Brusselse Nieuwe maakt de balans op | Financien en economie: Wat waren de hoogte- en dieptepunten van het afgelopen politieke seizoen?

Emma du Chatinier
Redacteur economie, financiën en migratie Brusselse Nieuwe


Welkom bij een speciale editie van de nieuwsbrief Van economie tot euro. Nu de Tweede Kamer en het Europees Parlement met zomerreces zijn, is het tijd voor een terugblik op het het politieke jaar. In deze nieuwsbrief neem ik je mee langs vijf thema’s die de Haagse en Brusselse wandelgangen op economisch gebied hebben gedomineerd. 

We beginnen bij de discussie over hoeveel geld Den Haag de komende jaar aan Brussel wil geven. Vervolgens: eurobonds — een doorbroken taboe? Verder zorgde het Draghi-rapport dit jaar voor een grote schok in Brussel, waarna Brussel driftig aan de slag ging met het verminderen van de regeldruk. Trumps presidentschap wierp een sterke schaduw over de Brusselse politiek. En ten slotte: een heuse handelsoorlog is het misschien niet, maar het afgelopen jaar werd ook getekend door handelsspanningen met China.

Mijn naam is Emma du Chatinier en ik neem je allereerst mee naar de Nederlandse inzet bij de meerjarenbegroting die de Commissie vorige week presenteerde.


Meer of minder geld naar Brussel?

De discussie over hoeveel Nederland aan de EU betaalt, en wil betalen, speelde het afgelopen politieke jaar vaak op in Den Haag en Brussel. In september liet, de toen nog niet demissionair, minister van Financiën Eelco Heinen weten dat Nederland in 2024 501 miljoen euro méér naar Brussel zou moeten overmaken dan het jaar ervoor. Die afdracht stijgt tot 788 miljoen euro extra in 2029. Oorzaak: de Nederlandse economie groeide harder dan veel andere Europese landen, waardoor het aandeel van Nederland in de Europese economie toenam van 5,9 procent naar 6,1 procent.

Toch wilde het demissionaire kabinet de andere kant op. In het hoofdlijnenakkoord stond dat Nederland in de nieuwe meerjarenbegroting (MFK) van de EU, die in 2028 ingaat, jaarlijks 1,6 miljard euro wilde bezuinigen op de EU-afdracht. Wel wilde het kabinet een heleboel zien van Brussel: de EU moest sterk worden op het wereldtoneel, haar concurrentievermogen versterken, beter kunnen inspelen op onvoorziene omstandigheden, inzetten op defensie en veiligheid, en zorgen voor een stevig asiel- en migratiebeleid, aldus de brief die minister Caspar Veldkamp (Buitenlandse Zaken) en Heinen schreven aan de Tweede Kamer.

Grotere begroting

Het Europees Parlement vond juist dat de meerjarenbegroting (MFK) groter moest worden. De huidige begroting is niet groot genoeg om hedendaagse uitdagingen het hoofd te bieden, besloot het Europees Parlement in meerderheid. Veel Europarlementariërs, waaronder veel Nederlanders, onthielden zich van stemming. Van de Nederlandse Europarlementariërs stemden alleen de PvdA en D66 voor, de PVV en NSC stemden tegen, en de overige Nederlanders, van CDA, Volt, GroenLinks, BBB en de VVD, onthielden zich.

De Commissie sloot zich aan bij de oproep van het Parlement. Op 17 juli presenteerde de Europese Commissie dan eindelijk hun plannen voor het nieuwe MFK, met een totale omvang van 1.984 miljard euro (omgerekend zo’n 1,26% van het totale Europese BNI). Dat is meer dan de huidige begroting (1,13% van het BNI) en volgens de Commissie nodig om de vele crisissen en ambities – van Oekraïne tot klimaat en defensie – het hoofd te bieden.

