Tom van der Lee (GL-PvdA): ‘Het is frustrerend dat Nederland huiverig blijft voor grote investeringen’

Elke week kiest de redactie van Brusselse Nieuwe een verdiepend verhaal uit een van onze thematische nieuwsbrieven. Deze week de Nieuwsbrief Van economie tot euro. “We praten over strategische autonomie, maar handelen er nauwelijks naar”, stelt Tom van der Lee (GroenLinks-PvdA) in een interview met Brusselse Nieuwe. Volgens hem is het tijd voor Europees industriebeleid met tanden.

6 min. leestijd
Premium
GroenLinks-PvdA-Kamerlid Tom van der Lee. (Foto: Serge Ligtenberg).

Nederland moet af van het taboe op industriepolitiek en langetermijnkeuzes maken om zijn economische weerbaarheid te behouden, vindt GroenLinks-PvdA-Kamerlid Tom van der Lee. Vorige maand diende Van der Lee verschillende kamermoties in waarin hij oproept tot een bredere blik op nationale veiligheid, waarbij ook economische en geopolitieke belangen worden meegenomen. “Industriepolitiek mag geen vies woord meer zijn”, aldus het Kamerlid.

De overnames van chipfabrikant Nexperia en IT-dienstverlener Solvinity tonen volgens hem pijnlijk aan hoe kwetsbaar Nederland is geworden. “We praten veel over strategische autonomie, maar handelen er nauwelijks naar.

Industriepolitiek geen vies woord meer mag zijn. Wat bedoelt u daarmee? 

Het is een term die ik al een paar jaar gebruik. In eerste instantie vanuit de vraag hoe je je economie verduurzaamt: welke activiteiten hebben een hoge toegevoegde waarde en tegelijk een lage milieu-impact? Neem bijvoorbeeld de zaadveredeling. Nederland is mondiaal leider op dat terrein, maar je hoort er nauwelijks iets over. Terwijl daar enorme kansen liggen als je er actief op inzet.”

“Wij vinden als partij dat de overheid daar meer richting aan moet geven. Door de toenemende geopolitieke concurrentie is daar inmiddels ook een veiligheidsoverweging bij gekomen. Als je je strategische autonomie wilt behouden, hoort daar een assertiever industriebeleid bij. Toch houdt Nederland hardnekkig vast aan het idee dat de overheid zich niet met dit soort keuzes moet bemoeien.”

Waar komt die terughoudendheid vandaan?

“Die heeft diepe wortels. Nederland heeft een moeizaam verleden met industriebeleid, denk aan de RSV-enquête in de jaren tachtig (de mislukte redding van het scheepsbouwconcern Rijn-Schelde-Verolme met miljarden aan publiek geld, red.). Sindsdien is de dominante gedachte, zowel in Nederland als in Europa: de overheid kan geen ‘winnaars kiezen’, laat de markt het maar doen.”

“En inderdaad, Nederland heeft lange tijd geprofiteerd van die vrije markt. Maar die wereld bestaat niet meer. Andere machtsblokken beschermen hun industrie actief. Als je dat negeert, maak je jezelf kwetsbaar.”

Is de ingreep bij Nexperia door het kabinet zo’n voorbeeld van die kwetsbaarheid?

“Zeker. Daar zie je hoe het bredere plaatje onvoldoende is meegewogen. Bovendien was de aanpak slecht afgestemd met Europese bondgenoten.”

“Nederland heeft in dit dossier ook een unieke positie. We hebben ASML, het hoogst gewaardeerde bedrijf van Europa en wereldwijd monopolist op het gebied van geavanceerde chipmachines. Dat geeft ons geopolitieke macht, maar maakt ons tegelijk afhankelijk. De feitelijke chipproductie vindt grotendeels plaats in Taiwan, China en Zuid-Korea. Als het geopolitiek uit de hand loopt rond Taiwan, zijn er berekeningen dat de wereldeconomie met tien procent krimpt. Nederland zou relatief nog zwaarder worden getroffen, omdat we zo’n open economie zijn en sterk afhankelijk van halfgeleiders.” 

“Daarom zou Europa eigen productiecapaciteit moeten opbouwen in strategische sectoren, waaronder chips. Dat vraagt om Europees beleid met tanden.”

Tom van der Lee (1964)
Van der Lee studeerde aan de UvA en kwam in 1989 als dienstweigeraar terecht bij de GroenLinks-fractie. In 2009 verliet Van der Lee de politiek en werkte hij bij Oxfam Novib Nederland als campagnedirecteur. Sinds 2019 zit Van der Lee weer in de Kamer voor GroenLinks-PvdA en is hij woordvoerder Europese en Economische Zaken voor de partij.

