Het eerste EU-verkiezingsdebat: centrumrechts wil ruimte voor bedrijven om te innoveren

Het is zover. De Europese verkiezingscampagne is voor een aantal partijen al begonnen. D66, NSC, BBB en VVD gingen dinsdagavond als eerste in debat over innovatie, gezondheidszorg en een beetje over de landbouw.

4 min. leestijd

Voor een aantal kandidaten zit het eerste campagne-evenement erop. Op de Kunstberg in Brussel organiseerde drie farmaceutische bedrijven, Amgen, Johnson & Johnson en MSD, dinsdagavond het EU-verkiezingsdebat. Kandidaten Gerben-Jan Gerbrandy (D66), Dirk Gotink (NSC), Jessika van Leeuwen (BBB) en Lennart Salemink (VVD) gingen er in gesprek over de gezondheidszorg, innovatie en het vestigingsklimaat. Eigenlijk zou Bas Eickhout (GroenLinks/PvdA) er ook bij zijn, maar die moest een paar dagen van tevoren afzeggen.

Brusselse Nieuwe was erbij en we nemen een aantal onderwerpen door. Om te beginnen de gezondheidszorg.

Innovatie

“Patiënten en artsen weten als geen ander welke innovatieve behandelingen nodig zijn, zij en niet de overheden moeten aansturen op innovatie” was de eerste stelling waarmee de kandidaat-Europarlementariërs aan de slag gingen. Een wens uit de industrie eigenlijk. Overheden kunnen met subsidies aansturen op het ontwikkelen van bepaalde medicijnen of door extra regels de ontwikkeling van andere medicijnen belemmeren.

Volgens Van Leeuwen (BBB) zijn er te veel regels voor de farmaceutische industrie. “Als we kijken naar de doelstellingen die Europa heeft gesteld: autonomie op energie, voedselproductie en medicijnen, moeten we serieus nadenken over hoe we dat voor elkaar krijgen”, zegt ze. Ze vreest dat regeldruk uit Nederland of Europa farmaceutische bedrijven naar Azië jaagt. Europa is immers al erg afhankelijk van Aziatische medicijnproducenten. Zo’n 40 procent van de medicijnen op de Europese markt komt uit India en 27 procent uit China.

Ook Gotink (NSC) ziet hier kansen voor Europa. Hij benadrukt dat de EU eigenlijk maar weinig over gezondheidszorg te zeggen heeft, maar de EU wel een rol kan spelen bij het tegengaan van medicijntekorten. “Dat is hét politieke thema”, zegt Gotink. Hij denkt dat EU-landen dat beter via de EU met elkaar kunnen afstemmen zoals dat ook ging met de coronavaccins tijdens de pandemie. Door het vertrek van veel medicijnproducenten naar Azië – daar is de productie goedkoper – kampt Europa met een tekort aan medicijnen. In 2023 waren bijna 2300 medicijnen minstens twee weken niet leverbaar.

Alleen Gerbrandy (D66) ziet het nut in van overheidsgestuurde innovatie. Vooral zogeheten ‘weesgeneesmiddelen’ zijn daarbij belangrijk. Dat zijn medicijnen voor mensen met een erg zeldzame ziekte. “Commercieel kan ik me voorstellen dat de farmaceut denkt: daar ga ik geen miljarden in investeren”, zegt Gerbrandy. Geen slecht punt. Farmaceuten verdienen immers niets aan een medicijn dat geld kostte om te ontwikkelen, maar aan minder dan tweeduizend mensen in Nederland verkocht wordt. “Dus ook dat zal met name van publiek geld komen.”

De boeren

En hoewel landbouw officieel geen onderwerp van discussie was, wist Van Leeuwen het er toch, in de woorden van Gotink, ‘in te fietsen’. “Als wij het nu hebben over Europa, moeten we wel beseffen dat wat wij in Nederland exporteren, afzetten in onze directe buurlanden”, zegt Van Leeuwen. Als Nederland de veestapel zou verkleinen betekent dit dat ergens anders tekorten ontstaan, zegt ze. De veestapel verkleinen om de CO₂-uitstoot te verminderen, vindt ze nutteloos.

Gerbrandy springt er als enige progressieve kandidaat bovenop. “De CO₂-uitstoot is niet het probleem van de intensieve veehouderij”, zegt hij. “Het is de mest, de stikstof uit mest slaat lokaal op. De natuur is aan het afsterven.” Volgens Van Leeuwen is Nederland altijd het beste jongetje van de klas. “We willen altijd het goede voorbeeld geven”, vindt ze. Maar Gerbrandy noemt dat ‘klinkklare onzin’. “We hebben 30 jaar lang natuurwetgeving überhaupt niet ingevoerd”, zegt hij. “We zijn het slechtste jongetje van de klas.

Salemink (VVD) brengt de discussie terug naar de kern. “We moeten vooral duidelijkheid geven aan bedrijven.” Boeren hebben volgens Salemink terecht naar de politiek gekeken voor een langdurige visie waarmee ze konden werken. “Sommige wetgeving was lastig uit te leggen”, geeft hij toe. Hij wil dat de EU zich inzet om boeren en bedrijven in andere sectoren een toekomstbeeld te geven, waar ze iets mee kunnen.

Het gras is altijd groener bij de buren.
Verken je horizon en ga ook eens vissen in een andere vijver!

Word lid Meer informatie