Kritiek

Het voorstel van de Commissie kreeg er flink van langs; niemand was echt tevreden. Voor de één is de begroting te groot, voor de ander juist te klein. Volgens Europarlementariër Gerben-Jan Gerbrandy (D66) is het voorstel te bescheiden: “Lidstaten willen dat de EU problemen oplost, maar weigeren daarvoor te betalen. Zo sorteren we voor op teleurstelling.”


Anouk van Brug (VVD) stelde juist niets te zien in een grotere EU-begroting. Demissionair minister Heinen gaf ook aan in een reactie: “Europa is belangrijk voor onze welvaart, maar de voorgestelde begroting is echt te hoog.”

Het laatste woord over de begroting is nog niet gezegd; na het zomerreces worden de onderhandelingen voortgezet. 


Eurobonds: taboe doorbroken?

Meer geld geven aan Brussel is niet iets waar menig Nederlander warm voor loopt, maar er is dit jaar zowaar een nog gevoeliger thema opgebroken: gezamenlijke Europese schulden. In november 2024 liet minister van Financiën Eelco Heinen weten: “Gelet op de grote uitdagingen waar de EU-lidstaten voor staan, is niet uit te sluiten dat landen die traditioneel geen voorstander zijn van gemeenschappelijke schulden hier een meer open houding zullen tonen.” Het was een diplomatieke manier om te zeggen dat het front van ‘zuinige landen’ (Denemarken, Nederland, Oostenrijk en Zweden) begon te barsten.

Begin juni maakte de Deense premier Mette Frederiksen zelfs bekend dat Denemarken zich officieel ging terugtrekken uit deze ‘spaarzame vier’. Volgens Frederiksen vraagt de Russische dreiging om een andere houding ten opzichte van begrotingsdiscipline. Ook zei ze dat Denemarken “met nieuwe ogen” kijkt naar het idee van gezamenlijke Europese schulden, een onderwerp dat jarenlang ook in Kopenhagen onbespreekbaar was.

Leningen

Vorige maand leidde een voorstel van Commissievoorzitter Ursula von der Leyen nog tot debat in Nederland. Ze presenteerde plannen voor ReARm Europe, een initiatief om de Europese defensie-industrie te versterken. Daarvoor wil de Commissie tot 150 miljard euro aan leningen beschikbaar stellen aan lidstaten. Die leningen lijken op eurobonds, maar zijn het formeel niet: niet de lidstaten staan garant, maar de EU-begroting. Ook stelde Von der Leyen voor om de EU-begrotingsregels te versoepelen voor defensie-uitgaven.

Voor haar plannen had Commissievoorzitter Von der Leyen de goedkeuring nodig van de Europese regeringsleiders. Nog voordat premier Dick Schoof afreisde naar het Europese topoverleg, diende JA21-leider Joost Eerdmans een motie in waarin hij het kabinet opriep zich tegen de plannen van Von der Leyen uit te spreken. Eerdmans stond echter in de file, en de stemming eindigde in een gelijkspel.

Groen licht

Schoof gaf groen licht aan de plannen van Von der Leyen. Maar ná dat groene licht stemde de Kamer alsnog in met de motie van Eerdmans. Premier Schoof stond ‘compleet in zijn hemd’, aldus D66-leider Rob Jetten.

Enfin, Schoof kreeg uiteindelijk toch de zegen van het kabinet om in te stemmen met ReARm Europe. Ook al huivert menig Nederlands politicus nog steeds van het woord ‘eurobonds’. Demissionair minister Heinen verklaarde eind mei nog stellig dat die er niet zullen komen, “omdat hij niet inziet waarom Nederland garant zou moeten staan voor andere lidstaten”. 

Maar: het taboe op gezamenlijke schulden is dit jaar toch echt doorbroken. Ook door Nederland.


Mario Draghi. Bron : Europees Parlement

Het drama van Europa’s concurrentiepositie­

­Kort na de opening van het Europese politieke jaar volgde meteen een grote schok in Brussel. Voormalig ECB-voorzitter en oud-premier van Italië Mario Draghi kwam met een alarmerend rapport waarin hij stelt dat de Europese economie er slecht voor staat en dat er een radicale verandering nodig is in het Europese industriebeleid. “De economische groei in Europa gaat al jaren achteruit. Maar tot twee jaar geleden hebben we dat genegeerd”, aldus Draghi Het nieuws sloeg in als een bom.

