Nederlands nee klinkt zacht in Brussel

Stoere nee-zeggers, dat is het beeld van Nederlandse ministers in Brussel. Buitenlandse media gaven een paar jaar geleden de bijnaam mr No aan premier Rutte, die het vervolgens als een soort geuzennaam voert, vooral in Nederland. Maar klopt dat beeld? Het onderzoeksplatform Follow the Money zocht het uit en komt tot de conclusie dat de Nederlandse ministers steeds vaker ja zeggen in Brussel.

In totaal werd in de diverse Europese Raden (van landbouwraad tot telecom) 386 ja gestemd de afgelopen jaren. Slechts negen keer was Nederland tegen en vijf keer onthield het kabinet zich van stemming. Daar passen wel enkele kanttekeningen bij. De regeringsleiders zelf stemmen niet, dat doen alleen de vakministers. Rutte kan dus wel vaak nee zeggen, maar een echt nee kan hij niet laten horen. Bovendien is Nederland wel één van de koplopers in het nee zeggen in Brussel.

Alleen Hongarije en Polen zeiden vaker nee tegen voorstellen. Nederland bezet, samen met Zweden de derde plaats als het gaat om nee zeggen. Lees het hele verhaal van Follow the Money hier.

Waar gaat het dan over?

De bekendste richtlijn waar Nederland tegen was is het vaderschapsverlof. Minister Koolmees was in Brussel tegen, maar moest later de verruiming van de regels toch invoeren, waarbij in de discussie met geen woord werd gerept over het feit dat het een Europese wet was die Nederland moest uitvoeren.

Nederland stemde verder tegen een richtlijn om lidstaten te ondersteunen bij rampen. Ons land vond dat in 2019 een zaak van de lidstaten zelf. En het kabinet moest niets hebben van een regeling, waarbij voor videoplatforms dezelfde regels zouden gaan gelden als voor de ouderwetse media aanbieders (de televisie). Het kabinet zag meer in zelfregulering dan in opgelegde regels.

Of Nederland tijdens de kabinetten Rutte vaker tegenstemt dan in voorgaande kabinetten is lastig vast te stellen, omdat de database waarop FTM hun onderzoek baseert, niet verder teruggaat dan 2009. Wel valt op dat onder Rutte III er nauwelijks formeel nee wordt gezegd.

In Brussel wijzen diplomaten er op dat cijfers niet alles zeggen. De meeste zaken worden namelijk zonder stemmen opgelost, zodat lastig objectief is vast te stellen of Nederland z’n zin heeft gekregen. Zo wordt verwezen naar de discussie over de uitbreiding. Mede dankzij Nederland (en Frankrijk) zijn de voorwaarden voor de gesprekken met Noord-Macedonië en Albanië aangescherpt. Tot een stemming is het nooit gekomen. Het overleg vond in kleine zaaltjes plaats.