Wat bedoelt u met ‘Europees beleid met tanden’?

“Dat Europa bereid moet zijn gezamenlijk keuzes te maken, middelen te bundelen en risico’s te nemen. Als we zeggen dat halfgeleiders strategisch zijn, moet je niet alleen hopen dat buitenlandse bedrijven hier investeren. Dan moet je zelf Europese projecten opzetten, met gezamenlijke financiering – eventueel via eurobonds (gezamenlijke EU-leningen met een gezamenlijke terugbetalingsgarantie van lidstaten, red.).”

“Maar het vraagt ook private inzet. Europese ondernemingen zullen meer moeten diversifiëren, niet alleen kiezen voor de goedkoopste Aziatische optie, maar samen met de overheid investeren in leveringszekerheid voor de toekomst.

Het mag dus ook geld kosten. Maar hoe kun je private bedrijven daartoe bewegen? 

“Door afspraken te maken. In ruil voor investeringen – deels publiek, deels privaat – kan op termijn productiecapaciteit worden opgebouwd, met contracten en afnamegaranties die zorgen voor marktzekerheid. Dat gebeurt elders in de wereld al volop.”

Een vaak genoemd bezwaar is dat de energiekosten in Europa veel hoger zijn dan in de VS of China. Hoe kan de industrie dan concurreren?

“Je hebt altijd comparatieve voordelen. Voor sommige producten moet je jezelf afvragen of productie hier logisch is. Tegelijk zitten we midden in een transitie. De manier waarop we energie opwekken kan en moet veranderen. Op termijn kan dat ook goedkoper worden, maar dan moet je wel door die hobbel heen durven investeren, juist op Europees niveau.”

Toch lijkt Nederland huiverig voor zulke grote Europese investeringen.

 “Ja, en dat is frustrerend.” 

“We omarmen rapporten van Enrico Letta en Mario Draghi (die beiden pleiten voor meer Europese investeringen en strategische autonomie, red.). – maar handelen er niet naar. In het coalitieakkoord zie je ook nauwelijks extra investeringen. Defensie-uitgaven stijgen, maar een groot deel daarvan vloeit weg naar buitenlandse producenten. Ondertussen investeren we nauwelijks in de wetenschap; we halen al jaren de Europese norm van drie procent research & development -investeringen niet. Sterker nog: op wetenschap is de afgelopen jaren in Nederland alleen maar bezuinigd. Het beleid is een jojo. Mooie woorden, weinig daden.”

En in de context van (dreigende) handelsoorlogen, hoe moet Europa daarin optreden?

“Als andere landen dumpen, oneigenlijke staatssteun geven of handelswapens inzetten, moet Europa zich kunnen verdedigen en ook terugslaan. Dat is vervelend als de grootste vrije markt van de wereld. Maar we leven in andere tijden.”

Hoor ik in dit hele verhaal eigenlijk dat u denkt dat protectionisme onvermijdelijk is?

“In zekere mate wel. Ik ben er geen groot fan van, maar onze belangrijkste concurrenten doen het al. De VS en China schrikken niet terug voor handelsmaatregelen en massale staatssteun.”  

“Daarbij moeten we ons ook realiseren dat we nog altijd een hele belangrijke markt zijn, en dat we we ons vaak kleiner maken dan we zijn. We hebben best het vermogen om af en toe een tik uit te delen.”

“Het gaat er niet om dat je lukraak barrières opwerpt. Het moet gericht en proportioneel zijn. Voor een beperkt aantal strategische sectoren moet je zorgen dat kennis, productie en infrastructuur in Europa zelf aanwezig zijn.

In China gebeurt dat op grote schaal via een autoritaire staat met een langetermijnvisie. Dat moeten en willen wij niet kopiëren. Maar in sectoren waar de afhankelijkheid te groot is, moet europa een sterke strategische visie hebben.”

Is Europa’s democratische besluitvorming daarmee een economisch nadeel geworden?

“Dat denk ik niet. Bovendien heeft het geen zin om de wereld uitsluitend vanuit een economische bril te bekijken. Europese landen scoren hoog op allerlei geluks- en welzijnsindexen. Onze samenlevingen hebben veel meer waarde dan alleen het verdienmodel.”

“Met elkaar kunnen we veel, en ik denk ook dat de meeste Europeanen maar al te graag Europeaan willen blijven.”

Dit artikel verscheen eerder in de Nieuwsbrief Van economie tot euro. Daarin praat Emma du Chatinier je elke twee weken bij over onder andere de Europese economie, industriepolitiek en de (digitale) euro. Abonneer je nu en ontvang verdiepende verhalen, interviews en nieuws elke twee weken rechtstreeks in jouw mailbox.