Een belangrijke reden voor de zorgen was volgens Draghi de wirwar aan inconsistente en beklemmende regels binnen de EU. Die klacht vond weerklank in het Europese bedrijfsleven, ook in Nederland. Zo liet Tata Steel weten zich zorgen te maken over zijn exportpositie, bijvoorbeeld door regelingen zoals CO₂-heffingen. 

‘Stop-de-klok’-mechanisme

Het verminderen van regeldruk domineerde veel Brusselse debatten het afgelopen jaar. In april gaf de Europese Raad groen licht voor het uitstellen van nieuwe regels op het gebied van duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Met dit zogeheten ‘stop-de-klok’-mechanisme wil Brussel de Europese concurrentiekracht een impuls geven en bedrijven meer duidelijkheid bieden. 

Daarbij zijn ook twee belangrijke wetten ingeperkt: de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) en de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). Onder het nieuwe akkoord gelden de regels alleen nog voor bedrijven met meer dan 5.000 werknemers en een jaaromzet van meer dan 1,5 miljard euro. In de oorspronkelijke wetgeving uit 2023 lag de drempel veel lager: bij 1.000 werknemers en een omzet van 450 miljoen euro. Terwijl de Europese Commissie deze grens wilde behouden, hebben de lidstaten die dus flink verhoogd.

Waarschuwingen

De versoepelingen stuiten op veel kritiek. “Zonder geharmoniseerde aansprakelijkheidsregels is er geen actie om te voorkomen dat sweatshops instorten op arbeiders. Geen actie om te zorgen dat je producten niet gemaakt worden in Oeigoerse gevangenissen. Geen actie om te voorkomen dat oorlogsmisdadigers profiteren van onze grondstoffenhonger. Geen actie zelfs om kinderen op school te houden in plaats van in werkplaatsen”, waarschuwde Europarlementariër Lara Wolters (PvdA), die in het vorige parlementaire termijn rapporteur was voor de antiwegkijkwet.

Ook vanuit de Nederlandse Tweede Kamer kwam verzet. Kamerlid Don Ceder (ChristenUnie) stelde: “We hebben in Nederland vaak geen idee waar de producten die we kopen vandaan komen en hoe ze gemaakt zijn. Miljoenen mensen leven in moderne slavernij. Producten worden gemaakt door kinderarbeid of grootschalige ontbossing. Dat regelgeving die dat zou moeten tegengaan wordt afgezwakt, is geen goede zaak.”

Christine Teunissen (PvdD) was al even kritisch: “De CSDDD en CSRD worden ondermijnd voordat ze überhaupt goed en wel in werking zijn getreden. Terwijl dit wetgeving is die niets anders vraagt dan het respecteren van mensenrechten, zodat er geen kinderslaven of moderne slavernij in onze handelsketens terechtkomen.”

Voor partijen als de VVD en PVV hadden de versoepelingen juist nog verder mogen gaan. De VVD diende in juni een motie in in de Tweede Kamer om beide wetten in Brussel helemaal te schrappen. Die motie werd, met slechts drie stemmen, verworpen.


(Dreigende) handelsoorlog met de VS

En dan nog iets wat het Europese politieke toneel het afgelopen jaar onmiskenbaar heeft getekend: het presidentschap van Trump. Al voordat hij president werd stelde hij dat hij de VS zou gaan “bevrijden” van de, volgens hem, jarenlange oneerlijke concurrentie door andere landen. 

In maart begon het, en sindsdien ontvouwde zich een amper te volgen verhaal van aankondigingen, intrekkingen, dreigementen en uitstel. Op 12 maart hief Trump alle uitzonderingen en vrijstellingen voor de import van staal uit de EU op. Niet lang daarna volgde de aankondiging dat ook op Europese auto’s een invoertarief van 25 procent zou gaan gelden. 

