Mohamed Chahim (PvdA) blikt vooruit op de klimaattop

Over een kleine week zakken beleidsmakers van over de hele wereld af naar Egypte om het bij de COP27-conferentie over klimaatverandering te hebben. Europarlementariër Mohammed Chahim (PvdA) vertegenwoordigt daar het Europees Parlement.

3 min. leestijd

Hij heeft al een paar edities achter de rug, eerst als wetenschapper en dan als Europarlementariër, maar toch staat Chahim te popelen om weer aan de klimaattop van de Verenigde Naties (COP27) deel te nemen. Het mandaat dat hij meekrijgt van het Europees Parlement is dan ook ambitieus. “De tijd begint echt te dringen: het is nu of nooit”, vertelt hij.

Solidariteit

Het cruciale thema van deze klimaattop volgens Chahim: “verlies en schade”. Meer dan 90 procent van de CO2 -uitstoot uit de afgelopen eeuw is namelijk afkomstig van de kleine groep rijke industriële landen. Toch moeten ontwikkelingslanden mee opdraaien voor de kosten die de klimaatproblematiek met zich meebrengt. Omdat zij dat niet terecht vinden, vragen zij om schadevergoeding.

Maar Chahim bekritiseert de manier waarop er nu naar dat “verlies- en schadedossier” wordt gekeken. “Heel concreet vaststellen wie voor welke klimaatschade verantwoordelijk is, blijft enorm ingewikkeld. Daarbij zou je moeten gaan kijken wat nu juist door uitstoot komt en wat veroorzaakt is door lokaal slecht beheer van bijvoorbeeld de plaatselijke natuur.” Chahim legt uit dat dat als “een verzekeringsagent” gaan uitpluizen onbegonnen werk is.

De Brabantse Europarlementariër ziet veel meer in het afsluiten van energieakkoorden met niet-EU-landen. “Veel landen, zoals bijvoorbeeld Marokko, hebben een gigantisch potentieel voor het opwekken van duurzame energie. Als we in Europa onze energie willen vergroenen, kunnen we best ook een deel van die energie overkopen,” legt hij uit. “Op die manier samenwerken, is een win-winsituatie. Zij gaan er financieel op vooruit en wij krijgen schone energie.” Volgens Chahim is dat een veel doeltreffendere manier om de lasten en lusten te verdelen dan simpelweg klimaatschade te vergoeden.

Toch hebben de industrielanden al een klimaatfonds opgericht van 100 miljard dollar waaruit ontwikkelingslanden een vergoeding kunnen krijgen. “Maar als je echt alle klimaatschade daarmee wil vergoeden, zou dat fonds eigenlijk tien keer zo groot moeten zijn. En dat zie ik niet gebeuren,” aldus Chahim.

Grensbelasting over uitstoot

Een ander dossier waar Chahim tijdens de klimaattop mee aan de slag wil, is de Europese grensbelasting op CO2-uitstoot. Het idee is dat niet-EU-bedrijven die producten naar de Europese Unie willen exporteren, moeten betalen voor de CO2 die is vrijgekomen bij het maken van die goederen. “Ik vermoed dat dit vooral in de wandelgangen een belangrijk onderwerp zal zijn”, vertelt hij.

Cruciaal om dat plan erdoor te krijgen, is dat de Wereldhandelsorganisatie haar regels over staatssteun herziet. Wanneer bedrijven van buiten de EU een heffing moeten betalen die Europese producenten niet moeten betalen, kan dit namelijk als een oneerlijk voordeel voor Europese bedrijven worden beschouwd. “Daarom is het zo belangrijk dat we onze eigen bedrijven op een gelijkaardig manier op hun uitstoot belasten”, aldus Chahim.

Op de vraag van Brusselse Nieuwe of die herziening van de staatssteunregels er wel snel genoeg gaat komen, reageert Chahim nuchter: “Als we duidelijk kunnen maken dat onze plannen echt bijdragen tot verduurzaming, en geen verkapte staatssteun zijn, zullen we wel op begrip bij andere landen kunnen rekenen.” Het Amerikaanse systeem waarbij enkel producenten uit eigen land groene subsidies krijgen, is volgens Chahim dan ook een duidelijk voorbeeld van hoe het niet moet: “Zij hebben gewoon gezegd: “Wij hebben schijt aan de staatssteunregels. Als we dat in Europa voorzichtiger aanpakken dan zij, zie ik het wel goed komen.”

Het gras is altijd groener bij de buren.
Verken je horizon en ga ook eens vissen in een andere vijver!

Word lid Meer informatie