100 euro om over de Belgische wegen te mogen rijden? Plan stuit op meerdere belemmeringen

Elke week kiest de redactie van Brusselse Nieuwe een verdiepend verhaal uit een van onze thematische nieuwsbrieven. Deze week de Nieuwsbrief Mobiliteit. België is dichtbij het invoeren van een tol voor buitenlandse automobilisten. Aan het plan zitten echter nog veel haken en ogen.

4 min. leestijd
Berchem, province Antwerp, Belgium - May 12, 2023: multiple highway autostrade Ring 1 A1 commuters in their cars and truck drivers riding slowly in a traffic jam
Premium
Snelweg in België. (Foto: iStock).

100 euro per jaar om over de Belgische weg te mogen rijden? Dat bedrag is “vrij hoog”, constateerde demissionair minister van Infrastructuur en Waterstaat Robert Tieman na afloop van de ministerraad afgelopen vrijdag. Tieman zei begrip te hebben voor de Belgische plannen, omdat ook Nederland worstelt met de oplopende kosten voor onderhoud van wegen en bruggen. Maar moeten automobilisten die incidenteel in België rijden ook echt 100 euro betalen per jaar? Dat leek de minister buiten proportie. “Ik moet me nog even goed laten informeren”, aldus Tieman. 

Het bedrag van 100 euro circuleerde de afgelopen weken in uiteenlopende media. Van Autoweek tot het AD: zij waarschuwden reizigers dat wie via België naar Frankrijk rijdt, mogelijk extra kosten moet maken als het vignet wordt ingevoerd. Ook de Tweede Kamer maakte zich zorgen en riep Tieman dinsdag op het matje. VVD, CDA, SGP, BBB, D66, Denk en de Groep Markuszower riepen Tieman op bezwaar te maken in Brussel. Niet alleen tegen het Belgische plan, maar ook tegen andere plannen om tol in te voeren. Anders ontstaat er een lappendeken aan verschillende tolheffingen, iets wat volgens D66-Kamerlid Robert van Asten niet in lijn is met de Europese gedachte.

Kortlopende vignetten

In België zijn Vlaanderen en Wallonië het in grote lijnen eens over de invoering van een wegenvignet voor personenauto’s. Dat zou ongeveer 100 euro per jaar gaan kosten. Voor inwoners van deze gewesten zou dat niet leiden tot hogere lasten, omdat het vignet wordt verrekend met bestaande autobelastingen, zoals de jaarlijkse verkeersbelasting. Het doel van het vignet is daarmee expliciet ook om buitenlandse weggebruikers te laten meebetalen aan het onderhoud van de Belgische wegen. Een officieel wetsvoorstel is echter nog niet gepresenteerd. Wel wordt in de Belgische politiek gesproken over kortlopende vignetten (bijvoorbeeld voor één dag of tien dagen), om te voorkomen dat incidentele passanten meteen het volledige jaarbedrag moeten betalen. Dat zou aansluiten bij het systeem in Oostenrijk. Daar kost een jaarvignet 106,80 euro, een dagvignet 9,60 euro en een tien-dagenvignet 12,80 euro.

Het vignet zou uitsluitend gelden voor autosnelwegen en de belangrijkste verbindingswegen (de zogenoemde hoofdassen), bevestigde de Vlaamse mobiliteitsminister Ben Weyts. Lokale en gemeentelijke wegen zouden buiten de regeling blijven. De handhaving zou gebeuren via automatische nummerplaatherkenning.

Brussel ligt dwars

Voordat het vignet daadwerkelijk kan worden ingevoerd, is er echter een groot politiek obstakel: het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. België bestaat uit drie gewesten – Vlaanderen, Wallonië en Brussel – die elk bevoegd zijn voor wegenbeheer en autobelastingen. Brussel zit sinds de regionale verkiezingen van juni 2024 zonder volwaardige regering en verkeert sindsdien in demissionaire status en behandelen alleen lopende zaken. Dat betekent dat er geen nieuw beleid met financiële of structurele impact mag worden ingevoerd. Die situatie kan, als de formatie blijft vastlopen, zelfs aanhouden tot de volgende regionale verkiezingen in 2029. Brussel kan zich daardoor momenteel niet verbinden aan een intergewestelijk akkoord over het vignet. Dat speelt los van de inhoudelijke discussie: ook vóór de regeringscrisis bestond in Brussel weerstand tegen vaste mobiliteitsheffingen, zoals eerder bleek bij voorstellen voor rekeningrijden.

In theorie zouden Vlaanderen en Wallonië het vignet ook zonder Brussel kunnen invoeren. In de praktijk is dat problematisch. Brusselaars zouden dan boven op hun eigen verkeersbelasting alsnog een vignet moeten kopen zodra zij buiten hun gewest rijden. Bovendien ontstaat er een “gat” in het systeem, omdat Brussel geografisch tussen Vlaanderen en Wallonië ligt. Voor Nederlandse automobilisten maakt de Brusselse afwezigheid overigens weinig verschil: wie vanuit Nederland België binnenrijdt, komt altijd eerst in Vlaanderen terecht en zou daar dus vignetplichtig zijn.

Mag het wel?

Los van de Belgische politieke impasse is er nog een juridisch risico op Europees niveau. EU-regels verbieden een wegenvignet niet, maar stellen wel grenzen. Duitsland probeerde tussen 2015 en 2019 een personenautovignet in te voeren voor het gebruik van de snelwegen. Hoewel het vignet formeel voor iedereen gold, werden Duitse automobilisten volledig gecompenseerd via een verlaging van de motorrijtuigenbelasting. Oostenrijk stapte daarop naar het Europees Hof van Justitie, dat in 2019 oordeelde dat het systeem in de praktijk neerkwam op indirecte discriminatie van buitenlandse bestuurders en daarom in strijd was met het EU-recht.

Een vignet is dus alleen houdbaar als het in effect gelijk uitpakt voor binnenlandse en buitenlandse automobilisten. Als Belgische bestuurders via belastingverlagingen vrijwel volledig worden gecompenseerd en buitenlanders niet, kan dat juridisch problematisch worden. Oostenrijk ontspringt die dans omdat daar iedereen betaalt, ongeacht nationaliteit, zonder fiscale compensatie achteraf.

Dit artikel verscheen eerder in de Nieuwsbrief Mobiliteit. Daarin praat eindredacteur Sander van Vliet je elke twee weken bij over de laatste ontwikkelingen. Alles komt voorbij: de Europese auto-industrie, gratis handbagage, duurzame brandstoffen, Europese treinkaartjes en nog veel meer. Abonneer je nu, daarmee steun je onafhankelijke (Europese) journalistiek.