Op 2 april – door de Amerikaanse president omgedoopt tot niets minder dan “Bevrijdingsdag” – kondigde Trump een importheffing van twintig procent op álle producten uit de Europese Unie aan. Vervolgens kwam weer het nieuws dat Amerikaanse autofabrikanten hoeven tijdelijk geen heffingen meer te betalen op aluminium en staal – goed nieuws voor in Nederland gevestigde staalbedrijven.

Tegenmaatregelen

Al direct na de eerste aankondigingen verklaarde Commissievoorzitter Ursula von der Leyen dat de EU met “stevige en evenredige tegenmaatregelen” zou komen. Europa bleef echter hopen op een akkoord. Er kwam wel een lijst met mogelijke tegenheffingen, maar het besluit daarover werd in april met 90 dagen uitgesteld. Ook de VS pauzeerden vervolgens een deel van hun tarieven voor dezelfde periode – tot 9 juli dus.

Daarna bleef het lang tijd min of meer stil, al dacht men dat het vooral stilte voor de storm was. Toch volgde opnieuw meer uitstel: de ‘handelsoorlogpauze’ werd verlengd tot 1 augustus. 

Bezorgdheid

Ondertussen groeit in Europa de bezorgdheid over een mogelijk ‘asymmetrisch’ handelsakkoord, waarbij de Verenigde Staten gunstiger uit de onderhandelingen zouden komen dan de Europese Unie. Volgens de laatste berichten (van 18 juli) is Trump nu van plan een minimaal invoertarief van vijftien à twintig procent te heffen op Europese goederen. Dat is een stuk hoger dan het basistarief van tien procent waarover de EU een akkoord wil sluiten.

In mei schreef het Centraal Planbureau (CPB) overigens dat de Amerikaanse importheffingen slechts beperkte impact zouden hebben op de Nederlandse economie. Maar De Nederlandsche Bank (DNB) kwam met een somberder prognose: als de huidige Amerikaanse invoerheffingen van tien procent op buitenlandse goederen van kracht blijven, verwacht DNB dat de economische groei in Nederland terugvalt naar nul procent.

To be continued in het volgende politieke jaar.


Handelsspanningen met China

Een handelsoorlog is het weliswaar niet te noemen, maar ook de EU’s handelsrelatie met China zorgde op vele fronten voor de nodige spanningen.

Laten we beginnen bij de auto-industrie, een sector die het in Europa erg moeilijk heeft. Dat komt onder andere doordat batterijen voor elektrische auto’s uit China een stuk goedkoper zijn dan batterijen geproduceerd in Europa. Veel autoproducenten in China krijgen namelijk staatssteun, wat de EU als oneerlijke concurrentie ziet.

Het Europees Parlement waarschuwde dan ook dat, zonder aanpassing van het huidige beleid, China in 2027 de helft van de batterijen voor Europese elektrische auto’s zal produceren.

In oktober stemde het Parlement daarom in met het verhogen van de importtarieven op Chinese elektrische voertuigen. Eerder in 2024 legde de Commissie al tijdelijke importtarieven op, die inmiddels zijn verlengd tot een duur van vijf jaar. Het gaat om heffingen tussen de 7,8 en 35,3 procent. Beijing was woedend over de maatregelen: het Chinese ministerie van Handel beloofde “alle noodzakelijke maatregelen te nemen om vastberaden de legitieme rechten en belangen van Chinese bedrijven te beschermen.”

Toch bleven de Chinese automerken terrein winnen in Europa. Chinese merken leverden in mei een opvallend grote bijdrage aan de groei van de Europese markt voor elektrische voertuigen. Met ruim 65.000 verkochte auto’s – meer dan een verdubbeling ten opzichte van vorig jaar – behoren zij tot de belangrijkste aanjagers van die groei.

