Nederlandse klimaatonderhandelaars komen in actie

Brusselse Nieuwe volgt in detail hoe het de Nederlandse klimaatonderhandelaars vergaat. Een PvdA’er, een CDA’er en een VVD’er leiden namens het Europees Parlement de onderhandelingen met de EU-lidstaten. Lukt het ze een deal te sluiten?

4 min. leestijd

In Brussel is het blauw van de Europese vlag nog net niet vervangen door oranje, maar toch is de Nederlandse invloed zo af en toe ongewoon groot. Helemaal als het gaat over de Europese klimaatwetten. 

Niet alleen zijn de plannen om Europa klimaatneutraal te maken geschreven door het Nederlandse sociaaldemocratische duo bij de Europese Commissie, Frans Timmermans en Diederik Samsom, ook in het Europees Parlement onderhandelen Nederlandse volksvertegenwoordigers mee op het hoogste niveau.

Drie van hen krijgen het tijdens en vooral na de zomer druk. De finale gesprekken waarin het Europees Parlement het eens moet worden met de EU-lidstaten staan op het punt van beginnen. In Brussels jargon: de triloog.

Onderhandelingsteams van het Europees Parlement en de EU-lidstaten (de Raad) buigen zich onder toeziend oog van de Europese Commissie over de wetsteksten. Elke letter en elke puntkomma wordt op een weegschaal gelegd. Het compromis dat uit deze vergaderingen rolt, is straks de wet waar 500 miljoen Europeanen zich aan moeten houden.

Chahim, De Lange en Huitema

Mohammed Chahim (PvdA) leidt het team dat gaat over CBAM, oftewel de invoering van een importheffing op CO2. Esther de Lange (CDA) moet een compromis vinden over het Sociaal Klimaatfonds. Jan Huitema (VVD) buigt zich over het beperken van de uitstoot in het wegverkeer en de afschaffing van de verbrandingsmotor.

Brusselse Nieuwe kijkt de komende tijd over de schouders van dit trio mee. Ze vertellen wat ze meemaken. Hoe de gesprekken verlopen. Wanneer het moeilijk wordt en vooral wat er van je gevraagd wordt voor je in Brussel een deal kan sluiten. 

Aan het woord is Mohammed Chahim, over zijn eerste vergadering, het formele begin van een triloog:

“De eerste bijeenkomst vindt plaats in een heel formele setting. Bijna protocollair, met een strikt vastgelegde vergaderorde. Het is niet van: ‘Hallo, hoe gaat het en is alles goed met de kinderen?’ Er is een voorzitter, in dit geval iemand van de milieucommissie van het Europees Parlement. Die geeft eerst het woord aan de Europese Commissie. Daarna aan de Raad [de EU-lidstaten] en tenslotte aan mij als vertegenwoordiger van het Europees Parlement. Iedereen doet een introductieronde. Dan is er een tweede ronde en iedereen zegt iets over de inhoud en daarop geeft de Commissie dan weer een reflectie. Dat was eigenlijk alles. De voorzitter wenst iedereen succes. We spreken af dat de medewerkers op zoek moeten naar data om met elkaar te kunnen gaan onderhandelen over de technische – dus niet politieke – delen van de tekst. That’s it. Na 36 minuten stond ik weer buiten”.

“Eigenlijk is dat het belangrijkste deel van de vergadering. Een formele aftrap waarin we besluiten dat we zijn begonnen en dat onze medewerkers aan het werk kunnen. Je moet begrijpen dat 80% van de tekst puur technisch is. De tekstvoorstellen van ons, de Europese Commissie en de Raad zijn vrijwel identiek en moeten gladgestreken worden. Dat doen dus de medewerkers die elke week bijeenkomen. De leiders van de onderhandelingsteams hoeven zich dan in een aantal vergadering enkel te focussen op de politieke hangijzers”.

“We werken in de triloog met een zogenaamd vierkolommendocument. Een enorm papier van ik weet niet hoeveel pagina’s met daarin uitgeschreven alle artikelen van de wet. In de eerste kolom staat het oorspronkelijke voorstel van de Commissie. In de tweede de tekstvoorstellen van de Raad. In de derde die van het Parlement. De vierde kolom is leeg. De bedoeling is dat daarin per artikel de teksten komen waar we het over eens zijn. Zo werken we artikel na artikel af”.

“Wij zitten tegenover een team uit Tsjechië dat namens de EU-lidstaten onderhandelt. Tsjechië is dit halfjaar voorzitter van de Europese Unie en daarom zijn zij verantwoordelijk voor het sluiten van een deal met het Parlement. De hete hangijzers moeten nog komen. Soms zal het simpel zijn en kunnen we elkaar in het midden treffen. Soms zal dat niet gaan. Het kan zijn dat er punten zijn die voor de Raad of het Parlement essentieel zijn waar niet van te wijken valt. Dat soort dingen neem je dan mee in de rest van de onderhandelingen”. Wij zijn allebei voor 50% medewetgever en dat moeten we wel van elkaar respecteren. Het kan niet zo zijn dat een compromis betekent dat de ene partij volledig naar de ander toe schuift”. 

“Het is ingewikkeld om nu te voorspellen hoe de dynamiek zal zijn. De complexiteit van mijn dossier is dat het enorm verweven is met de onderhandelingen over het nieuwe emissiehandelssysteem. Die wet is vervolgens weer verweven met die over het Sociaal Klimaatfonds. Dus het akkoord dat wij nu sluiten moet aansluiten op het akkoord dat er komt over de andere dossiers. Dat is een complicerende factor. We zullen dus uiteindelijk ook als onderhandelaars van het Parlement de koppen bij elkaar moeten steken. Na de zomer begint het echte werk”.

Het gras is altijd groener bij de buren.
Verken je horizon en ga ook eens vissen in een andere vijver!

Word lid Meer informatie