Het Europees Parlement steunt in meerderheid het interim-rapport over het nieuwe Meerjarig Financieel Kader (MFK), oftewel de EU-begroting. Dat betekent: bestaande verhoudingen voor landbouw- en cohesiebeleid behouden; meer geld voor nieuwe prioriteiten; en minstens 60 miljard euro aan nieuwe ‘eigen middelen’. Dat resulteert in een uitgavenpeil van 1,27 procent van het Europees bruto binnenlands product; tien procent boven het voorstel van de Europese Commissie.
Onderhandelingen afgetrapt
De lidstaten plegen het Commissie-voorstel juist te onderbieden. Op Cyprus heeft de Europese Raad de onderhandelingen over het nieuwe MFK afgetrapt. Informeel, dus zonder conclusies. Wordt vervolgd, in juni, wanneer het Cypriotische voorzitterschap een eerste voorzet voor een gemeenschappelijke positie gaat leveren, met concrete bedragen.
Hoe gaan de lidstaten zich opstellen? Het onderstaande Venn-diagram dateert uit 2013 en geeft de coalitievorming van twee MFK-perioden geleden weer.

Het diagram onderscheidt drie vriendengroepen: van de landbouw, van cohesie en van ‘better spending’. Bepaalde lidstaten behoren tot meer dan één vriendengroep. En andere landen, zoals België, Italië, Oostenrijk en Finland, kregen geen plekje. Waren die lidstaten destijds te weinig uitgesproken?
Terug naar 2026. Wat betekenen veranderde geopolitieke verhoudingen én nieuwe prioriteiten voor de verschillende vriendengroepen? Zie met name de vrienden van ‘better spending’. Blijft de focus op minder uitgeven en meer kortingen, of verschuift deze naar doelmatigheid en steun voor meer collectieve goederen op Europees niveau?
Standpunt Nederland
Hoe gaat Nederland zich opstellen? Het coalitieakkoord wil dat ons land een leidende en constructieve rol gaat spelen op weg naar een sterker en veiliger Europa. De coalitiepartijen staan voor een sterk MFK dat bijdraagt aan de strategische doelen van Europa – met een herprioritering van middelen naar veiligheid, defensie en innovatie. Maar om de netto-betalingspositie niet te laten verslechteren, moet de nationale korting op de EU-afdrachten behouden blijven.
Die korting dreigt een fetisj te worden. Het wordt tijd om de netto-betalingspositie te relativeren. Die weerspiegelt maar één element van de baten en lasten van de Europese integratie. En hoe reken je de voordelen van bijvoorbeeld EU-investeringen in het Spaanse wegennet toe? Niet alleen aan Spanje. Die wegen zijn mogelijk door aannemers uit andere lidstaten aangelegd, en worden ook door toeristen en transporteurs uit heel Europa gebruikt. En wat te denken van gezamenlijke investeringen in defensie – die beschermen iedereen, ongeacht wie betaalt of daarvoor middelen uit het EU-budget ontvangt.
Als zowat rijkste EU-lidstaat past het Nederland sowieso meer te betalen aan het EU-budget dan eruit te ontvangen. Binnen redelijke grenzen uiteraard. De grotere nadruk – in de Commissievoorstellen – op gewenste collectieve goederen moet dat mogelijk maken. Zonder de kunstgrepen van een korting.