Exportbeperkingen grondstoffen

Een volgende flinke klap deelde Beijing in april uit, met een exportverbod op zes zeldzame aardmetalen. Dit veroorzaakte flinke onrust in de Europese industrie. China verkoopt en verwerkt al jarenlang grondstoffen onder de kostprijs om concurrenten uit de markt te drukken en heeft met staatssteun een enorme industriële capaciteit opgebouwd. Als gevolg daarvan is de EU bijvoorbeeld voor 98 procent van haar magneetvoorraad afhankelijk van China, voor 94 procent van het gallium en voor 83 procent van het germanium – mineralen die cruciaal zijn voor vele elektronische apparaten.

De exportbeperkingen raken vooral, opnieuw, de Europese auto-industrie. Moderne auto’s zitten namelijk vol met zeldzame aardmagneetjes, bijvoorbeeld in ruitenwissers, ramen, remmen en stuurmechanismen.

Maar het exportverbod raakt ook de defensiesector. Tijdens een debat in Straatsburg in juli over de EU-China-relaties stelden Europarlementariërs dat de exportbeperkingen daarom ook een veiligheidsrisico vormen, zeker gezien de oorlog in Oekraïne. Europarlementariër Bart Groothuis (VVD) zei:
“Onthoud: geen enkele geleide raket kan worden geproduceerd zonder gallium”, waarvan China nu ook de export beperkt. 

Hoewel China de exportrestricties vooral heeft ingesteld om te voorkomen dat het onbedoeld de Amerikaanse defensiesector helpt, komen ze ook goed van pas als drukmiddel in de handels- en spanningen met Europa. Zoals bijvoorbeeld in de hierboven genoemde importtarieven op Chinese auto’s. Ook wil China toegang tot de geavanceerde chipmachines van het Nederlandse ASML, die onder druk van de VS niet meer naar China mogen worden geëxporteerd.

Chinese webshops

Dan zijn er ook grote zorgen over de enorme toestroom aan producten van Chinese webshops die niet voldoen aan Europese milieu- en veiligheidseisen. Nederland wordt overspoeld met pakketjes uit China. Per dag ontvangt Nederland maar liefst 1,7 miljoen pakketjes van Chinese webwinkels.

Naast de veiligheidsrisico’s zorgen deze producten ook voor een oneerlijk speelveld voor Europese en Nederlandse ondernemers. Zij worden er namelijk wel op afgerekend als hun producten niet aan de veiligheids- en milieueisen voldoen.

Bovendien hoeft op pakketten met een waarde van minder dan 150 euro geen invoerbelasting te worden betaald. Volgens de Europese Commissie wordt bij 65 procent van deze pakketjes de waarde kunstmatig omlaag gehaald om zo importtarieven te ontwijken. Europese en Nederlandse webshops kunnen daardoor amper concurreren met de Chinese platforms en verkeren in zwaar weer.

Om de oneerlijke concurrentie van de Chinese webwinkels terug te dringen, heeft de Commissie vorig jaar een voorstel gepresenteerd waarin onder andere staat dat voortaan ook over pakketjes met een waarde minder dan 150 euro invoerbelasting moet worden betaald.

Dialoog met China

Genoeg om over te praten voor de Europese president Ursula von der Leyen en Europees Raadspresident António Costa, die later deze week een bezoek aan Chinese president Xi Jinping brengen. Von der Leyen vertelde eerder deze maand aan het Europees Parlement haar plannen voor dat bezoek: ze wil de economische relatie verbeteren door te vragen om wederkerigheid en transparantie.

Maar de vraag is of de EU überhaupt de macht heeft om zulke eisen te stellen. Groothuis wees op de “strategische wurggreep” die China over Europa heeft en drong er bij de Commissie op aan niet alleen met grote woorden naar China te gaan, maar met echte macht: “Een deal sluiten? Het beest voeden zal het niet kalmeren. Gebruik de economische hefboom van de EU. Zet alle middelen in, sluit de markt indien nodig, leg exportcontroles op, sanctioneer Chinese banken die de agressie van Moskou financieren”, aldus Groothuis. 


Abonneer je hier op onze nieuwsbrief van economie tot euro