De manier waarop in Brussel over migratie wordt gesproken is de afgelopen jaren flink veranderd. Dat ziet ook Jean-Louis De Brouwer, jarenlang verantwoordelijk voor het Europese migratiebeleid en inmiddels verbonden aan het Egmont Instituut in Brussel. Op de vraag of er sprake is van een veranderd discours sinds zijn vertrek bij de Europese Commissie in 2019, zegt hij dat die verschuiving al begon na de migratiecrisis van 2015-2016. “Migratie wordt nu bijna uitsluitend benaderd als een veiligheidsprobleem”, stelt hij. Over de huidige onderhandelingen over het migratiepact en het terugkeerbeleid is hij “niet pessimistisch, maar sceptisch”.
Terugkeerhubs
Binnen de onderhandelingen over een gemeenschappelijk terugkeerbeleid zijn de zogeheten ‘terugkeerhubs’ een belangrijk thema, en een aanleiding voor ons gesprek met De Brouwer. Deze hubs zijn plekken buiten de EU waar uitgezette asielzoekers naartoe worden overgebracht wanneer ze niet teruggestuurd kunnen worden naar hun land van herkomst. Volgens De Brouwer zorgen de terugkeerhubs vooralsnog voor meer vragen dan antwoorden. “Over die terugkeerhubs staat heel weinig in het voorstel (voor een gemeenschappelijk terugkeerbeleid, red.) zelf”, zegt hij. Commissieambtenaren geven volgens hem off the record toe dat het idee vooral bedoeld was om bepaalde lidstaten tegemoet te komen – niet omdat het plan op korte termijn uitvoerbaar is.
Iedereen focust nu op die hubs, terwijl er andere controversiële elementen onder de radar blijven
“Voor veel regeringen is het moeilijk om aan hun bevolking uit te leggen dat mensen niet kunnen worden teruggestuurd. Terugkeerhubs zouden dan als signaal kunnen dienen dat er daadwerkelijk iets gedaan wordt.” Maar de plannen zijn vooralsnog vooral symbolisch, aldus De Brouwer. “Er zijn gesprekken geweest met Albanië en sommige lidstaten verkennen mogelijkheden met Kenia.” (Voormalig minister Faber deed zulke verkenningsgesprekken in Oeganda, red.) “Maar het is veel te vroeg om daar iets definitiefs over te zeggen. Er is geen zekerheid dat derde landen überhaupt willen meewerken.
Hoe dan ook krijgt het plan voor terugkeerhubs onevenredig veel aandacht, aldus De Brouwer. “Iedereen focust nu op die hubs, terwijl er andere controversiële maar inhoudelijk interessantere elementen in het voorstel zitten die onder de radar blijven.”
Voormalig topambtenaar
Jean-Louis De Brouwer werkte meer dan dertig jaar bij de Europese Commissie, waar hij onder meer verantwoordelijk was voor migratie- en asielbeleid en voor humanitaire operaties van de EU. Sinds zijn pensioen in 2019 zet hij zijn expertise in als directeur van het programma European Affairs van het Brusselse Egmont Instituut, een onafhankelijke denktank verbonden aan het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken.
Wederzijdse erkenning
Een van die elementen is de zogenoemde ‘wederzijdse erkenning van terugkeerbesluiten’. Als dit principe wordt goedgekeurd, zou een terugkeerbesluit dat in het ene EU-land is genomen automatisch uitvoerbaar zijn in een ander land. “Klinkt efficiënt, maar het roept juridische vragen op”, legt De Brouwer uit.
“Een terugkeerbesluit vermeldt meestal niet waarom iemand moet vertrekken. Lidstaat A kan iemand uitwijzen omdat die geen asiel kreeg, terwijl lidstaat B in dezelfde situatie misschien geen uitzetting zou opleggen. Wat als B die persoon toch moet terugsturen op basis van A’s besluit?” Voor die wederzijdse erkenning is een veel uitgebreidere harmonisatie van nationale wetgeving nodig dan wat nu op de onderhandelingstafel ligt.
Asiel- en migratiepact
Gevraagd of het migratiepact inderdaad volgend jaar juni volledig zal zijn ingevoerd, zegt De Brouwer dat daar geen eenduidig antwoord op is. “Hoe dichter je bij de eindstreep komt, hoe lastiger het wordt om de overgebleven obstakels te overwinnen.” De recente evaluatierapporten van de Europese Commissie over de implementatie van het pact door lidstaten noemt hij een “meesterwerk van bureaucratische diplomatie”.
Het pact moet een nieuw evenwicht brengen tussen solidariteit en verantwoordelijkheid. Lidstaten worden verplicht hun eigen verantwoordelijkheid te nemen in het asielbeleid. Landen aan de buitengrenzen die veel migranten opvangen, zoals Italië, moeten volgens het plan kunnen rekenen op solidariteit van andere lidstaten: via financiële bijdragen, operationele ondersteuning en hervestiging van asielzoekers naar andere landen.
Volgens De Brouwer lag de nadruk tot nu toe vooral op ‘verantwoordelijkheid’. De onderhandelingen over ‘solidariteit’ moeten grotendeels nog beginnen en zullen volgens hem nog voor hoofdbrekens zorgen. “De onderhandelingen over solidariteit worden het make-or-breakmoment voor het pact.”
Dit artikel is afkomstig uit de Migratie Nieuwsbrief van Brusselse Nieuwe. Wil je meer lezen over migratie? Registreer dan voor de nieuwsbrief en ontvang elke twee weken al het migratie-nieuws in je mailbox.

