Boekentips: Europa onder de parasol – Kaliningrad: verhalen over een verloren land

Zomerse leestips van redacteur Hanna Hosman over de Russische exclave Kaliningrad, het vroegere Oost-Pruisen, vertellen het verhaal van het verdwenen land van haar grootmoeder.

3 min. leestijd

Oblast Kaliningrad staat nu bekend als een Russisch bastion dat de NAVO met ingehouden adem in de gaten houdt, een exclave omringd door EU-landen. Maar zo is het niet altijd geweest. In drie oude en nieuwere boeken is te lezen over het Kaliningrad van vroeger: Oost-Pruisen.

Het meest westelijke stukje van Rusland is een bron van zorg voor de NAVO. De Russische exclave Kaliningrad ligt aan de Noordzee en wordt omringd door de EU-landen Litouwen en Polen. Van de bijzondere geografische positie maakt Rusland de afgelopen jaren goed gebruik: het is de basis van de Russische Baltische vloot en er zijn onder andere zware luchtafweersystemen en ballistische raketten gestationeerd. Linke soep, vindt de NAVO: de militaire troepen in het nabijgelegen Estland, Letland en Litouwen zijn de laatste tijd versterkt.

Tot 1945 was deze exclave nog een wereld van trakehnerpaarden, weelderige landgoeden en Immanuel Kant. De regio hoorde nog bij Duitsland, vormde het noordelijke deel Oost-Pruisen met Königsberg als hoofdstad. Tegen het eind van de Tweede Wereldoorlog vluchtten zo’n drie miljoen Duitsers halsoverkop naar het westen, om niet onder de voet te worden gelopen door oprukkende Russen. Het land werd verdeeld onder Polen, Litouwen en Rusland. Van het Königsberg van toen, het Duitsland van mijn grootmoeder, is niet zo veel meer over, maar het leeft voort in boeken.

‘Kinderjaren in een verloren land’ van Marion Dönhoff

Over het opgroeien in die idyllische wereld schreef gravin Marion Dönhoff (1909) in 1988 Kindheit in Ostpreußen, naar het Nederlands vertaald als Kinderjaren in een verloren land. Dönhoff, econoom en later vooraanstaand journalist bij onder andere Die Zeit, groeide op het familielandgoed Schloss Friedrichstein, dichtbij Königsberg. In haar boek beschrijft ze een wereld die nu niet meer bestaat: een jeugd op een eeuwenoud landgoed, met bedienden, gouvernantes, koks en koetsiers, omgeven door wouden en meren. De wereldgeschiedenis vormt de achtergrond van het vredige leven dat in 1945 met de grote vlucht naar het westen ten einde komt.

‘Jokehnen oder Wie lange fährt man von Ostpreußen nach Deutschland?’ van Arno Surminski

Die vlucht, en de jaren die er aan vooraf gaan, beschrijft Arno Surminski in Jokehnen oder Wie lange fährt man von Ostpreußen nach Deutschland? Surminski vertelt het verhaal van het verzonnen Pruisische dorpje Jokehnen, waar Hermann Stepputat in 1934 geboren wordt op de dag dat de Duitse rijkspresident Paul von Hindenburg overlijdt. Hermann groeit op in het Derde Rijk, waar het nationaalsocialisme sluipenderwijs het normale leven doordringt. Het boek is niet vertaald, maar wel verfilmd.

‘Ons gaat het in ieder geval nog goed’ van Ingrid Hoogendijk

Recenter, en wél in het Nederlands geschreven, is het in 2018 verschenen boek van Ingrid Hoogendijk, Ons gaat het in ieder geval nog goed. Haar grootvader, de Rotterdamse stoffenhandelaar Michiel Hoogendijk, kwam in 1922 in het bezit van landgoed Schakenhof in Oost-Pruisen. De familie Hoogendijk maakte er de opkomst en ondergang van het Derde Rijk mee, de oorlog en de komst van de Russen. Een omvangrijke verzameling briefwisselingen tussen Nederland en Oost-Pruisen vertelt het verhaal van een verdwenen land.

Het gras is altijd groener bij de buren.
Verken je horizon en ga ook eens vissen in een andere vijver!

Word lid Meer informatie