Column Post uit Brussel | Uitvoeringspact migratie

Komende week horen Kamerleden, experts en betrokkenen van onder meer het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) en de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND) over de enorme consequenties van het Europese Asiel en Migratiepact voor Nederland. Dat Europese migratiepact gaat op 12 juni in werking. Ondertussen wordt in Brussel alweer aan nieuwe wetgeving gewerkt, schrijft columnist Mendeltje van Keulen.

4 min. leestijd

Voor deze gesprekken over wat het Europese migratiepact voor Nederland gaat betekenen kan beter de plenaire vergaderzaal van de Tweede Kamer worden geboekt – tenminste: als alle partijen zouden willen meeluisteren, die dit migratiepact in hun verkiezingscampagnes als cruciaal bestempelden.

In 2024 is in Brussel het zogeheten ‘Asiel- en migratiepact’ vastgesteld. Bedoeld voor het versterken van de buitengrenzen, het invoeren van effectievere asielprocedures met kortere behandeltermijnen en het invoeren van een solidariteitsmechanisme. En – niet onbelangrijk – een evenwichtige verdeling van de verantwoordelijkheid van de lidstaten van de Europese Unie voor het opnemen van asielzoekers. Het Europese migratiepact is door de 27 lidstaten, waaronder Nederland, in de Raad en het Europees Parlement uitonderhandeld in de vorm van negen verordeningen en een richtlijn.

Nationale kop erop

Op het migratiepact kwamen veel bezwaren, bijvoorbeeld over het ontbreken van een eerlijk verdeel-systeem, het zogenaamde ‘solidariteitsmechanisme’, omdat sommige landen meer migratiedruk hebben dan andere. Het gaat om 30.000 vluchtelingen– voor Nederland betekent dat ongeveer 1.800 mensen opnemen. De lidstaten kunnen het overnemen van elkaar ‘afkopen’ – met geld, of het bieden van ‘materiële steun’ bij opvang of grensbewaking. De overgrote meerderheid van de lidstaten (waaronder Nederland) heeft al aangegeven dat ze geen vluchtelingen wil overnemen van grenslanden onder ‘migratiedruk’. De zuidelijke en oostelijke lidstaten voelen daardoor geen verantwoordelijkheid voor verbeteringen. Waardoor asielzoekers door reizen naar landen waar ze wel bescherming hopen te vinden. Vluchtelingenwerk zal volgende week ook bij het rondetafel gesprek zijn, waar tien Kamerleden zich voor inschreven.

Als een EU-wet eenmaal is vastgesteld, is dat soms direct nationaal recht. Maar vaak moet er nog worden vertaald in nationale wetgeving, bijvoorbeeld de Vreemdelingenwet. Politici zeggen vaak dat die vertaalslag moet worden gemaakt zonder ‘nationale koppen’. Dus geen extra regels bovenop de Europese. Dat deed de regering Schoof  in deze wet juist wel, met de voorgestelde invoering van het tweestatusstelsel, het verkorten van de geldigheidsduur van de verblijfstitel en het afschaffen van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. De Adviesraad Migratie en ook de Raad van State pleiten daartegen.

Gemeenten aan de lat

Onduidelijk voor het COA en de IND is hoe het Europese migratiepact, dat in juni ingaat, nou precies in de praktijk  moet gaat werken. De IND maakte er een speciale folder over en geeft dinsdag een briefing aan vier Kamerleden. Ook gemeenten krijgen te maken met strengere opvangnormen, nieuwe IT-systemen voor asielprocedures en verplichtingen op het gebied van crisisvoorbereiding en integratie. En er zijn nieuwe subsidiemogelijkheden via Europese fondsen; maar daar moet je eerst maar eens induiken op het stad- of gemeentehuis. Een paar maanden geleden al luidde het advies dat gemeenten gingen voorbereiden op de praktische uitvoering, in samenhang met de Nederlandse spreidingswet.

Voor de voorbereiding van deze materie is het voor veel Kamerleden lastig dat ze veelal in de periode van de onderhandelingen in en met Brussel nog geen parlementariër waren. Toen is het standpunt van Nederland vrijwel elke maand in de Tweede Kamer besproken. Hoe vergelijken we onze inzet met de resultaten? Er is inmiddels ook weer een nieuw kabinet.  Het stukkensysteem van de Tweede Kamer maakt refereren aan eerdere stukken ook lastig. De wetsbehandeling wordt weer als een nieuw proces opgestart.

Meer EU-migratiewetten onderweg

De uitvoerings- en implementatiewet is een eerste stap. Er is veel aanvullende regelgeving en afstemming nodig. Tot slot gaat er volgens de Raad van State in het wetsvoorstel teveel geregeld worden, zonder dat het parlement daar nog iets over te zeggen heeft (gedelegeerde wetgeving).  

Ondertussen wordt er in Brussel nog druk onderhandeld over drie nieuwe EU wetten. De Nederlandse Europarlementariër Malik Azmani is rapporteur op de ‘terugkeerverordening’, voor de mensen die geen vergunning krijgen. Hij verzamelde 200 amendementen, een proces dat de VVD-er de kritiek opleverde dat hij te veel naar rechts zou leunen. In december hebben de lidstaten, waaronder Nederland, opnieuw hun standpunt bepaald. De Europese wetgevers (raad en EP) gaan hierover verder de degens kruisen. De Kamerleden kunnen hun borst natmaken.

Praktijkprofessor Europa van de Haagse Hogeschool Mendeltje van Keulen was griffier Europese Zaken bij de Tweede Kamer. Zij kijkt regelmatig voor Brusselse Nieuwe in brievenbus van de Tweede Kamer naar de post uit Brussel. Ook de column van Mendeltje van Keulen in je mailbox ontvangen? Abonneren kan hier voor slechts 6,25 euro per maand. Daarmee lever je een bijdrage aan de onafhankelijke journalistiek en opinie over Europese zaken die Nederland raken.
Aan de hand van Mendeltjes columns wordt in het boek ‘Post uit Brussel – Nederlandse invloed op Europees beleid’ beschreven hoe Nederlanders (meer) invloed op Brussels beleid kunnen hebben, in elke fase van het besluitvormingsproces. Dit handboek voor beïnvloeding van Europees beleid, is hier te bestellen.