De EU krijgt plots meer goedkope soja binnen, vooral uit de Verenigde Staten. Dat lijkt gunstig, maar die meevaller kan slecht uitpakken voor Europese boeren. Europa raakt steeds meer afhankelijk van externe producenten, terwijl het zelf worstelt met eigen duurzaamheidsregels, zoals de anti-ontbossingswet.
Handelsconflict
De handelsperikelen tussen de grote wereldblokken zorgen ervoor dat de Europese Unie de komende tijd meer goedkope soja kan importeren. Er vindt een forse verschuiving van de sojastromen over de wereld plaats. De oorzaak is simpel: de Amerikaanse president Donald Trump. Hij raakte verwikkeld in een handelsconflict met China over heffingen op verschillende producten. China besloot terug te slaan en raakte de Amerikanen waar het pijn doet: de sojateelt.
Vooral in staten die massaal op Trump stemden, is dat voelbaar. De export is gigantisch gekelderd: van ruim tien miljard dollar naar zo goed als nul dit jaar. Ook de uitvoer van vlees en tarwe is flink teruggelopen. China koopt nu meer soja van een van de Mercosur-landen, namelijk Brazilië. De Amerikanen richten zich daardoor op een nieuwe afzetmarkt: de Europese Unie. Vooral via de Rotterdamse haven komt nu meer soja binnen.
Concurreren
Maar dat is volgens de Franse onderzoeker Olivier Antoine, die een boek schreef over de geopolitiek van soja, helemaal geen goed nieuws. In het online blad Euractiv noemt hij de ontwikkeling op lange termijn een “vergiftigd geschenk”. Voor boeren in Europa kan het zelfs nadelig uitpakken.
Zij kunnen moeilijk concurreren met lage prijzen uit Amerika, terwijl hun opbrengsten lager liggen. Antoine wijst op Frankrijk, waar per hectare veel minder wordt geoogst dan in Zuid-Amerika. Europa blijft dus afhankelijk van import, en dat maakt het lastig om een eigen sojateelt op te bouwen.
China investeert bovendien stevig in de hele keten. Het importeert rauwe bonen en verwerkt die zelf. Europa haalt vooral sojameel binnen, dat al is bewerkt. Daardoor heeft Europa weinig controle over hoe en onder welke omstandigheden soja wordt geproduceerd. “De enige hefboom die Europa heeft, is: of we kopen, of we kopen niet”, zegt Antoine.
Anti-ontbossingswet onder druk
Juist op dat punt speelt ook de Europese anti-ontbossingswet een rol. Die moet ervoor zorgen dat bedrijven laten zien waar hun producten vandaan komen en of er schade aan natuur is ontstaan, zoals ontbossing in de Amazone.
De Commissie wil nu middelgrote en grote bedrijven een half jaar extra geven om zich voor te bereiden. Kleine bedrijven krijgen zelfs een jaar uitstel, tot eind 2026. Daarnaast verdwijnen enkele rapportageverplichtingen: zo hoeven importeurs van bijvoorbeeld cacao nog maar één keer te rapporteren. Bedrijven die later in de keten werken, zoals chocolademakers, hoeven dat dan niet meer.
Dit artikel komt uit onze Nieuwsbrief Landbouw & Visserij. Hoofdredacteur Bert van Slooten praat je daarin elke twee weken bij over hoe Europese handel, importregels en duurzaamheidswetgeving rechtstreeks invloed hebben op de Nederlandse boer. Neem een abonnement en blijf op de hoogte.
