Column Cijfers en Feiten | Schaven aan Europese begroting helpt niet

De discussie over de Europese meerjarenbegroting zorgt voor twee duidelijke kampen: zuinige landen en de ‘vrienden van cohesie’. Oud-SER-hoofdecononoom Marko Bos zet alle discussiepunten op een rij.

3 min. leestijd
Meerjarenbegroting Europa op de agenda op de EU-top
Commissievoorzitter Ursula von der Leyen en Raadsvoorzitter Antonio Costa na afloopt van de Europese top. (Foto: Europese Raad).

Voor de nieuwe meerjarenbegroting (MFK) mag de Europese Raad op 26 november op herhaling. De negobox van het Ierse voorzitterschap bleek geen basis voor vruchtbare onderhandelingen tussen de lidstaten. Niet verrassend, en gelukkig maar. Denktank Bruegel kenschetst deze box met recht als het ‘slechtst mogelijke compromis’: teveel geld naar landbouw en cohesie, te weinig geld voor Europese collectieve goederen (zoals onderzoek, infrastructuur, klimaat en defensie).

Raadsvoorzitter Costa komt over een paar weken met een voorstel voor een evenwichtig compromis. Hij kondigt een andere benaderingswijze aan. Andere bronnen van financiering van de EU-begroting naast de nationale afdrachten zouden daarbij een rol spelen.

Denk aan opbrengsten van het emissiehandelssysteem ETS of een heffing op elektronisch afval. Alle beetjes helpen, maar fundamenteel blijft de vraag of de lidstaten bereid zijn om de EU de financiële middelen te verschaffen die passen bij de gemeenschappelijke ambities en uitdagingen.

Uitgavenpatroon

Die uitdagingen zijn nu echt anders dan enkele decennia geleden. Daar hoort ook een gemoderniseerd uitgavenpatroon bij. Het voorstel van de Europese Commissie van vorig jaar juni zet al belangrijke stappen in de goede richting. Die stappen worden vaak niet onderkend vanwege de hoog opgespeelde verontwaardiging – onder meer door Bondskanselier Merz – over een stijging van de EU-begroting met liefst 60 procent. 

Nuchter bezien is dat ruim tien procentpunt meer dan de nominale groei van de Europese economie. Daarmee zouden de EU-uitgaven toenemen van gemiddeld 1,12 procent (destijds gepland) naar 1,26 procent van het nationaal inkomen van de EU in de komende periode. Niet echt een aardverschuiving. Zeker als je bedenkt dat de EU-uitgaven eind jaren negentig ook al 1,2 procent van het EU-bni bedroegen. Destijds ging niet minder dan 45 procent daarvan naar landbouw, en ruim 30 procent naar cohesie. In het lopende MFK zijn die aandelen 23 respectievelijk 36 procent.

Het Commissievoorstel neemt de nominale bedragen voor landbouw en cohesie uit het lopende MFK min of meer over. Daarmee wordt boeren en regio’s geen compensatie voor inflatie gegeven, en dalen de aandelen in de totale EU-uitgaven naar 15 procent (landbouw) en 23 procent (cohesie). Dat wil de Commissie bereiken door de steun sterker toe te spitsen: bij landbouw op kleine boeren en bij cohesiesteun op de minst ontwikkelde regio’s.

Optelsom

De tabel met de vergelijking tussen het Commissievoorstel en de negobox biedt nog een ander punt van relativering. De EU-uitgaven (vastleggingen) zijn hier weergegeven als een gemiddelde per jaar, in plaats van als de optelsom voor zeven jaar. Dat schetst een wat reëler beeld van de omvang van de EU-begroting.

Raadsvoorzitter Costa kan best de nodige inspiratie opdoen in het Commissievoorstel. En mag er dan natuurlijk zijn eigen draai aan geven. Maar blijven schaven aan de begroting brengt ons niet verder, zeg ik CPB-directeur Pieter Hasekamp na.