De conferentie heeft tot doel jongere generaties actiever te betrekken bij de vormgeving van het “veiligheidslandschap” van de toekomst. “Veel van wat de afgelopen decennia vanzelfsprekend was, is dat niet langer”, was de inleidende boodschap van de conferentie. “Voor de volgende generatie zullen vrede en veiligheid er fundamenteel anders uit zien dan voor hen die in het tijdperk na 1945 zijn opgegroeid”.
Niettemin bleef de rol van de Next Gen in Den Haag beperkt. Onder de sprekers uit de wetenschap, de politiek, het leger en het bedrijfsleven waren voornamelijk gevestigde namen te vinden, zoals generaal en commandant der strijdkrachten Onno Eichelsheim, Bob Deen, hoofd van de afdeling veiligheid van Clingendael, en VS ambassadeur Joseph Polopo. Premier Rob Jetten opende de conferentie.
Samenwerking en voortrekkersrol
Hiermee gaf Jetten zijn eerste internationale toespraak over het buitenlandbeleid van zijn kabinet. Hij herhaalde de inmiddels bekende boodschap in Europa: de Europese Unie moet op eigen benen leren staan, niet door zich los te maken van de VS, maar door een gelijkwaardige veiligheidspartner te worden. En dat moet gebeuren door een sterke Europese pijler binnen de NAVO te vormen. Daarvoor is meer Europese samenwerking noodzakelijk en daarin ziet Jetten een voortrekkersrol voor Nederland weggelegd.
Maar op die samenwerking loopt de versterking van de Europese veiligheid juist spaak. Met name Frankrijk en Duitsland staan huiverig tegenover het optuigen van een Europese defensie-industrie, omdat ze hun eigen industrie willen beschermen.
Next Gen
Jetten sloot zijn openingsrede af door zich tot de ´Next Genners´ te wenden. “Op ruwe wijze hebben we geleerd dat de geschiedenis niet is geëindigd. Het is nu aan een nieuwe generatie om het voortouw te nemen.”
Kwam de jongere generatie woensdag op de eerste dag van de conferentie nauwelijks aan het woord, op de tweede dag kwamen ze in groten getale opdagen op de campus van Universiteit van Leiden.
Eenduidige boodschap
Een eenduidige boodschap over hoe de Europese veiligheid gestalte moest krijgen, was er niet. Het ging tijdens panelgesprekken veel over andere wereldmachten – de Verenigde Staten, Rusland en China – maar op de vraag hoe het eigen continent verdedigd moet worden lijken de deskundigen nog geen antwoord te hebben gevonden.
Misschien staat de twijfel in Den Haag wel voor iets groters: de twijfel in Europa. Lidstaten willen wel, maar niemand weet hoe. Heeft de jeugd dan de toekomst? Op de vraag wie na haar of zijn studie een start-up in de defensie-industrie zou willen beginnen, gingen slechts twee handen omhoog.