Afgelopen week heeft de Europese Commissie het jaarlijkse voorjaarspakket voor het Europees Semester uitgebracht. Dat pakket omvat onder meer:
- 27 rapporten over het sociaal-economisch en financieel beleid van de lidstaten;
- 27 sets landenspecifieke aanbevelingen (LSA) die daarop geënt zijn;
- de beoordeling van macro-economische onevenwichtigheden en van overheidstekorten en -schulden in de verschillende lidstaten.
De LSA en beoordelingen zijn nu nog Commissievoorstellen. Volgende maand is het aan de Raad om definitieve versies vast te stellen.
Bij de overheidstekorten en -schulden valt op dat België en Frankrijk er in de beoordeling genadig vanaf komen. Hoewel de overheidstekorten daar boven de 5 procent van het bbp blijven, en de schuldquotes verder stijgen naar 113 respectievelijk 120 procent van het bbp. De twee landen houden zich namelijk wel aan de vastgelegde paden voor toename van de netto-uitgaven die nu een belangrijke rol bij de toetsing spelen. Maar dat biedt nog geen zicht op dalende tekorten en schuldquotes.
Geen gevolgen voor Nederland
Nederland krijgt een standje, omdat de netto-uitgaven sneller oplopen dan afgesproken. Maar gevolgen heeft dat niet, omdat ons land wat de tekort- en schuldposities betreft keurig binnen de Europese lijnen blijft.
Bij de LSA voor Nederland komen we een paar ‘evergreens’ tegen die jaar-na-jaar aan ons land worden voorgehouden. Zoals het fiscale beleid dat het maken van schulden bevordert en verstoringen op de woningmarkt veroorzaakt – kortweg: de royale hypotheekrente-aftrek. De haperende aanpak van de mestproblematiek en de slechte waterkwaliteit. En het grote deel van de arbeidsmarkt dat slechts flexibele en tijdelijke banen biedt, zonder uitzicht op doorontwikkeling van medewerkers.
Coronaherstelfonds
In de politieke discussie spelen de LSA nu nauwelijks een rol. De nationale politiek laat zich nu eenmaal niet graag de les lezen door ‘Brussel’. Maar dat kan veranderen. Op korte termijn speelt de afsluiting van het Herstel- en Veerkrachtfonds. Lidstaten moeten voor 31 augustus as. alle gestelde mijlpalen en doelen bereiken om de resterende toegezegde middelen te ontvangen. Voor Nederland staat er nog een kleine 2,4 miljard euro – van de toegezegde 5,4 miljard euro – op het spel. Gaat het ons land lukken om bijtijds aan de afgesproken voorwaarden te voldoen en deze miljarden binnen te halen?
Vanaf 2028 wordt opvolging van de LSA voorwaarde voor betalingen uit de EU-begroting via de Nationale en Regionale Partnerschap Plannen. Dan gaat het negeren van LSA direct geld kosten. Dat is conform de wens van opeenvolgende Nederlandse regeringen die pleit(t)en voor het hanteren van strengere voorwaarden voor EU-uitgaven. Maar zouden nationale politici al beseffen dat dit ook Nederlandse ontvangsten uit de EU-begroting kan raken?