Advies aan EU-hof: Nederland mag terugkeer veroordeelde niet-EU-burgers al ‘op papier’ regelen

Volgens een adviseur van het EU-Hof mag Nederland al tijdens detentie vastleggen dat veroordeelde niet-EU-burgers na hun straf moeten vertrekken. Het gaat nog niet om een definitieve uitspraak.

3 min. leestijd
Luxembourg, Luxembourg - Sept. 17, 2024: Sign of the Court of Justice of the European Union (CJEU), the judicial institution of the European Union, in front of the Palais in the Kirchberg district.
Het Europese Hof van Justitie in Luxemburg. (Foto: iStock).

Nederland mag al tijdens een gevangenisstraf vastleggen dat een niet-EU-burger zonder verblijfsrecht na afloop van zijn straf de Europese Unie moet verlaten. Dat concludeert advocaat-generaal Dean Spielmann, onafhankelijk adviseur bij het Hof van Justitie van de EU. Zijn advies volgt op vragen van de Raad van State over twee Nederlandse zaken rond terugkeerbesluiten na zware veroordelingen.

De zaken draaien om twee niet-EU-burgers die in Nederland zijn veroordeeld voor ernstige misdrijven en geen rechtmatig verblijf (meer) hebben. In één geval gaat het om een man die levenslang kreeg voor meerdere moorden. In de andere zaak werd een man veroordeeld tot 25 jaar gevangenisstraf voor terroristische misdrijven. In beide gevallen besloot de Nederlandse overheid al tijdens de detentie dat zij na hun straf de EU moeten verlaten.

De vraag was of dat juridisch wel mag. Volgens de Europese Terugkeerrichtlijn moeten lidstaten in principe een terugkeerbesluit nemen tegen iemand zonder verblijfsrecht. Tegelijkertijd zegt die richtlijn weinig over situaties waarin uitzetting voorlopig onmogelijk is, bijvoorbeeld omdat iemand nog jarenlang vastzit. Tijdens detentie mag iemand niet worden uitgezet.

Terugkeerbesluit

Volgens advocaat-generaal Spielmann mag een lidstaat toch alvast vastleggen dat iemand moet vertrekken, ook als de daadwerkelijke uitzetting pas aan het einde van de gevangenisstraf kan plaatsvinden. Wel moeten de autoriteiten periodiek toetsen of terugkeer in de toekomst nog realistisch is, bijvoorbeeld bij vervroegde vrijlating. Bij een levenslange gevangenisstraf zonder uitzicht op vrijlating ligt dat anders. In zo’n geval is uitzetting in de praktijk onmogelijk en zou een terugkeerbesluit slechts een symbolische betekenis hebben, stelt Spielmann.

Het kan voor lidstaten belangrijk zijn om een terugkeerbesluit al tijdens detentie te nemen. Zo kan worden voorkomen dat na vrijlating eerst nieuwe procedures moeten worden gestart of dat de overheid alsnog verblijf moet toestaan omdat iemand niet direct kan worden uitgezet. De advocaat-generaal benadrukt bovendien dat Nederland in deze situaties geen tijdelijke verblijfsvergunning hoeft te verlenen. Een veroordeelde niet-EU-burger kan dus in detentie blijven zonder verblijfsrecht.

Voorlopig loopt de zaak nog. De advocaat-generaal heeft nu een advies uitgebracht aan het Hof van Justitie van de EU. Het Hof komt later met een officiële uitleg van de EU-regels waar de Raad van State om heeft gevraagd. Pas daarna kan de hoogste bestuursrechter uitspraak doen in de Nederlandse zaken.

Slechts één op de vijf mensen van wie de asielaanvraag wordt afgewezen, verlaat namelijk daadwerkelijk de EU. De mensen die blijven, leiden vaak een bestaan als ongedocumenteerden. De EU zoekt daarom naar manier om terugkeer te bevorderen. Lukt dat ook? Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen met een abonnement op de Nieuwsbrief Migratie. Abonneer je nu.