Hoogleraar Harald Benink over de toekomstmuziek van de euro

5 min. leestijd

Een uur met Harald Benink, hoogleraar Banking and Finance aan Tilburg University, en je weet: 25 september is een belangrijke datum. Dan zijn de Italiaanse verkiezingen en daar hangt voor de euro veel van af. Brusselse Nieuwe blikt met Benink terug op de afgelopen maanden en kijkt vooruit.

Er is de afgelopen weken veel gebeurd op eurogebied: bijzonder hoge inflatie, de eerste renteverhoging van de Europese Centrale Bank (ECB) sinds elf jaar, en een nieuw opkoopprogramma voor schulden om Zuid-Europese landen uit de brand te helpen. De lancering van dat laatste valt ongelukkigerwijs samen met een bestuurscrisis in Italië. Premier Mario Draghi stapte op nadat hij onvoldoende steun kreeg voor hervormingen die nodig zijn om geld (zo’n tweehonderd miljard) te ontvangen uit het Europese coronaherstelfonds.

Italië’s instabiliteit als risico voor de euro

Het is nog maar de vraag of een nieuwe regering de hervormingen gaat doorvoeren die Draghi aan de Europese Commissie heeft beloofd, zegt Benink. Waarschijnlijk resulteren de verkiezingen van 25 september in een rechts-populistische regering, “die partijen zijn vaak eurokritisch. Lega heeft bijvoorbeeld al gezegd: hervormingen op het gebied van concurrentie, die gaan wij niet doen.” Italië zal dus moeten heronderhandelen met Brussel en als dat niet lukt lopen de Italianen een deel van hun geld mis. En dat is niet alleen vervelend voor Italië, vertelt Benink.

Politieke chaos, Draghi’s Europese beloften die niet worden nagekomen en een rechts-populistische regering: “dat kan zo een vertrouwenscrisis op Italiaanse staatsobligaties veroorzaken”, waarschuwt Benink. En als de ECB dan niet “met opgeheven hoofd staatsschuld kan gaan opkopen, kan de boel gaan escaleren.” In andere woorden: Italiaanse chaos betekent eurochaos. “Dan heb ik het niet over een paar jaar, maar over een paar maanden.”

De Nederlandse toon in Brussel

Die Italiaanse verkiezingen zijn een dominosteen die noch de Europese Centrale Bank, noch de Europese Commissie onder controle kan hebben. Maar, zegt Benink, “we kunnen ons wel voorbereiden op dit scenario en onderzoeken hoe we de Italiaanse regering ter wille kunnen zijn”. Met de vinger gaan wijzen, ”jullie hebben de zaken niet op orde”, zoals oud-Financiënminister Wopke Hoekstra deed tijdens de coronacrisis, is niet de manier volgens Benink. “Dat moet je niet tegen een rechts-populistische regering zeggen, dan gaan ze helemaal op tilt.”

Nadenken over de toon dus. Daar is Nederland op het gebied van Europese financiën niet altijd tactisch in geweest, al ziet Benink wel een verandering. Hoekstra kreeg Zuid-Europa tegen zich in het harnas tijdens de coronacrisis, en zijn voorganger Jeroen Dijsselbloem maakte zich eveneens onsterfelijk met zijn Schnaps und Frauen-uitspraak. Hoe schadelijk die opmerkingen zijn, merkte Benink onder andere bij zijn collega’s in Europa. “De toon van Kaag is al een stuk beter dan Hoekstra, maar de relatie is wel beschadigd”.

Ondanks toenaderingspogingen, zoals een Spaans-Nederlands non-paper over Europese financiën, neemt Sigrid Kaag nog steeds de bekende Nederlandse houding aan, vindt Benink. Zo plaatste ze bij de discussie over het nieuwe ECB-instrument voor Zuid-Europa juridische vraagtekens bij het plan, terwijl een vergelijkbaar instrument (Outright Monetary Transactions, OMT) al door het Europees Hof is goedgekeurd. “Die uitspraak had ook wat anders gekund, door bijvoorbeeld te wijzen op het Europese belang van het plan”, zegt Benink.

Toekomstvisies: OMT-light en pan-Europese fondsen

Toch heeft Benink zelf ook kritiek op het nieuwe schuldenopkoopinstrument van de ECB. Hij is voorzitter van een groep Europese hoogleraren, vakgenoten, waarmee hij tot een alternatief kwam. Het instrument moet, transparanter, democratischer en minder vrijblijvend, vinden zij. Ze stellen een ‘light’-versie van het al bestaande OMT voor. De ECB hakt nu de knoop door over schuldenopkoop, maar daar zou het Europese stabiliteitsfonds (ESM) aan gekoppeld moeten worden. Dan moeten landen waarvan schulden worden opgekocht zich committeren aan hervormingsafspraken en kan daar ook niet zomaar van afgeweken worden. Dat zou een vangnet betekenen bij een politieke crisis zoals in Italië. Bovendien: de Europese Financiënministers maken deel uit van het ESM-bestuur, waardoor het besluit democratischer wordt gemaakt. Van het OMT is ook zeker dat het juridisch in orde is, daarop is het nieuwe instrument nog niet getoetst, concludeert Benink. 

De hoogleraar heeft nog een visie voor de toekomst: pan-Europese investeringsfondsen. De eurolanden hebben een gezamenlijke munt, maar de risico’s die dat met zich meebrengt zijn niet goed verdeeld. ”Investeringen die van pan-Europees belang zijn, zoals klimaat en digitalisering, zou je met pan-Europese fondsen kunnen financieren. Zo zou je uitgaven die nu bij lidstaten liggen, Europees kunnen gaan doen.” Een voorbeeld is het coronaherstelfonds, dat is gefinancierd met obligaties die de Europese Commissie uitgaf op de kapitaalmarkt. Rente en aflossing worden dan betaald via de Europese begroting, legt Benink uit. Het is niét hetzelfde als eurobonds, zegt Benink: dat is een bundeling van nationale schulden, “dat verschil is van belang omdat Eurobonds politiek zo’n splijtzwam zijn.”

Over zijn pan-Europese voorstel constateert Benink: “als de nieuwe Italiaanse regering zich niet houdt aan de afgesproken hervormingen voor het Europese herstelfonds, wordt het politiek lastiger om nieuwe pan-Europese investeringsfondsen op te richten.”

Het gras is altijd groener bij de buren.
Verken je horizon en ga ook eens vissen in een andere vijver!

Word lid Meer informatie