Europa moet het schaarse rivierwater eerlijker verdelen over de lidstaten. Met die boodschap klopte de Unie van Waterschappen aan bij het kabinet van Eurocommissaris Wopke Hoekstra in Brussel. In een brief roept de Unie op tot Europese regels voor de verdeling van rivierwater, nu de rivieren historisch laag staan en er niet voor iedereen genoeg overblijft.
Want wie dit artikel leest op een willekeurige regenachtige dag deze week, zou de droge zomer zomaar kunnen zijn vergeten. Met aanhoudende regen en gematigde temperaturen lijken de hittegolven, bosbranden en drooggevallen rivieren verleden tijd. Toch is de extreme droogte van 2026 niet in één klap voorbij, nuanceert Rijkswaterstaat die gedachte.
Zo heeft de Rijn, die door haar bedroevend lage waterstand meermaals het nieuws haalde, het dieptepunt nog niet bereikt. De waterstanden in de Nederlandse rivieren zijn naar verwachting pas in december weer op peil, en dat alleen bij een zeer natte herfst. Niet voor niets behoort 2026 tot de vijf procent droogste jaren.
Droogte in Europa
En dat voelt heel Europa. De Volkskrant bracht pijnlijk in beeld hoe rivieren over het hele continent zuchten onder de droogte. Zo zijn kerncentrales in Noordoost-Frankrijk stilgezet, omdat er te weinig water in de Maas staat om te koelen. Ook nadert de Donau in Boedapest haar laagste waterstand ooit gemeten. En de Po in Noord-Italië is zelfs volledig drooggevallen.
Het water van Europa’s grote rivieren stopt niet met stromen bij de grens, en dus zijn lage waterstanden bij uitstek een probleem dat landsgrenzen overstijgt. Nederland, dat als benedenstrooms land afhankelijk is van wat andere landen overlaten, is vooralsnog overgeleverd aan vrijwillige afspraken tussen landen onderling.
In 2024 schreef de Unie van Waterschappen ook al een brief aan de Europese Commissie, maar ditmaal klinkt haar roep om regels vanuit de Europese Unie nog luider. Welke regels hebben we eigenlijk vanuit Europa om het water uit de rivieren eerlijk te verdelen?
Veertig miljard euro
Het korte antwoord: geen. Dat betekent niet dat Brussel zich niet bewust is van de schaarste: de Europese Commissie voorspelt dat de wereldwijde vraag naar zoetwater in 2030 veertig procent hoger ligt dan de beschikbare hoeveelheid. De Europese drinkwatervoorraden komen niet direct in het nauw, maar dat boeren, industrieën en transport lijden onder de droogte is evident.
Dat gaat gepaard met het nodige welvaartsverlies. Volgens cijfers van de Europese Commissie zorgde de droogte uit 2022, een uitzonderlijk droog jaar in Europa, voor een “buitengewoon verlies” van 40 miljard euro. Dat komt bijvoorbeeld doordat energieprijzen stijgen door haperende waterkrachtcentrales, doordat binnenschepen geen vracht kunnen meenemen en doordat oogsten dreigen te mislukken omdat boeren niet mogen sproeien.
Daarom presenteerde de Commissie vorig jaar de Waterweerbaarheidsstrategie, die onder andere het waterverbruik in de EU tegen 2030 met tien procent moet verlagen. Ook is de Commissie van plan de Europese systemen die droogtes voorspellen te verbeteren, zodat lidstaten beter kunnen anticiperen op waterschaarste. Maar hoe landen rivierwater onderling moeten verdelen, staat nergens vastgelegd.
Landencommissies
Die verantwoordelijkheid ligt bij nationale overheden. Zij verenigen zich in zogeheten landencommissies die per rivier en stroomgebied afspraken maken. Zo bepaalt een gezelschap van vertegenwoordigers uit Nederland, Duitsland, Zwitserland, Frankrijk, Luxemburg, Wallonië, Liechtenstein, Oostenrijk en de Europese Commissie wat er met het Rijnwater gebeurt. Soortgelijke commissies bestaan voor de Maas, de Schelde en de Eems.
Deze commissies werken samen om waterkwaliteit te waarborgen, overstroming te voorkomen en metingen te doen, maar ook zij hebben geen duidelijke regels over de verdeling van het water tussen landen. Bovendien zijn de afspraken die er wél zijn te vrijblijvend en schiet de uitvoering tekort, oordeelt de Unie van Waterschappen.
Dit verhaal kon alleen gemaakt worden dankzij lezers die Brusselse Nieuwe steunen. Tijdens het reces publiceren we uitgebreide interviews, achtergronden en reportages als deze. Wil je die na de zomer blijven ontvangen? Neem een abonnement en zorg dat we dit soort verhalen kunnen blijven maken.
‘Geen toeval’
Daarom dringen de waterschappen in hun brief aan op nieuwe Europese regels die de afspraken wettelijk vastleggen. “De huidige afspraken zijn niet bindend genoeg”, legt Unievoorzitter Jeroen Haan uit. “Dat gat moet worden gevuld met Europese wetgeving.” “Het mag geen toeval meer zijn dat er goed wordt samengewerkt over de grens”, voegt een woordvoerder toe.
Prioriteit van Haan is dat de EU iets bedenkt om afwenteling – het afschuiven van klimaatrisico’s op andere landen – te voorkomen. Volgens hem moeten er daarom Europese afspraken komen tussen landen over de verdeling van water in perioden van droogte, zodat niemand zonder water komt te zitten. Nederland heeft bij uitstek belang bij goede afspraken, omdat het als benedenstrooms land kwetsbaarder is dan andere landen.
Plan van Hoekstra
Die timing is niet toevallig. Hoekstra presenteert in oktober een Europees plan m lidstaten te helpen zich voor te bereiden op de toenemende risico’s van klimaatverandering.
De waterschappen willen Hoekstra met hun brief overtuigen om water een centrale plek te geven in dit plan, met nadruk op internationale samenwerking. Het is volgens de waterschappen belangrijk om afspraken te maken in de zogeheten ‘koude fase’, nu er nog geen conflicten zijn. In Brussel spraken zij ook met Europarlementariër Marit Maij (Pro), die zich inzet voor internationale samenwerking in Europa.
Of de brief effect sorteert is nog even afwachten, het kabinet van Hoekstra kon nog niets zeggen over de plannen. Tot die tijd is het hopen dat het flink blijft regenen.