Tweede Kamer: wie is de baas over de waterstofeconomie?

3 min. leestijd

De Tweede Kamer roept ambtenaren van het ministerie van Economische Zaken en het staatsbedrijf GasUnie naar het parlement voor een hoorzitting over de bouw van een waterstoffabriek in Groningen. Het project is de Nederlandse variant van de waterstofkoorts die is uitgebroken in de Europese Unie.

Maar na een kritische reportage van Nieuwsuur zijn politici van links tot rechts bezorgd over de financiële gevolgen van afspraken die zijn gemaakt tussen de overheid, de Gasunie en bedrijven als Shell en het Duitse RWE.

Groene revolutie

De bedoeling is dat in de Eemshaven een innovatieve industrie ontstaat die met stroom van de windmolenparken op de Noordzee waterstof produceert. De gasinfrastructuur van Gasunie kan dan dankzij waterstof aan een tweede leven beginnen, als over een paar jaar de aardgaswinning stopt. 

Het kabinet maakt in de begroting voor 2022 een investering van 750 miljoen euro vrij voor de ontwikkeling van het waterstofproject. De Tweede Kamer wil weten hoe de afspraken tussen de Staat, Gasunie en Shell er precies uitzien. Silvio Erkens (VVD) laat weten: ‘Er komt een enorme waterstofmarkt. Vergelijkbaar met fossiel nu. Dat willen we bespreken voordat die markt een voldongen feit is.’

Joris Thijssen (PvdA-Kamerlid en oud-directeur van Greenpeace) zet het nog wat scherper neer: ‘Ik zie Shell vooral als geldmachine voor de aandeelhouders die de winsten maakt in fossiel.’ Hij vraagt zich af of het oliebedrijf, dat op zoek is naar een toekomst voor zichzelf in een CO2-neutrale wereld, wel de beste partij is om mee samen te werken bij de ontwikkeling van de waterstofindustrie.

Nieuwsuur publiceerde vorige week dat er ook binnen het ministerie van EZK en bij de GasUnie zorgen zijn over de rol van bedrijven als Shell. Daarbij staat de vraag centraal wie uiteindelijk eigenaar is van de infrastructuur die met belastinggeld is opgezet.

Ontelbare miljarden EU-geld

Het CO2-neutrale waterstof speelt een cruciale rol in de Klimaatplannen van de Europese Unie. Politici op het hele continent dromen over de groene toekomst die met de ‘waterstofeconomie’ in het verschiet zou liggen.

De Europese Unie stelt daarom vele miljarden euro’s beschikbaar voor investeringen. Er moet infrastructuur worden gebouwd voor de productie en het transport. En bedrijven moeten hun installaties aanpassen om in plaats van aardgas waterstof te kunnen verbranden.

In landen als Duitsland, Frankrijk en Spanje sloten de overheden al overeenkomsten met het bedrijfsleven en zijn de eerste miljarden al besteed. Nederland loopt achter. Het Groningse project moet daar verandering in aanbrengen.

Nog veel onderzoek nodig

Het waterstofgas wordt gewonnen uit water, door de moleculen te splitsen in waterstof en zuurstof. Het gas kan vervolgens gebruikt worden als brandstof in auto’s of voor het verwarmen van huizen. Maar het is ook een prima grondstof die in de chemische industrie uiteindelijk zelfs aardolie zou kunnen vervangen.

Maar de mogelijkheden zijn op dit moment vooral theoretisch. Er is nog veel technische innovatie nodig om grootschalige productie van waterstof mogelijk te maken. En ook de chemische industrie is nog lang niet zo ver, dat niet aardolie maar waterstof de grondstof is bij de productie van plastic.

Het gras is altijd groener bij de buren.
Verken je horizon en ga ook eens vissen in een andere vijver!

Word lid Meer informatie