In de Tweede Kamer werd vorige week de petitie ‘Wij willen parttime aan de slag!’ overhandigd aan de commissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Initiatiefnemers roepen het kabinet en werkgevers op om meer deeltijdfuncties te creëren, ook voor vier tot zes uur per dag. Zo kunnen ook mensen met een arbeidsbeperking of mantelzorgers makkelijker aan de slag.
De oproep voor flexibeler deeltijdwerken valt samen met een andere trend in Europa: meer werknemers maken kolossale werkweken. Zo blijkt uit onderzoek van de Portugese tak van Randstad dat maar liefst 12,4 procent van de Griekse werkenden regelmatig 49 uur of meer per week werkt. Dat ligt boven de Europese norm van 48 uur per week. In Cyprus overschrijdt 10 procent van de werkenden deze limiet, in Frankrijk 9,7 procent en in Portugal 9,1 procent. Dat is beduidend meer dan het Europees gemiddelde van 6,5 procent.
In Nederland werkt ‘slechts’ zo’n 5 tot 6 procent 49 uur of meer per week. De gemiddelde werkweek is hier het kortste van heel Europa. In 2024 werkten Nederlanders zo’n 32,1 uur per week, vier uur minder dan het Europees gemiddelde. Ook toen spanden de Grieken met gemiddeld 39,8 uur de kroon. In de afgelopen jaren is het aandeel Nederlanders met grote deeltijdbanen opnieuw gestegen, meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek in november.
Deeltijd als luxe
Het is geen verrassing dat Nederland kampioen deeltijdwerken is. “We hebben het motto ‘je werkt om te leven, je leeft niet om te werken’”, vertelt Ton Wilthagen, hoogleraar institutioneel-juridische aspecten van de arbeidsmarkt aan Tilburg University. “Nergens is het arbeidsethos kleiner dan hier.”
Dat betekent niet dat Nederlanders niet hard werken of lui zijn. Sterker nog: de productiviteit, arbeidsparticipatie en AOW-leeftijd zijn relatief hoog – maar dat zij simpelweg meer waarde hechten aan andere zaken dan werk. “Er is een enorme hang naar minder werken. Ook in de statistieken zien we terug dat Nederlandse mannen het liefst minder uren zouden willen maken.” Wilthagen ziet het als een luxe om die parttimewensen te hebben. “In Roemenië of Bosnië kan men zich die voorkeuren niet veroorloven.”
Er bestaat volgens de hoogleraar een splitsing tussen landen waar lang wordt doorgewerkt en waar de productiviteit hoog is, zoals in de Scandinavische landen, en landen waar mensen relatief kort werken en niet al te productief zijn. Grieken hebben relatief lage arbeidsparticipatie. Griekse vrouwen kampen met hogere werkloosheidscijfers en een vroegpensioen vanaf 62 jaar. “Om rond te komen moeten zij het hebben van het aantal gewerkte uren”, legt Wilthagen uit. “Nederland zet juist meer in op het aantal mensen dat werkt en op langer doorwerken, in plaats van op langere werkweken.”
Internationale kritiek
Toch werken ook inwoners van landen die op ons lijken, zoals onze Zuiderburen, meer dan Nederlanders. “In België werken vrouwen meer uren en vinden ze het geen probleem om kinderen meerdere dagen naar de opvang te brengen”, licht de hoogleraar toe. De verlofregelingen en kinderopvang zijn in Brussel een stuk beter geregeld. “Dat is in Nederland nog steeds problematisch.”
Ondanks de hang naar korte werkweken is deeltijdwerken voor Nederlanders met een arbeidsbeperking of mantelzorgtaken vaak geen optie. Wilthagen steunt het initiatief om deze mensen die willen werken te faciliteren: “De Verenigde Naties hebben ons eerder al flink op de vingers getikt dat we een heel gesloten arbeidsmarkt hebben, waarin mensen met een vlekje worden uitgesloten.” Dat komt volgens hem onder meer door de tweejarige loondoorbetalingsplicht van werkgevers bij ziekte. “Die regeling bestaat vrijwel nergens anders in de wereld en maakt werkgevers ontzettend risicoavers.”
Vergrijzing
Vakbond CNV pleit voor een dertigurige werkweek in Nederland als oplossing voor de krappe arbeidsmarkt en ter voorkoming van burn-outs. “In de praktijk hebben veel mensen die al”, nuanceert Wilthagen. “De veronderstelling dat minder werken leidt tot meer productiviteit vind ik mooi, maar er is geen enkel bewijs voor.”
Met een krappe arbeidsmarkt en een vergrijzende bevolking roept hij daarom op om terughoudend te zijn met zulke voorstellen. Sinds 2008 wordt al gewaarschuwd voor nieuwe verhoudingen in de samenleving, die vooral de druk op de jonge generatie zullen verhogen en om meer zorgpersoneel vragen. “Eén werkende zal voor twee moeten gaan zorgen en verdienen”, aldus Wilthagen.
Nederlanders hebben volgens Wilthagen ‘deeltijdvoorkeuren’ en ‘voltijdverwachtingen’. Als er straks te weinig mensen zijn om essentiële taken uit te voeren, zoals aan het bed staan of een trein besturen, zullen welvarende landen volgens hem moeten versoberen. “We weten al langer dat dat zo is, maar vinden het ongezellig”, licht hij toe. “In plaats daarvan hopen we met technologie, AI en robotisering de productiviteit te verhogen.” De technologische innovaties bieden op dit moment nog geen garantie dat Nederland met minder werkenden vooruit kan.
Meer uren in de week werken zou kunnen bijdragen aan de oplossing, maar daarvoor is het draagvlak beperkt. Uiteindelijk zal men volgens Wilthagen wel moeten: “We zijn bevoordeeld, maar dat biedt geen garantie voor de toekomst.”
Wil je meer van dit soort verhalen? Abonneer je dan op de Nieuwsbrief Van economie tot euro. Daarin praat Emma du Chatinier je elke twee weken bij met al het economische nieuws uit Brussel, Den Haag en de rest van Europa. Of het nu gaat om de digitale euro, de hoge energieprijzen of de arbeidsmarkt: alles komt voorbij.
