Uitkering meenemen naar ander EU-land wordt makkelijker ondanks Nederlands verzet

Werklozen krijgen straks twee keer zoveel tijd om in een ander EU-land werk te zoeken met hun oude uitkering. Tien jaar touwtrekken ging daaraan vooraf. Nederland bleef al die tijd tegen de veranderingen.

4 min. leestijd
Minister Hans Vijlbrief (rechts) schudt de hand van zijn Duitse collega Michael Schäfer. (Foto: Europese Raad).

Een Duitser die in Nederland werkt en werkloos raakt, mag straks zes maanden lang zijn Nederlandse werkloosheidsuitkering (WW) meenemen als hij teruggaat naar Duitsland om werk te zoeken. Nu is dat nog maar drie maanden. Hoe hoog de uitkering is die iemand krijgt en onder welke voorwaarden, blijft een zaak van het land zelf: Nederland bijvoorbeeld bepaalt zijn eigen regels voor de WW. Wat verandert, is alleen de overstap tussen die twee systemen als iemand verhuist.

De Europese Unie heeft na jaren van onderhandelen een akkoord bereikt over een verandering van de regels die vastleggen hoe sociale zekerheid werkt voor mensen die in een ander EU-land gaan wonen of werken. Om te voorkomen dat deze mensen bij zo’n verhuizing plotseling zonder uitkering komen te zitten, bedacht de Europese Commissie regels om de sociale zekerheidsstelsels van de lidstaten op elkaar af te stemmen. De Commissie stelde in 2016 voor om de huidige regels, die stammen uit 2010, te herzien. Dat is nu eindelijk gelukt.

Werkloosheidsuitkering

Wie werkloos wordt en naar een ander EU-land verhuist, mag zijn werkloosheidsuitkering voortaan minstens zes maanden meenemen, in plaats van de huidige drie. Volgens onderzoek van de Commissie vinden mensen sneller een nieuwe baan als hun uitkering langer doorloopt. Het kabinet was hier juist op tegen: het vreesde dat het moeilijker wordt om iemand met een Nederlandse uitkering ook echt aan het werk te krijgen als diegene in het buitenland zit.

Los daarvan is er nieuwe een regel over wélk land de rekening betaalt. Dat blijft het land waar iemand heeft gewerkt, mits diegene daar minstens 22 weken onafgebroken in dienst was. Deze periode stond er in het oorspronkelijke voorstel niet in. Het kabinet wilde die periode er graag in hebben. Het zorgt er voor dat minder mensen in aanmerking komen voor een uitkering én dat mensen in Nederland minimaal 22 weken lang premies betalen over hun inkomen.

Langdurige zorg

Daarnaast zullen mensen die langdurige zorg nodig hebben meer zekerheid krijgen. Er komt een gemeenschappelijke Europese definitie van wanneer iemand recht heeft op langdurige zorg en een lijst van rechten, waardoor in ieder Europees land gelijke behandeling geldt.

Verder zorgen de nieuwe regels voor minder administratie. Zo moeten werkzaamheden in het buitenland voortaan vooraf worden opgegeven, zodat dubbel werk achteraf wordt voorkomen. Zakenreizen of korte werkzaamheden van maximaal drie dagen hoeven daarentegen niet meer te worden opgegeven. Deze uitzondering geldt niet voor werkers in de bouw. In deze sector komen de meeste misstanden voor en dus is goede monitoring nodig, zo gaat de gedachte.

Stroeve onderhandelingen

De onderhandelingen over de herziening die in 2016 door de Commissie werd geopperd, verliepen allesbehalve soepel. De lidstaten en het Parlement hadden maar liefst achttien onderhandelingsrondes nodig om tot een akkoord te komen. Tweemaal werd een voorlopig akkoord bereikt, maar beide keren gooiden de lidstaten uiteindelijk roet in het eten. Een blokkerende minderheid, waar Nederland bij zat, hield de herziening tegen.

In Nederland zorgde de herziening dan ook voor veel discussie. Vooral PVV’er Geert Wilders verzette zich hevig. Hij wilde niet dat mensen – Wilders had het destijds vooral over ‘Polen’ – met een Nederlandse uitkering als koning in een ander land konden leven. Ook de VVD had twijfels.

Toch een akkoord

Uiteindelijk duurde het tien jaar voordat het akkoord er kwam. In april dit jaar ontstond er toch een meerderheid onder de lidstaten die voor de derde keer een voorlopig akkoord met het Parlement sloten. Dat akkoord is inmiddels goedgekeurd door zowel een meerderheid van de lidstaten – Nederland was tegen – als door het Europees Parlement. De herziening haalde met 511 stemmen in het Parlement, een grote meerderheid. PVV en VVD stemden tegen, CDA en BBB onthielden zich van stemming.

“Mensen die in een ander EU-land wonen of werken, zullen de rechten en voordelen die hun toekomen nu beter begrijpen en kunnen benutten”, zei Marinos Moushouttas, minister van Arbeid en Sociale Verzekeringen van Cyprus, onder wiens voorzitterschap de overeenkomst werd bereikt.

Hoe sommige lidstaten onder het Cypriotische voorzitterschap uiteindelijk bijdraaiden is niet duidelijk. Er zijn geen open gesprekken geweest tussen de ambassadeurs, en dus is nooit uitgesproken waarom sommige landen hun bezwaren ophieven.

Vrij verkeer

Dit alles om ‘vrij verkeer van personen tussen lidstaten’, een van de vier vrijheden verankerd in de Europese verdragen, te bevorderen. “Iedere burger van de Unie is vrij in iedere lidstaat werk te zoeken, te werken, zich te vestigen en diensten te verrichten”, zo leest artikel 15 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Dat recht mag niet worden ingeperkt door het risico een uitkering te verliezen wanneer iemand verhuist.

Benieuwd naar de reactie vanuit Nederland op dit nieuws? Volg het op de voet met een abonnement op de Nieuwsbrief van economie tot euro. Daarin praat Emma du Chatinier je elke twee weken bij met verdiepende verhalen, interviews en nieuws.