De Nederlandse regering wil, in lijn met Merz’ voorstel, wel ruimte bieden voor een geleidelijke integratie op bepaalde deelterreinen zodra een kandidaat-lidstaat het relevante geheel aan regels en beleid van de EU heeft overgenomen. Dat vinden we niet terug in het gezamenlijke non-paper. Daarin staat juist het creëren van extra sloten op de deur centraal.
Dat is zeer terecht, waar de rechtsstaat en andere EU-waarden op het spel staan. Het is cruciaal om hierop bij toetreding scherp(er) te toetsen en vervolgens door aanvullende clausules een mogelijke terugval na toetreding te voorkomen. Maar als die aanvullende bepalingen wel in de toetredingsverdragen worden opgenomen, maar niet in de EU-verdragen zelf, gelden ze dus niet voor de zittende EU-lidstaten.
Dat patroon zien we ook op andere vlakken. De uitbreiding van het aantal lidstaten maakt het urgent om zoveel mogelijk bij gekwalificeerde meerderheid te gaan beslissen. Maar een (tijdelijke) inperking van veto-rechten ten aanzien van EU-uitbreiding, het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) en het meerjarig financieel kader (MFK) wordt louter voor nieuwe lidstaten overwogen, niet voor de gevestigde 27. De huidige lidstaten blijven terugdeinzen voor meer fundamentele oplossingen voor behoud van slagvaardigheid van een Unie van (meer dan) 27 lidstaten. Ze nemen liever hun toevlucht tot het lapmiddel van beperking van rechten van ‘nieuwkomers’.
Financiële gevolgen
Iets soortgelijks geldt voor de EU-financiën. De Nederlandse regering stelt een ‘budgettaire infasering’ voor waarbij de aanspraken van nieuwe toetreders op landbouwgelden en cohesiemiddelen gedurende ‘langere tijd’ worden gekort. Nu kan een geleidelijke infasering verstandig zijn met het oog op de absorptiecapaciteit van nieuwe lidstaten. Maar dit voorstel wordt ingegeven door de vrees voor een hogere afdracht aan de EU. Zo dramatisch zijn de financiële gevolgen van de komende EU-uitbreiding nu ook weer niet, en bij de vaststelling van het nieuwe MFK kan vast passende ruimte worden gereserveerd.
Het is de vraag of die mogelijkheid ook benut wordt. De reacties van lidstaten op het voorstel van de Commissie en op de ‘onderhandelingsbox’ van het Cypriotische voorzitterschap wijzen daar niet op. Bepaalde lidstaten vragen om het EU-budgetvoorstel niet met twee, maar met twintig procent te korten. Stoere praat die weinig ruimte laat voor een toekomstbestendige begroting.