Schieten op eigen kanonnen?

3 min. leestijd

Niet 27, maar misschien wel 54 ministers in Brussel. De Raad van Europese ministers bestaat op 21 maart uit zowel de Europese ministers van Buitenlandse Zaken als van Defensie. Samen bespreken ze het Strategisch Kompas – de plannen voor een Europees defensie en veiligheidsbeleid. Harde taal met een vaste troepenmacht, terwijl lidstaten zoals Nederland ook nog eens extra wapens naar Slowakije sturen. Maar waartegen? Uit onderzoek van Investigate Europe blijkt dat een derde van de Europese lidstaten tot een jaar geleden nog wapens leverde aan de Russische federatie.

Vriendschappelijk vuur

Geen verdwaalde kogel of raketinslag op eigen troepenmacht, maar vechten tegen wapens die tot voor kort door Europa aan de Russische federatie werden geleverd. Investigate Europe stelt dat naast kogels, raketten en bommen ook vliegtuigen aan Rusland zijn geleverd door Europa na het embargo (de gehele stop) in 2014. Tot 2020 zouden 10 lidstaten (Frankrijk, Duitsland, Italië, Oostenrijk, Bulgarije, Tsjechië, Kroatië, Finland, Slowakije en Spanje) militair materiaal met een waarde van bijna 350 miljoen euro hebben geëxporteerd.

Hoe kan dat dan? Er werd een gat in de Europese regelgeving gevonden, meldt Investigate Europe. Als een wapendeal voor 2014 werd gesloten, moest dit worden nageleefd. Er werd dus geen onderscheid gemaakt tussen reguliere handel en wapenexport. Terwijl bij dat eerste sprake is van economisch beleid en dat tweede nauw verbonden is aan buitenlands beleid en dus politiek van aard is.

Hoe beschermen we Europa?

De Europese Unie baant de weg voor het Strategisch Kompas dat voor de komende 5 tot 10 jaar richting moet geven aan het Veiligheids-, en Defensiebeleid in Europa. Het is een uiteenzetting van de veiligheidsuitdagingen en het Europese antwoord dat daarop moet volgen. Met de plannen zou de Europese Unie sneller en met meer slagkracht kunnen optreden in crisissituaties.  

Dat klinkt heel mooi, maar gemakkelijk is het zeker niet. Zoals onze verslaggever Laurens Boven eerder deze week omschreef: “het oprichten van een Europees leger één van de laatste taboes van de Europese politiek”. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het plan om een vaste troepenmacht van 5000 militairen op te stellen. In plaats van het beestje bij de naam te noemen, een legereenheid, wordt gesproken over een ‘capaciteit’.

Ministers aan zet

Moeilijke materie dus. Minister Ollongren zei in het Kamerdebat in de aanloop naar de Raad van 21 maart dat de Europese Unie op militair vlak sterker moet worden. Eerder deze week voegde Nederland de daad bij het woord door luchtverdedigingssystemen naar Slowakije, buurland van Oekraïne, te sturen ter afschrikking: 

Maar er moet ook gesleuteld worden aan de Defensie-capaciteit in eigen land. Bijvoorbeeld door het verhogen van de salarissen van Nederlandse militairen. “Het begint bij de mensen”, aldus Ollongren in het televisieprogramma WNL op Zondag. De uitbreiding van het Defensie-budget met 3 miljard euro moet volgens Ollongren vooral de lonen en arbeidsvoorwaarden van Nederlandse militairen ten goede komen. 

In de agenda die Hoekstra heeft gedeeld met de Tweede Kamer stelt de minister dat de Nederlandse inzet ten opzichte van de Russische agressie tegenover Oekraïne hetzelfde zal blijven. Wel steunt het kabinet de verbetering van een Europese defensie ‘capaciteit’ door gezamenlijke trainingen en oefeningen op te zetten. Het moet daarmee een stuk efficiënter worden dan de al bestaande ‘EU Battle Groups’. Wanneer de interventiemacht ingezet kan worden, zal 21 maart waarschijnlijk duidelijk worden, maar de voorkeur gaat uit naar evacuatie-gerichte operaties. 

Het gras is altijd groener bij de buren.
Verken je horizon en ga ook eens vissen in een andere vijver!

Word lid Meer informatie