Nederland en de energietransitie: hoe ambitieus zijn we?

Europa moet klimaatneutraal worden, maar hoe? De Nederlandse visie op een aantal belangrijke dossiers die in de Europese Unie spelen.

5 min. leestijd

Op weg naar een klimaatneutraal Europa in 2050 zal de Europese Unie in 2030 een tussentijdse balans opmaken: het Fit-for-55-pakket beoogt in 2030 een vermindering van de CO2-uitstoot met 55 procent. Ten opzichte van het jaar 1990 welteverstaan, en daar moet de wet- en regelgeving uit het Fit-for-55-pakket voor zorgen. Die regelgeving moet op nationaal niveau uitgevoerd worden, ook in Nederland.

Maar waar staan we inmiddels, en hoe wil Nederland aan die 55 procent CO2-vermindering in 2030 bijdragen? Vorige week vrijdag stuurde minister voor Klimaat en Energie Rob Jetten (D66) een brief aan de Tweede Kamer om de stand zaken toe te lichten: over het Fit-for-55-pakket wordt in de Europese Unie namelijk nog onderhandeld, en Nederland speelt in die besprekingen ook een rol. Brusselse Nieuwe zet de inhoud van die brief op een rij: wat staat er in de Europese Unie nog ter discussie, en neemt Nederland een voortrekkersrol in de energietransitie, of raakt het achterop? Voor wie niet kan wachten, alvast een beknopte samenvatting: Nederland is ambitieus – althans, in de meeste gevallen.

Uitstoot

Een belangrijk onderwerp waarover onderhandeld wordt in de Europese Unie is het zogenaamde Emission Trading System, oftewel: het ETS. Dat is – zoals de naam al aangeeft – een handelssysteem in CO2-certificaten voor de Europese industrie. Een industrieel bedrijf dat 1000 kilogram CO2 uitstoot, moet één zogenaamd ‘emissierecht’ inleveren. Zo’n emissierecht is een certificaat dat gekocht kan worden, en is verplicht voor bedrijven in de industriële sector – als ze CO2 uitstoten tenminste. Middels het certificaat wordt dan betaald voor CO2-uitstoot.

Het aantal emissierechten is beperkt en daalt ieder jaar. De prijs voor een emissierecht wordt door de markt bepaald, waardoor ze – als de vraag hoog blijft en het aanbod steeds minder wordt – ieder jaar duurder worden. Op die manier loont het voor bedrijven om te investeren in duurzame productiemethoden. Daar zijn die emissierechten immers niet voor nodig.

Nederland wil nu emissierechten voor alle sectoren waarin fossiele brandstoffen worden gebruikt. Dus niet alleen voor de industrie, maar ook voor bijvoorbeeld de scheepvaart, de glastuinbouw, het wegtransport en de luchtvaart. Die laatste sector moet al emissierechten betalen over een deel van de CO2 die hun vliegtuigen uitstoten, maar een deel van de rechten is momenteel gratis. Nederland wil snel van deze gratis rechten af. De maritieme sector – waar onder meer scheepvaart onder valt – kent momenteel geen emissiehandelssysteem, wat betekent dat CO2-uitstoot daar niet belast wordt. Zo’n emissiehandelssysteem voor de maritieme sector moet er volgens Nederland zo snel mogelijk komen.

Klimaatfonds

Al deze aanpassingen betekenen extra kosten. Omdat de Europese Unie niet wil dat de burger voor die kosten opdraait – en zeker de lage inkomens niet – worden in de Europese Unie plannen gemaakt voor een Sociaal Klimaatfonds. Simpel gezegd: een fonds met geld om de sociale gevolgen van de energietransitie op te vangen. Hoe dat plan er precies uit moet zien, is nog niet duidelijk, vooral omdat de lidstaten het niet eens worden over de manier waarop het geld moet worden verdeeld en besteed. “Het kabinet is terughoudend wat nieuwe fondsen betreft”, staat in de brief van Jetten aan de Tweede Kamer.

Over het Sociaal Klimaatfonds is dus het laatste woord nog niet gezegd, met name omdat men verwacht dat minder welvarende lidstaten graag meer geld willen. En dat gaat dan ten koste van het budget voor de rijkere lidstaten binnen de Europese Unie.

Hernieuwbare energie

Dan de hernieuwbare energie: in 2030 moet 40 procent van alle energie die in de Europese Unie gebruikt wordt, hernieuwbaar zijn. Nodig om de beoogde 55 procent minder CO2-uitstoot te halen. Alle lidstaten onderschrijven dit doel, maar sommige lidstaten willen graag de vrijheid om zelf te bepalen hoe zij dit doel, 40 procent hernieuwde energie, bereiken. Nederland daarentegen is voorstander van zogenaamde ‘bindende subdoelen’, die lidstaten verplicht aanzet tot gerichte actie. Een voorbeeld van zo’n subdoel is de verplichting dat minstens 50 procent van de in de industrie gebruikte waterstof groen is. Dat is voor veel landen een lastig haalbaar doel, ook voor Nederland. Toch is Nederland voorstander van bindende subdoelen, in tegenstelling tot veel andere lidstaten. Waar Nederland het ziet als stimulans om de gestelde doelen te halen, willen andere landen graag zelf bepalen hoe ze hun klimaatbeleid vormgeven.

De oorlog in Oekraïne heeft veel veranderd in de Europese energietransitie. Het in maart door de Europese Commissie gepresenteerde plan REPowerEU, om de energieafhankelijkheid van Rusland zo snel mogelijk te verminderen, geeft volgens de brief van Jetten ‘een extra impuls aan de onderhandelingen’. Door de oorlog in Oekraïne is het noodzakelijk sneller op andere vormen van energie over te stappene. 

Energielabels

Daarnaast wil de Europese Commissie regelgeving over energiebesparing in gebouwen. Onder andere door energielabels (certificaat dat aangeeft hoe energiezuinig een huis is) voor gebouwen en woningen opnieuw te bepalen en de criteria strenger te maken. Om voor het meest duurzame energielabel (A) in aanmerking te komen, zouden dan andere, nog niet uitgewerkte eisen gelden. Nederland is daar – in tegenstelling tot sommige andere lidstaten – niet voor, omdat het vreest dat er weinig draagvlak voor bestaat. 

Wel is het kabinet voorstander van een snelle invoering van het zogenaamde Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM). Daarbij moeten bedrijven buiten de Europese Unie die naar EU exporteren de CO2 die bij het maken van die goederen is vrijgekomen compenseren. Deze maatregel gaat volgens de planning per 1 januari 2023 in. 

Het gras is altijd groener bij de buren.
Verken je horizon en ga ook eens vissen in een andere vijver!

Word lid Meer informatie