Aan de haak: Heeft het Europees Parlement eigenlijk wel wat te zeggen?

Of het Europees Parlement als democratische motor van de Europese Unie kan worden gezien, is vaak onderwerp van discussie. Maar hoeveel macht zetelt daar in werkelijkheid?

3 min. leestijd

Brusselse Nieuwe lezer Teake Bootsma vraagt zich af welke rol het Europees Parlement heeft ten opzichte van de Europese Commissie en de regeringsleiders van de EU-lidstaten. En of het Europees Parlement ondanks haar vele geroep wel iets te zeggen heeft in het Europese besluitvormingsproces: “Waarom is het Parlement bang daar niet voldoende bij betrokken te worden? Doen de regeringsleiders dat om een wellicht oeverloze discussie te vermijden?”

Europese regeringsleiders zijn niet altijd even happig op de bemoeienis van het Europees Parlement. Het zorgt voor extra werk, ongewenste aanpassing aan liggende wetsvoorstellen en mogelijk extra debatten en discussies, zeggen zij wel eens. Maar dat is niet onbelangrijk, want als instelling waar de afgevaardigden van de EU-lidstaten de kiezers uit hun thuisland vertegenwoordigen, vormen die extra inspanningen wel essentiële onderdelen van het besluitvormingsproces.

Premier Mark Rutte hintte er in het verleden ook wel eens naar het Europees Parlement met een korreltje zout te nemen. Hij verwees toen naar het Parlement als “een feestcommissie op zoek naar een feestje.” Het Parlement zou te veel recepties organiseren en te weinig werken, was de gedachtegang daarbij.

Om uit te leggen of het Parlement slechts tegen een muur praat of ook echt iets in te brengen heeft in de Europese besluitvormingsprocessen van vandaag en morgen, moeten we de geschiedenis in duiken. Het Europees Parlement heeft namelijk door de jaren heen steeds meer bevoegdheden, en dus ook macht, gekregen. En die zijn vastgelegd in de Europese verdragen waar elke lidstaat zich aan hoort te houden. 

Handtekeningen zetten in Portugal

Laten we het belangrijkste verdrag even erbij nemen. Sinds het Verdrag van Lissabon in 2009 is ondertekend heeft het Parlement nieuwe wetgevingsbevoegdheden gekregen. Hoewel het initiatief om nieuwe wetten voor te stellen uitsluitend bij de Europese Commissie ligt, moeten wetten wel worden uitonderhandeld door de Raad van ministers en het Parlement – zij zijn de wetgevers. Het Europees Parlement staat daarmee op gelijke voet met de Raad van ministers bij besluiten over wat de Europese Unie doet en over hoe het geld wordt besteed. De volledige wetgevingsbevoegdheid van het Parlement werd daarmee verder uitgebreid naar meer dan veertig domeinen, waaronder landbouw, energiezekerheid, immigratie, justitie en Europese fondsen. Ook heeft het de bevoegdheid gekregen om de gehele Europese begroting goed te keuren, samen met de Raad van ministers.  

En wie zitten er in die Raad van ministers? De vakministers van, jawel, de lidstaten. Wat daar gebeurt staat daarmee dus ook direct in verbinding met de nationale parlementen, het regeringsbeleid van de lidstaten en de regeringsleiders zelf. En het Europees Parlement heeft dus een gelijke stem met de Raad van ministers in het wetgevingsproces. Dus of de huidige regeringsleiders van de EU-lidstaten het nou leuk vinden of niet, hun voorgangers hebben met het zetten van een handtekening in onder andere Portugal allemaal ingestemd met het toekennen van meer bevoegdheden en meer macht aan het Europees Parlement. 

Het gras is altijd groener bij de buren.
Verken je horizon en ga ook eens vissen in een andere vijver!

Word lid Meer informatie