‘Elke ochtend hangen wij onze nationale jas aan de kapstok’, zegt Witte Wijsmuller over de Europese Commissie

Honderden Nederlanders werken naar schatting voor een Europese instelling. In de rubriek Nederlanders in Europa spreekt Brusselse Nieuwe met Nederlanders bij de Europese Commissie, het Europees Hof van Justitie, de Europese Centrale Bank en andere instellingen. In deze editie: Witte Wijsmuller over zijn post in Brussel.

4 min. leestijd
Witte Wijsmuller bij de Europese Commissie in Brussel. (Foto: Europese Commissie)

“Mijn baan is niet voor watjes”, begint hij. “Mijn dag begint iedere ochtend om half negen met een briefing van het cyberteam over de incidenten en dreigingen in Europa van de dag ervoor, maar ik kan niet dan pas mijn laptop openklappen. Als je zo dicht op de politiek zit, moet je altijd responsief zijn. Mensen zijn van je afhankelijk.” 

Witte Wijsmuller werkt bij DG Connect, het departement van de Europese Commissie dat gaat over alle grote digitale vraagstukken waar de mens nu mee te maken heeft. “Zo gedragen kan je het wel zeggen.” En inderdaad, de lijst is behoorlijk: AI, cyberveiligheid, cloud, sociale media, data, e-commerce, copyright, tv, film. 

Sleutelfunctie

Als één van de twee adviseurs van directeur-generaal Roberto Viola, de baas van het departement, zit Wijsmuller dicht op het vuur. Hij begeleidt Viola bij zo ongeveer alles wat hij doet. “Klinkt als een hoge functie. In hiërarchische zin (de Europese Commissie is niet vies van hiërarchie) valt dat wel mee, maar het is absoluut een sleutelfunctie.” 

Wijsmuller legt uit dat hij de politieke wensen van Eurocommissaris voor Techsoevereiniteit Henna Virkkunen moet vertalen naar de ambtenaren van zijn departement. Op de vraag of zijn positie dan ook een beetje politiek is, antwoordt hij resoluut: “Mijn rol is absoluut blootgesteld aan politiek, maar aan het eind van de dag ben ik gewoon ambtenaar.”

Vroeger

Wijsmuller begon in Brussel als assistent van een Nederlandse Europarlementariër, wiens politieke kleur hij omwille van zijn eigen neutraliteit liever voor zichzelf houdt. “Aan iedereen die in de EU wil werken kan ik aanraden om in het Parlement te beginnen. Als assistent krijg je heel veel op je bordje, van super inhoudelijk werk tot het voorbereiden van belangrijke vergaderingen waar je nadenkt over wanneer de koffie moet binnenkomen.” De dienstbaarheid die hij daar aanleerde, komt hem nog altijd van pas.

Sinds zijn sprong naar de Europese Commissie is hij nu negen jaar Europees ambtenaar. “Dat was altijd al mijn droom.” 

De serie Nederlanders in Europa kan alleen gemaakt worden dankzij lezers die Brusselse Nieuwe steunen. Neem een abonnement op onze dagelijkse of verdiepende nieuwsbrief, of help ons door vriend te worden.

Nu

In zijn huidige functie ziet Wijsmuller van binnenuit hoe de AI-wedloop tussen de EU, China en de Verenigde Staten verloopt. Of hij optimistisch is? “Europa ligt niet voorop, maar we doen wel mee in de wedloop.” Dat komt volgens Wijsmuller omdat we vele troeven in handen hebben: wereldklasse onderwijs, een sterke digitale infrastructuur en veel rekenkracht in publieke handen. “Maar je moet er ook bij schrijven dat ik vind dat er nog heel veel moet gebeuren.”

Wijsmuller ziet dat in Europa vooral behoefte is aan kapitaal voor de AI-sector. “We hebben veel goede start-ups, meer nog dan de Verenigde Staten.” Maar zodra die start-ups willen opschalen, verhuizen ze vaak naar de andere kant van de oceaan. “Daar moet Europa echt aan werken.”

Nederland of Europa

“Ik ga iedere dag fluitend naar kantoor”, vertelt Wijsmuller opgewekt. Hij vindt het vooral interessant om met mensen uit alle 27 lidstaten te werken. “Maar bij de Commissie zeggen we altijd dat we onze nationaliteit ‘aan de kapstok hangen’ wanneer we binnenkomen. Hier vertegenwoordigen we het Europees belang, en niets anders.”

Of Wijsmuller zich meer Nederlands of Europees voelt, is volgens hem niet van belang. “We moeten niet zo zwart-wit denken. Ik ben het allebei, en het belang van Nederland strookt volledig met het belang van Europa. Voor mijn gevoel ben ik ook nooit helemaal vertrokken uit Nederland. Dat is ook de luxe voor ons Nederlanders in Brussel: twee uur rijden en je bent weer thuis.”