De Europese Commissie wil een nieuwe inlichtingendienst optuigen. De dienst moet inlichtingen van lidstaten verzamelen en samenvoegen en zal als eenheid binnen de Commissie opereren, vertelt een woordvoerder. Het verantwoordelijke team moet bestaan uit een handje vol specialisten van nationale veiligheidsdiensten die hun kennis bundelen. Hoe de dienst gaat heten en of zij ook eigen spionnen het veld in zal sturen is nog onduidelijk. “We bevinden ons nog in een heel vroeg stadium”, aldus de woordvoerder.
Het voornaamste doel van dit initiatief, dat onder leiding zal staan van Commissie-president Ursula von der Leyen, is om het benutten van informatie te optimaliseren. Nationale diensten weten veel, de Commissie weet veel, maar samen weten ze nog veel meer, zo gaat de gedachte. Door de krachten te bundelen en alle kennis tot een geheel te brengen ontstaat er een completer veiligheidsbeeld dan wanneer ieder individueel te werk gaat. Volgens de woordvoerder is de toekomstige Europese veiligheidsdienst dan ook een aanvulling op de bestaande diensten, die veelal gefragmenteerd opereren.
Onenigheid
Maar daar is niet iedereen het over eens. EU-buitenlandchef Kaja Kallas heeft zich zeer duidelijk uitgelaten over het plan: niet doen. Een dienst die inlichtingen van lidstaten verzamelt en samenvoegt bestaat namelijk al, zo luidt Kallas’ bezwaar.
En dat klopt. Met de European Intelligence and Situation Centre (EU INTCEN) heeft de EU al een dienst in huis die exact hiermee bezig is. “Dus laten we geen dubbel werk doen”, zegt Kallas. “Inlichtingenofficieren van de lidstaten hebben behoefte aan één Europees aanspreekpunt. Dan gaan wij toch geen extra dienst opzetten?” Daarnaast kost zo’n nieuwe dienst alleen maar extra geld, “en als oud-premier (Estland) weet ik als geen ander dat lidstaten worstelen om de huidige EU-begroting bij elkaar te krijgen”.
Ook zou de nieuwe dienst het werk van INTCEN ondermijnen. Op dit moment werkt die dienst “quite well’, aldus Kallas, dus er is geen enkele behoefte aan een nieuw inlichtingenorgaan.
En daar speelt mogelijk meer. De nieuwe inlichtingendienst – onder leiding van Von der Leyen – zou namelijk de wind uit de zeilen nemen van INTCEN dat onder leiding staat van Kallas zelf. Nou gaan de geruchten in Brussel dat de twee niet elkaars beste vriendinnen zijn, en dus zou Kallas de macht over de Europese inlichtingen liever voor zichzelf houden.
Strategische autonomie
Of de nieuwe dienst er komt of niet, dat Europa snakt naar strategische autonomie is zeker. Deze behoefte is des te meer aangewakkerd door Trumps wispelturigheid, waardoor Amerika niet meer dezelfde bondgenoot is die ze altijd was.
Europa’s kwetsbaarheid werd dan ook pijnlijk duidelijk aan het Oekraïense front, toen Trump van de een op de andere dag stopte met het delen van informatie over de frontlinie en de EU machteloos moest toekijken. Het plan van Von der Leyen past dan ook in de trend dat lidstaten steeds vaker inlichten delen met Brussel en elkaar, zegt Willemijn Aerdts, docent aan de Universiteit van Utrecht en expert op het gebied van inlichten- en veiligheidsdiensten.
Wantrouwen
Tegelijkertijd vormt het samenspel een opvallende breuk met het verleden. Van origine zijn (Europese) diensten namelijk erg terughoudend met het delen van informatie. Want wie vrijuit deelt geeft ook zijn werkwijze, bronnen, doelen en informatiepositie prijs.
Daarnaast waken diensten voor het moment dat hun eigen informatie tegen hen wordt gebruikt: belangen kunnen van casus tot casus verschillen, benadrukt Aerdts, maar ook omdat ze elkaars integriteit niet altijd vertrouwen. Zo bestaat er argwaan over de Bulgaarse en Slowaakse inlichtingendiensten door hun banden met Moskou, en worden Bulgaarse collega’s er zelfs van beschuldigd de EU te bespioneren. Een gemeenschappelijke Europese dienst vraagt dan ook om lastige keuzes: wie wel, en wie niet?
Nederland
Voor Nederland is samenwerking in Europees verband overigens een heel logische stap. “We zijn een klein land dat niet alles zelf kan doen”, zegt Aerdts. In het meest recente jaarrapport van de AIVD wordt dan ook meermaals benadrukt hoe belangrijk samenwerking is voor de veiligheid van ons land, bijvoorbeeld bij Russische, Chinese of jihadistische dreigingen. Nederland is al lid van Maximator-alliantie, een samenwerkingsverband van Noord-Europese en Scandinavische landen, en daar komt dus binnenkort een EU-variant bij.
Dit artikel verscheen eerder in de Nieuwsbrief Veiligheid en Defensie. Daarin praat Yves Lacroix je elke twee weken bij over de laatste ontwikkelingen. Abonneer je nu en ontvang verdiepende verhalen en nieuws uit Brussel, den Haag en de rest van Europa exclusief in jouw mailbox.
