Het waren er weer honderden: burgemeesters, wethouders, gedeputeerden en andere lokale en regionale bestuurders en hun adviseurs, die rond de Trierstraat wandelden tijdens de Europese Week van de Regio’s en Steden. Er was één vraag die heel vaak werd gesteld: hoe gaat dat de komende jaren met EU-financiering voor lokale projecten? Een zeer actuele vraag – juist deze week was er weer een slag in de oorlog over de centen tussen de 27 landen op de Europese top.
Maar die gaat vooral over ‘wat we betalen aan Brussel’. Ik wil het met u hebben over de uitgaven, want die gaan op de schop: Het voorstel van de Europese Commissie voor de nieuwe organisatie van plannen voor “nationaal en regionaal partnerschap” stelde voor om een groot deel van de bestaande fondsen onder te brengen in één overkoepelend kader. Beheerd en uitgedeeld via de nationale hoofdsteden.
Hoofdsteden de baas?
Centralisatie, menen veel regiobestuurders. Zijn gemeenten en provincies zijn straks overgeleverd aan Den Haag om verworven rechten op Europese gelden veilig te stellen? Dat is niet ondenkbaar. In alle snelheid rond het optuigen van de Europese coronaherstelfondsen werden regio’s immers nauwelijks betrokken.
Dat moet anders. Een kans op bestuurlijke vernieuwing; voor ‘een cirkel van interactie, van Europees niveau naar nationaal, regionaal en lokaal, met opgedane ervaringen en resultaten weer terug naar Brussel”, hoopt de Commissie.
De herinrichting van de EU-fondsen mag nieuw hebben geklonken voor zojuist verkozen gemeenteraadsleden en wethouders, maar die loopt al meer dan een jaar. “Als dit voorstel wordt aangenomen zoals het er nu uitziet, dreigen we tegen 2034 minder Europa – of zelfs helemaal geen Europa – te hebben.” waarschuwde Emil Boc, burgemeester van het Roemeense Cluj-Napoca en rapporteur van het Comité van de Regio’s op het onderwerp ‘buitensporige centralisatie’ in reactie op het eerste voorstel. De eerste Nederlandse kabinetsreactie waarschuwde voor complexiteit in de samenwerking tussen ministeries, medeoverheden en uitvoeringsorganisaties: “De nieuwe structuur zou onderworpen kunnen worden aan een praktijktoets om een goed beeld te krijgen of het nieuwe stelsel en de governance effectiever en drempelverlagend werken”.
Europees Parlement aan zet
In Brussel hebben Nederlandse ambtenaren en hun collega’s van de 26 andere landen lang over het plan vergaderd. De Nederlandse inbreng werd gevoed door zorgen vanuit de Kamer, die de kritiek van gemeenten en provincies echode. Zo was er de aangenomen motie van D66 Kamerlid Steven Neijenhuis en Elles van Ark (CDA), ingediend bij het debat over de Raad voor Werkgelegenheid en Sociaal Beleid in de Tweede Kamer.
Vlak voor de zomer bereikten de landen samen een onderhandelingspositie, maar veel gevoelige punten zijn bewust opengelaten voor de discussie met het Europees Parlement. De Kroaat Karlo Ressler en de Bulgaar Andrey Novakov, een cohesieveteraan die ooit zelf op het stadhuis van Blagoevgrad werkte, zullen als rapporteurs het standpunt van het Europees Parlement over op papier zetten. Op dit moment smeden ze een compromisverslag, waarover eind 2026 gestemd wordt.
Bel je partijgenoot
Of een subsidieprogramma als ‘Kansen voor West’ blijft bestaan, hangt af van hoe het Rijk het Nederlandse plan inricht. Buitenlandse Zaken en Financiën trekken samen op, in nauwe samenwerking met andere ministeries en de koepels van medeoverheden. Dat geldt voor alle 27 landen. Het Estse ministerie van Financiën ging als een speer. Het ontving voor de deadline van 13 maart 50 voorstellen. Er waren seminars, een publieke consultatie en parlementaire sessies. Het resultaat: Estland was onlangs de eerste lidstaat die met de Europese Commissie de onderhandelingen over het plan startte. Het doel is het Estse partnerschapsplan in december af te ronden; zodat de financiering zoals gepland in 2028 kan beginnen.
Nederland en Estland kregen complimenten van de Commissie. Want ook in Den Haag was er in de eerste week van oktober een brede bijeenkomst over de nationale en regionale partnership plannen, ofwel ‘het NRPP’ (onthoud die term). De klok tikt, want lidstaten kunnen al vanaf juni 2027 een eerste conceptplan indienen. Het advies aan alle gemeente- en provincie-bestuurders, adviseurs en experts die deze week met hoofden vol EU-informatie uit Brussel terugkwamen: wacht niet op een definitief besluit uit Den Haag. Bel vandaag nog je partijgenoot, informeer je via de Haagse kanalen, volg wat regering en Tweede en Eerste Kamer doen. En vooral: zie de EU-begroting niet als een bedreiging (zoals het kabinet) – maar investeer in professioneel Europees werken in je eigen gemeente of provincie.
De nieuwsbrief Post uit Brussel is vernieuwd! Naast deze column van Mendeltje lees je daarin voortaan ook de laatste ontwikkelingen van de redactie over wetsvoorstellen uit Brussel die bij politiek Den Haag binnen komen. En we geven je elke twee weken een overzicht van de kabinetsreacties van de regering op die Europese plannen. Kortom, meer post uit Brussel! Neem hier een abonnement.