Premier Rob Jetten tijdens een debat in de Eerste Kamer. (Foto: Henriëtte Guest/Eerste Kamer)

Het debat in de Eerste Kamer van vorige week kreeg uit onverwachte hoek een Europees tintje. “Wij missen een Europawet waarin wordt geregeld hoe de Nederlandse regering zich opstelt in Europese onderhandelingen, met meer aandacht voor de ontwikkeling van Europese richtlijnen en verordeningen in het parlement”, zei BBB-senator Ilona Lagas. 

De BBB-senator wilde bijvoorbeeld weten of de Nederlandse deelname aan handelsverdragen, waarover de Europese Commissie onderhandelt, “wel regelmatig wordt geëvalueerd”. Lagas stelde bovendien dat het parlement hierover onvoldoende wordt geïnformeerd.  

Premier Rob Jetten erkende in datzelfde debat het belang van betere informatievoorziening. Hij benadrukte dat het kabinet al werkt aan het wettelijk vastleggen van afspraken over de informatievoorziening vóór en na Europese overleggen. Daarmee moet de controlerende rol van het parlement worden versterkt. “Zodat u goed kunt controleren wat ik en andere ministers in Europa uitspoken.” Volgens Jetten moet in de loop van 2026 duidelijk worden hoe deze wet er precies uit komt te zien.

Groeiende invloed EU

De zogeheten Europawet, officieel het wetsvoorstel EU-informatievoorziening Staten-Generaal, moet een einde maken aan de huidige versnipperde manier waarop het parlement wordt geïnformeerd. Op dit moment gebeurt dat via een combinatie van moties, toezeggingen en informele afspraken tussen kabinet en Kamer. Dat systeem werkt volgens sommigen te willekeurig en zou onvoldoende houvast bieden voor structurele controle.

Met de nieuwe wet wil het kabinet de informatievoorziening formaliseren en transparanter maken. De wet moet vastleggen wanneer en hoe het kabinet de Kamer informeert over Europese onderhandelingen en besluiten. Ook is het de bedoeling dat de minister van Buitenlandse Zaken jaarlijks rapporteert over de staat van de EU-informatievoorziening, zodat het parlement beter kan volgen hoe Nederland opereert binnen de Europese Unie.

Grotere rol

De aanleiding voor de wet ligt in de groeiende invloed van Europa op het dagelijks leven van burgers. Het ministerie van Buitenlandse Zaken constateerde in 2023 dat steeds meer beleidsterreinen op Europees niveau worden bepaald, variërend van klimaat en digitalisering tot migratie en de interne markt. Daarmee verschuift een belangrijk deel van de besluitvorming naar Brussel, terwijl nationale parlementen verantwoordelijk blijven voor de controle op hun regeringen.

Dat zorgt voor een spanningsveld. Besluiten worden vaak genomen in complexe Europese onderhandelingen, waarbij nationale parlementen pas laat of beperkt inzicht hebben in de inzet van hun regering. Instrumenten zoals de zogenoemde BNC-fiches bieden enige houvast. Hierin licht het kabinet zijn standpunten toe over nieuwe voorstellen van de Europese Commissie. Deze fiches zijn echter niet wettelijk verankerd en komen niet altijd op tijd voor het parlement om daadwerkelijk invloed uit te oefenen.

Dit artikel verscheen eerder in de Nieuwsbrief Democratie en Rechtsorde. Daarin praat Alistair Keepe je elke twee weken bij met verdiepende verhalen, interviews en nieuws rechtstreeks uit Brussel.