De regeringsleiders hebben onderling afgesproken om het nog dit jaar eens te worden over het begrotingskader (MFK) voor 2028-2034. Komende week zal de Europese Raad flinke stappen moeten zetten om die deadline te halen. Het zou mij meevallen als de Europese Raad de klus volgend jaar februari weet te klaren.
Daar zullen ongetwijfeld nog verhitte discussies over de omvang van de verschillende uitgavenrubrieken – zoals voor cohesie, landbouw, innovatie en defensie – aan voorafgaan. Zouden daarbij ook bevindingen van de Europese Rekenkamer een rol spelen?
Die rapporteerde juist afgelopen week over de uitvoering van de EU-begroting en het Herstel- en Veerkrachtfonds (RRF) in 2025. Met voor het zevende jaar op rij een afkeurend oordeel over de EU-uitgaven. Het aandeel fouten ligt met 3,8 procent ver boven de 2 procent die nog acceptabel wordt geacht. Meestal gaat het om het financieren van niet-subsidiabele projecten of kosten, of om het niet-naleven van de regels voor overheidsopdrachten. Bij cohesiebeleid is het foutenpercentage het hoogst: 6,6.
Karakteristiek voor het cohesiebeleid is verder dat de betalingen sterk achterlopen, tot ver over de grens van de MFK-periode heen. Zo mochten cohesie-uitgaven onder het MFK 2014-2020 nog tot eind 2023 worden gedaan, en staat de eindafrekening nog tot eind dit jaar open (zie grafiek).

In de lopende MFK-periode zijn die uitloopperioden ingekort tot twee en vier jaar. Toegekende cohesie-uitgaven zijn tot eind 2029 subsidiabel en kunnen tot eind 2031 worden uitbetaald. Die lange uitloop is ook nodig.
De grafiek laat zien dat in de eerste vijf jaar van dit MFK nog geen 15 procent van de toegekende cohesie-gelden is uitbetaald. Wellicht meer dan de helft moet overgeheveld worden naar de komende MFK-periode.
Dat lage percentage kan komen door de ‘concurrentie’ met het Herstelfonds. Bij dat fonds is net de eindstreep gepasseerd. Tot en met 30 september jl. konden lidstaten betalingsverzoeken indienen – voor doelen en mijlpalen die vóór eind augustus waren gehaald.

De grafiek laat de tussenstand per 1 oktober zien. Toen was 450 miljard euro aan de lidstaten uitbetaald (79 procent van het RRF).
Nederland behoort met Luxemburg en Hongarije tot de lidstaten die nog veel RRF-geld tegoed hebben. Denemarken daarentegen heeft alle toegekende RRF-gelden reeds ontvangen. Eind dit jaar wordt duidelijk of dat ons land ook gaat lukken.