“Nederland is te passief met waterstof”; interview met Mohammed Chahim

Nederland heeft alles in zich om op het gebied van waterstof dezelfde positie te krijgen als we nu hebben met olie en gas. Aan de vooravond van het eerste debat in de Tweede Kamer over de nieuwe klimaatplannen van de Europese Commissie, dringt de PvdA-Europarlementariër Mohammed Chahim bij het demissionaire kabinet aan op spoed. Hij ziet dat Duitsland en Spanje al volop bezig zijn met het sluiten van strategische partnerschappen met hét waterstofland van de toekomst: Marokko. Maar Nederland, zo zegt Chahim, is nog te passief.

Wat stelt u voor?

We moeten proberen de energietransitie zo goedkoop mogelijk voor elkaar te krijgen. Europa heeft als continent de potentie om heel veel duurzame energie zelf te produceren. Maar het is de vraag of 100% eigen productie vanwege de kosten verstandig is. Je zou een deel kunnen importeren. En de vraag is: welke strategische partnerschappen gaan wij aan.

En u kijkt daarvoor naar Noord-Afrika; naar Marokko?

De Europese Commissie heeft een plan om voor 2030 40 Gigawatt elektrolyse capaciteit voor de productie van waterstof te hebben binnen Europa. Daarnaast moet er 40 Gigawatt buiten Europa geproduceerd worden voor Europees gebruik. Daarvoor kijken we grosso modo richting Oekraïne en Noord-Afrika, omdat dat geografisch het makkelijkst is.

U steunt dat?

Ik steun dat zeker. Voor mij is het wel belangrijk dat als wij gaan investeren in een land, dat zoiets moet gaan onder bepaalde condities. We moeten natuurlijk ook mensenrechten niet vergeten. We moeten er voor zorgen dat het niet ten koste gaat van landbouwgronden in dat soort landen. Het moet dus wel op basis van Europese standaarden.

Waterstof opwekken met zonne-energie in de Sahara. Zijn hier mensen tegen? Dit ligt toch zo voor de hand?

Ik denk niet dat er mensen tegen zijn. Er is jaren geleden al een plan geweest: DESERTEC. Bedacht door Duitse bedrijven. Die wilden een deel van de Sahara vol leggen met zonnepanelen om daarmee de wereld te voorzien van energie. Dat is gestrand om allerlei investeringsredenen. Maar ook omdat er echt wel wantrouwen was bij een aantal Afrikaanse landen die het te ver vonden gaan. Die vonden dat ze er geen deel aan hadden. 

Neokolonialisme?

Ja, zo zou je het kunnen benaderen. Zij zitten in Afrika niet te wachten op Europese plannen die zij dan moeten faciliteren. Zij zoeken een mogelijkheid om op basis van een gelijkwaardig partnerschap projecten te ontwikkelen. Het voordeel van Marokko is, dat ze in 2013 hebben bedacht dat ze een van de leiders willen zijn op het gebied van zonne-energie. Er staat al een van de grootste zonne-energie centrales, een spiegelcentrale, van de wereld. 

U bent daar geweest?

Ja. Bij de stad Ouarzazate. Het is een gigantisch gebied. 30 vierkante kilometer. Als je er omheen moet rennen, ben je wel een tijdje bezig. Super state of the art. Super georganiseerd. En daarvan hebben we er heel veel voor nodig. Dit is een van de onderdelen van hun strategische economische plannen. Zij zouden heel graag de samenwerking met Europa aangaan. 

De debatten over het uitwerken van de klimaatplannen van de Europese Commissie draaien nu. Donderdag spreekt de Tweede Kamer voor het eerst over het zogenaamde Fitfor55-pakket. Wat verwacht u als Europarlementariër van Nederland over waterstof?

