Wim van de Camp roept de EU op: “Kies voor de trein!”

“De Europese Commissie en de EU-lidstaten kiezen nog steeds niet écht voor de trein”, concludeert CDA’er Wim van de Camp aan het eind van zijn ambassadeurschap voor het Europese Jaar van de Trein. 

3 min. leestijd

Ondanks Frans Timmermans’ “ere wie ere toekomt”, “is er in de EU nog steeds een strijd tussen transportmodes”, zegt Wim van de Camp. Eerlijke concurrentie is belangrijk, “maar als we die Green Deal willen organiseren, moeten we keuzes maken”. Vandaar de titel van het eindverslag dat Van de Camp inleverde bij staatssecretaris Vivianne Heijnen (Infrastructuur, CDA): “Trek uw conclusies, maak uw keuzes”.

Oproep tot samenwerking

Volgens Wim van de Camp, voormalig Europarlementariër en oud-Tweede Kamerlid voor het CDA,  hadden veel obstakels twintig jaar geleden al moeten worden weggenomen. Dat is een van de twee ‘ondertonen’ in zijn eindverslag over de Europese spoorwegen, vertelt hij. De tweede ondertoon: de internationale trein wordt nog steeds tussen de nationale treinen “gefrommeld”. 

“Treinmaatschappijen zijn te nationaal georiënteerd, daar ben ik teleurgesteld in”, vertelt Van de Camp. Doordat internationale treinverbindingen ingepast worden in nationale dienstregelingen, in plaats van andersom, zijn internationale reizen nog vaak omslachtig. Treinmaatschappijen zijn onderling erg terughoudend in het uitwisselen van gegevens en dat zit een efficiënte dienstregeling in de weg.

Italië loopt in dat opzicht voorop, zegt Van de Camp. Met hogesnelheidstreinen hebben ze het land goed bereisbaar gemaakt. Reizigers leggen daar nu lange afstanden over het spoor af, en doordat de omzet van de treinmaatschappij omhoogliep, gingen de reisprijzen omlaag, zag Van de Camp.

Gelijk speelveld

Treinreizen is duur, dat is een bekend probleem. En alhoewel de concurrerende wegsector met tolheffingen, accijnzen en het ETS financieel wordt belast, “blijft de luchtvaartsector tot nu toe buiten schot”, constateert Van de Camp in zijn eindverslag. In het coalitieakkoord van het huidige kabinet zijn voorstellen opgenomen om die luchtvaartsector financieel wat minder aantrekkelijk te maken, maar die moeten ook worden uitgevoerd, anders blijft het bij “mooie woorden”, waarschuwt de Europese spoorambassadeur. Door de luchtvaart financieel te belasten, wordt er een gelijk speelveld gecreëerd, legt Van de Camp uit, en is er tussen de transportsectoren eerlijke concurrentie. Met Italië als voorbeeld voorziet hij: hoe meer mensen vervolgens met de trein gaan, hoe aantrekkelijker de prijzen.

Materieelkwestie

Een ander probleem voor de Europese spoorwegen, constateert Van de Camp, is dat “materieel over de grens vaak niet werkt”. De vliegsector heeft het wat dat betreft ook makkelijker. Een voorbeeld van een Europese oplossing is het ERTMS, een beveiligingssysteem. Die beveiliging is nog vaak in elk land anders geregeld, maar met het ERTMS zal dat in elke lidstaat geüniformeerd zijn. De implementatie ervan zal nog wel even duren en is “hartstikke duur”, waarschuwt Van de Camp, maar het is een belangrijke stap. ProRail noemt de implementatie op hun site “onze grootste klus ooit”. 

Gezamenlijke tickets in 2030

Staatssecretaris Heijnen belooft de NS te vragen hoe het zit met internationale treinkaarten. Wie een verre reis over het spoor wil maken, is vaak wel even bezig met de boeking. Treinmaatschappijen werken niet altijd samen over de grens, reizen zijn soms slechts deels in één systeem te boeken en prijzen kunnen per maatschappij flink verschillen. Een groep Europese treinmaatschappijen is bezig met het opzetten van “CER roodmap rail ticketing”, dat het makkelijker moet maken om verre treinreizen te boeken. Heijnen gaat de Nederlandse Spoorwegen (NS) vragen of dat project gaat helpen, en wanneer het af is. Op de website spreekt het samenwerkingsverband over een “lange termijnvisie voor 2030”.

Het gras is altijd groener bij de buren.
Verken je horizon en ga ook eens vissen in een andere vijver!

Word lid Meer informatie