Het gaat slecht met het Europese palingherstelplan

3 min. leestijd

Het Europese doel om de palingbevolking te redden is verder weg dan tien jaar geleden. Dat blijkt uit een onderzoek naar het Europees aalherstelplan. 

De hoeveelheid palingen neemt al sinds de jaren zestig van de vorige eeuw af. De Europese lidstaten hebben daarom sinds 2007 een herstelplan voor de palingbevolking in de Europese Unie. Daarin zijn een paar doelen afgesproken: palingsterfte moet worden tegengegaan en veertig procent van de volwassen palingen moeten naar de zee kunnen zwemmen zodat ze zich voort kunnen planten. Palingen groeien namelijk op in zoet water, maar kunnen zich alleen voortplanten in zoute wateren.

Heldere doelstellingen, maar de organisatie die zicht houdt op dit actieplan, het International Council for the Exploration of the Sea (ICES), concludeert nu: het gaat mínder goed dan tien jaar geleden. Het terugzwemquotum wordt op minder plekken gehaald dan in 2012.

Paling management

Voor de aanpak van het palingprobleem worden er niet per lidstaat maar per regio gegevens bijgehouden, de zogenaamde ‘Eel Management Units’. Daar zijn er 99 van. Tien jaar geleden zwommen er ook lang niet genoeg palingen terug naar de zee: in 41 procent van de regio’s werd het doel gehaald. Dat is nu nog maar 23 procent.

Op het succes van de sterftepreventie is moeilijk een pijl te trekken, concludeert het ICES. In meer dan de helft van de regio’s hebben palingen een langer leven, tegelijkertijd gaat het in een derde van de regio’s juist slechter met de vissen.

Nederlandse aanpak

In Nederland wordt er op verschillende manieren gewerkt aan de zorg voor de palingen. Zo mag er drie van de twaalf maanden niet worden gevist naar palingen. In 2009, toen de Europese palinggebieden hun eigen herstelplan moesten indienen, wilde het kabinet eigenlijk maar één maand een visverbod invoeren. Het CDA zag het liefst nul maanden verbod, GroenLinks en de Partij voor de Dieren wilden er vijf. Het werden er drie.

Daarnaast wordt de palingvoorraad kunstmatig op peil gehouden. In 2019 werden er bijvoorbeeld twee miljoen palingen in het Markermeer losgelaten. De Nederlandse aanpak is deels succesvol geweest. De palingsterfte door menselijk toedoen is afgenomen en er zwemmen meer palingen naar de zee dan vóór het begin van het herstelplan. Maar het zwemquotum van veertig procent wordt nog altijd niet gehaald.

Tips voor de toekomst

Het palingherstelplan moet dus, als de lidstaten dat willen, uit het slop worden getrokken. De International Council for the Exploration of the Sea heeft vier tips. Drie daarvan komen neer op goede registratie van palingontwikkelingen. De vierde gaat over regionale samenwerking: vissen houden zich niet per se aan de grenzen van de Eel Management Units, dus ze zijn gebaat bij Unit-overschrijdende aanpak.

Een voorbeeld dat het ICES geeft is de Baltische Zee. Daar zijn verschillende palingregio’s, die zouden moeten samenwerken om zo een beter overzicht te houden. Landbouwminister Gerda Verburg (CDA) zei het in 2009 ook al, in andere woorden: ‘Met losse maatregelen ben je er niet, er is een Europees pakket nodig waar iedereen zich aan houdt.’

Het gras is altijd groener bij de buren.
Verken je horizon en ga ook eens vissen in een andere vijver!

Word lid Meer informatie