Column Cijfers en Feiten | Wel energieonafhankelijk van Rusland, maar niet van gas

Werkt het plan om de EU energie onafhankelijk te maken? De Europese Rekenkamer bracht een kritisch rapport uit waar oud SER-hoofdeconoom Marko Bos zijn licht op laat schijnen.

3 min. leestijd
(Bron foto: iStock)

Met de inval van Rusland in Oekraïne besloot de EU een eind te maken aan de sterke afhankelijkheid van Russische energie. De EU toonde zich slagvaardig. Binnen een paar maanden werd daarvoor een plan ontwikkeld, REPowerEU

Met dat plan wilde de EU niet alleen de energie-invoer verleggen naar andere landen, maar ook een extra impuls geven aan de transitie naar een duurzame energievoorziening; en door investeringen in interconnectiviteit (betere onderlinge verbindingen) van nationale energienetwerken een stap zetten naar een energie-unie.

Het geld dat daarvoor nodig werd geacht, een kleine 300 miljard euro, is grotendeels gevonden in nog ongebruikte middelen van het herstel- en veerkrachtfonds (RRF); ook wel het coronaherstelfonds genoemd.

De Europese Commissie is overtuigd van de effectiviteit en wijst op de sterk teruggelopen invoer van energie uit Rusland: geen kolen meer, nauwelijks olie en veel minder gas. Maar in hoeverre was dit met 300 miljard euro bewapende plan nodig voor die – inderdaad massieve – verlegging van onze energie-import?

Koppeling ontbreekt

Onze afhankelijkheid van Russisch gas is dus sterk afgenomen, maar wel deels ingeruild voor een nieuwe afhankelijkheid, van vloeibaar gas uit de VS, Qatar en Azerbeidzjan. Met een hoger prijskaartje bovendien. Van de beoogde versterking van onze strategische autonomie door een extra impuls aan hernieuwbare energie en aan grensoverschrijdende interconnectiviteit (verbindingen) is maar weinig terechtgekomen, zo moet de Europese Rekenkamer vaststellen. 

Van de bijna 300 miljard euro aan middelen – waarvan driekwart leningen en een kwart subsidies – is maar 54 miljard opgenomen, waarvan het leeuwendeel door één lidstaat: Polen. En in de meeste nationale energie- en klimaatplannen (NECP’s) die lidstaten al langer periodiek opstellen om hun klimaatbeleid te coördineren, ontbreekt een duidelijke koppeling aan maatregelen in het kader van REPowerEU.

Tijdschema’s

De Rekenkamer beveelt dan ook aan om van die NECP’s een robuust operationeel instrument te maken, met prestatie-indicatoren om de voortgang te monitoren (te meten). En om voortaan de inzet van EU-financiering voor energie en klimaat te verbinden aan duidelijke, resultaatgerichte streefdoelen en realistische tijdschema’s. 

Daarmee moet je kunnen voorkomen dat lidstaten een investering in hernieuwbare energie midden in het land opvoeren als bijdrage aan de interconnectiviteit.

Die interconnectiviteit (verbindingen) kan de komende jaren ook los van REPowerEU een extra impuls krijgen. Ten minste als de lidstaten akkoord gaan met het voorstel van de Commissie om daarvoor in het komende MFK (de begroting)  zo’n 30 miljard euro (zesmaal zoveel als in de lopende periode) uit te trekken. Dat geld komt dan via een speciaal programma de Connecting Europe Faciliteit.