Betekent de oorlog in Oekraïne een comeback van palmolie?

Europese milieuorganisaties vrezen dat het zonnebloemolie-tekort wordt opgelost met palmolie. “Dit tekort aan zonnebloemolie betekent hoe dan ook dat het ergens anders gaat knellen.”

3 min. leestijd

In 2021 kwam 84 procent van de door Nederland ingevoerde zonnebloemolie uit Oekraïne. Sinds de Russische inval in het land eind maart, is de productie van Oekraïense zonnebloemolie gestopt. De branche zoekt naar alternatieven, want de plantaardige olie zit in veel producten. Milieuorganisaties maken zich wereldwijd zorgen dat het gat in de markt gevuld wordt door palmolie, met rampzalige consequenties voor de natuur tot gevolg. Maar wat is het alternatief? 

Het is inmiddels een bekend beeld in Nederlandse supermarkten: tussen de olijfolie, de lijnzaadolie en de arachideolie gaapt een gat. De stellingen waar voorheen de zonnebloemvariant stond, zijn al weken leeg. De consument die zonnebloemolie gebruikt om te bakken kan makkelijk kiezen uit een ander, vaak wat duurder alternatief. Maar de grootschalige industrie kan dat niet zomaar: de relatief goedkope zonnebloemolie – die in bijvoorbeeld margarine en veel soorten koekjes zit – is voor de branche haast onvervangbaar. Volgens Meike Rijksen, Campagneleider Bossen van Greenpeace Nederland, bestaat er geen goed alternatief: “Het is niet zo dat we het één met het ander kunnen vervangen, want het gaat nu al mis”.

Statement

Palmolieproductie is al jaren controversieel. Voor de aanleg van plantages worden regenwouden gekapt, het productieafval vervuilt lokaal drinkwater en de grootschalige ontbossing is een belangrijke oorzaak van klimaatverandering. Reden voor de Europese palmoliesector om ook zelf met een statement te komen: de European Palm Oil Alliance (EPOA) maakte in 2020 middels een position paper bekend Europese wetgeving over de productie van het spul te verwelkomen. Om – uiteindelijk – alleen maar duurzame palmolie te produceren. 

Aan die oproep – die niet alleen van de producenten kwam – gaf de Europese Commissie eind vorig jaar gehoor: in november werd er een wetsvoorstel gepresenteerd om ontbossing tegen te gaan. Onder andere een importverbod op koffie, palmolie en hout uit gebieden waar ontbossing gaande is. Dat voorstel moet nog langs de Europese Raad en het Europarlement, maar volgens Rijksen van Greenpeace mankeert er vanalles aan: “Niet alle belangrijke natuurgebieden zitten in de wet. Neem Brazilië: de Amazone zit er wel in, maar de Cerrado en Pantanal niet. Als de Amazone niet meer gekapt wordt, dan gaan andere natuurgebieden er dus aan”.

Een ander probleem met het wetsvoorstel – door Greenpeace de ‘bossenwet’ genoemd – is dat lang niet alle branches erin zijn opgenomen. “Palmolie en soja bijvoorbeeld wel”, zegt Rijksen. “Maar maïs niet, waar ook heel veel natuur voor wordt vernietigd. We zijn blij dat er een wet komt, maar dan moet die wel waterdicht zijn”.

Verwoesting

De stemming over het wetsvoorstel komt voor de acute vraag naar een zonnebloemolievervanger hoe dan ook te laat. Want momenteel worden palmolie-importeurs niet door enige regelgeving gehinderd, tot onvrede van Greenpeace. Wil de voedselproductiesector op palmolie overschakelen, dan staat de EU hen in ieder geval niet in de weg. Rijksen: “Het is echt te bizar voor woorden dat Europa met open armen producten ontvangt via de havens, waarvoor massaal natuur wordt verwoest. Daar moet echt zo snel mogelijk een einde aan komen”.

En als er wordt besloten niet voor palmolie te gaan als zonnebloemvervanger, dan heeft dan alsnog grote consequenties voor de natuur, legt Rijksen uit. “De druk op onze ecosystemen is door overconsumptie al veel te hoog. Dit tekort aan zonnebloemolie betekent hoe dan ook dat het ergens anders gaat knellen. Het gaat nu al mis, het probleem wordt alleen verplaatst. Eigenlijk moet ons hele voedselsysteem op de schop”.

Het gras is altijd groener bij de buren.
Verken je horizon en ga ook eens vissen in een andere vijver!

Word lid Meer informatie