Als ik een ideaal plaatje zou schetsen, dan hebben wij in Nederland straks op het gebied van waterstof de positie die we nu hebben op het gebied van olie en gas. Wij hebben in Nederland alle ingrediënten op tafel om een grote speler te worden. De havens van Amsterdam en Rotterdam, die nu de tankstations van Europa zijn voor alles soorten brandstof die je kan maken van olie en gas, kunnen we ombouwen tot waterstofhavens. Daarnaast hebben een enorm chemisch cluster dat we willen behouden voor Nederland. De basis van onze economie is nu het produceren van allerlei koolwaterstofproducten. Die maken we nu met met olie en gas. Waterstof zal in de toekomst een rol krijgen om diezelfde koolwaterstoffen te kunnen maken die we nu uit olie halen.

Moet de Nederlandse overheid dan ook geld gaan steken in de projecten in Marokko?

Dat is vooral voor het bedrijfsleven een keuze. We hebben Vopak, Shell, de havenbedrijven. Zij moeten die strategische allianties in het buitenland aangaan. 

Wat moet de overheid dan wel doen?

De Nederlandse overheid moet een veel actievere rol hebben in de energietransitie. Als het gaat om waterstof, dan moet de overheid niet alleen denken aan het bouwen van de fysieke infrastructuur. We moeten verder denken. Het probleem met waterstof is bijvoorbeeld dat we er nog veel te weinig van hebben. Pas als de productie draait, dan zal de industrie nadenken hoe we ze gaan integreren in de bedrijfsprocessen. 

En die eerste stap is een overheidstaak?

Ik denk dat we waterstofnutsbedrijven moeten gaan opzetten die deels in handen zijn van de overheid. Eigenlijk wat Gasterra nu doet op het gebied van gas. Dat is een bedrijf dat in 2023 of 2024 ophoudt te bestaan, omdat ze op termijn de gaswinning stoppen in Nederland. Ik zou het helemaal geen slecht idee vinden om Gasterra om te bouwen tot een waterstofbedrijf. Er is een internationale markt aan het ontstaan waar Nederland heel snel positie zal moeten innemen. Ik zie de Duitsers, de Fransen en de Spanjaarden dat nu al wel doen. Nederland is nog te passief.

Hoe doen die andere landen dat dan?

Er is bijvoorbeeld al een akkoord tussen de Marokkanen en de Duitsers. Ik weet dat een aantal Nederlandse bedrijven al actief is in Noord-Afrika, maar vanuit de overheid zie ik dat nog niet gebeuren. Ik snap het ook wel, want er zijn wat problemen die we moeten oplossen. De mensenrechten, wij als PvdA maken ons daar ook druk over. Maar dat betekent niet dat we de kans om een gezamenlijke toekomst te hebben met elkaar nu al in de weg moeten lopen.

Ontstaat er niet een nieuwe afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers als we waterstof uit landen als Marokko gaan halen?

Uiteindelijk gaat het erom dat we de afhankelijkheid van het buitenland verminderen. Wat je moet doen, is dat je niet afhankelijk wordt van één land. Dan kan het geopolitiek minder tegen je gebruikt worden dan olie of gas. Je kan het importeren uit Marokko, maar ook uit Australië of Chili. Er zijn verschillende landen die voorop lopen. Uiteindelijk kan je zelf ook de productie opschalen. Iets dat met olie of gas niet kan. 

Als je het hebt over stabiliteit. Er zijn ook spanningen in de Marokkaanse samenleving. Wat doet dit met de gemeenschap daar?

Het is een investering die zo gigantisch is, die zal de economie in landen als Marokko, Niger of Mali fundamenteel gaan veranderen. Met grote gevolgen voor de werkgelegenheid. We hebben het over honderdduizenden ingenieurs, bouwvakkers, architecten die daar nodig zijn voor de transitie. Je hoeft dan als afgestudeerd ingenieur niet meer te solliciteren naar een baan in Europa. We kunnen met deze transitie ook iets doen aan de migratiestroom. En het zal niet gaan zonder democratisering in Marokko. Dat is een onderbelicht effect van de klimaatplannen die wij hier in Europa hebben.