Brussel pleit voor Nederlands minimumloon van 14 euro

Vandaag keurde het Europees Parlement de richtlijn voor een Europees minimumloon goed.

4 min. leestijd

Met bijdragen van Tijmen van den Born

Bijna twee jaar nadat de Europese Commissie officieel het startschot gaf, lijkt de eindmeet voor het Europees minimumloon nu bijna in zicht. Met 505 stemmen voor en 92 stemmen tegen keurde een overgrote meerderheid van het Parlement het voorstel goed. “De stemming nu was nog beter dan toen we stemde over de positie van het Europees Parlement”, vertelt Jongerius in Straatsburg. “Toen stemden er 443 Europarlementariërs voor.”

Europarlementariër Agnes Jongerius (PvdA) benadrukt het belang van deze richtlijn waar ze hoofdonderhandelaar voor was: “Werknemers krijgen al jaren steeds minder van de koek. Nu zetten we de ommekeer in gang. Dit keer mogen werknemers niet de crisisrekening gepresenteerd krijgen!”

Wat staat erin?

Zoals dat wel vaker het geval is met Europese regelgeving, moet de richtlijn met de nodige nuance gelezen worden. Zo gaat de Europese Unie geen vast tarief afdwingen bij lidstaten, daar heeft het simpelweg de bevoegdheid niet voor. Bovendien zou dat ook niet logisch zijn omdat de arbeidsmarkt en het prijsniveau erg verschilt per lidstaat. De nieuwe richtlijn verplicht lidstaten onderzoek te doen naar een passend minimumloon. Passend is in dit geval een minimumloon dat 50 procent bedraagt van het gemiddelde nationale brutoloon of 60 procent van het mediaanbrutoloon. In Nederland zou dat een minimumloon van minstens 14 euro per uur betekenen. Momenteel ligt het op zo’n 10 euro per uur. Volgend jaar komt daar een euro bij.

“Landen moeten een adequaat minimumloon hebben”, zegt Jongerius. “Ze moeten dat zelf in beeld brengen.” Dat kan via bovenstaande methodiek, en wie die toepast komt tot de conclusie dat in slechts vier Europese lidstaten het minimumloon voldoet. Jongerius: “Dat zijn Frankrijk, Portugal, Bulgarije en Cyprus. Veel lidstaten zouden moeten concluderen dan hun minimumloon niet adequaat is.”

Overigens geldt deze verplichting niet voor alle lidstaten. De richtlijn is enkel van toepassing op Europese lidstaten die al wetten hebben over een minimumloon. In sommige lidstaten zoals Italië en Oostenrijk is er namelijk geen minimumloon dat door de overheid gereglementeerd is. Wel bestaat er in deze landen een minimumloon dat door afspraken tussen werkgevers en vakbonden tot stand is gekomen.

Daarnaast moeten lidstaten met een concreet plan komen om collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO’s) te promoten. Dat moeten ze enkel doen wanneer minder dan 80 procent van de werknemers de bescherming van een CAO heeft, wat in Nederland het geval is. Ook Duitsland en vele Oost-Europese landen moeten hiermee aan de slag.

De finish

Enkel de lidstaten zelf moeten het voorstel nu nog goedkeuren. Verwacht wordt dat de stemming slechts een formaliteit wordt. In de zomer bereikte het Europees Parlement namelijk al een informeel voorakkoord met de lidstaten. Vooral Denemarken en Zweden bleven zich tot het einde fel verzetten. In die landen bemoeit de overheid zich namelijk traditioneel maar weinig met arbeidsmarkt. Twee tegenstemmen zijn echter veel te weinig om de richtlijn tegen te houden.

Eind september weten we normaal gezien de uitslag van de stemming. De lidstaten krijgen dan nog twee jaar de tijd om de richtlijn in te voeren. Maar dat betekent niet dat de richtlijn niets kan betekenen in de huidige koopkrachtcrisis. Jongerius: “Als je niet twee jaar wacht, maar er nu al mee aan de slag gaat, kan het wel degelijk helpen. Dat doet bijvoorbeeld de Belgische regering. Die hebben een paar weken geleden al aangekondigd niet te wachten op de richtlijn, maar direct aan de slag te gaan met die index voor het berekenen van een adequaat minimumloon.”

En dat zou in Nederland natuurlijk ook kunnen. Maar dat de overheid besloten heeft het minimumloon per volgend jaar naar 11 euro te verhogen in plaats van de door de Europese Unie beoogde 14, is volgens Jongerius geen goed teken. “Het schiet niet echt op. Maar ook in Nederland zal de druk toenemen om met deze Europese fatsoensnormen te gaan werken.”

Het gras is altijd groener bij de buren.
Verken je horizon en ga ook eens vissen in een andere vijver!

Word lid Meer informatie