Voorbeeld – Nieuwsbrief klimaat & energie – vrijdag 20 maart 2026

Welkom bij een nieuwe editie van de Nieuwsbrief Klimaat en Energie. Donderdag 19 maart, bij de Europese top in Brussel probeerden de regeringsleiders van 27 lidstaten die van één lidstaat te overtuigen. Maar de Hongaarse premier Viktor Orbán zwichtte niet: hij wil eerst olie zien voordat hij denkt aan het steunen van Oekraïne.
De gesprekken over de concurrentiepositie van de Europese industrie raakten daardoor enigszins ondergesneeuwd, want ook de energieprijzen stonden hoog op de agenda. Regeringsleiders reisden af naar Brussel in de hoop dat Europa iets aan die prijzen gaat doen. Tevergeefs voorlopig: het emissiehandelssysteem blijft voor nu overeind en de bevoegdheid om meer ruimte te creëren in de portemonnee van de burgers ligt in veel gevallen bij de lidstaten zelf. Een beetje een anticlimax dus.
Eerder deze week gebeurde er misschien nog wel iets belangrijkers. Minister van Klimaat Stientje van Veldhoven was voor het eerst in Brussel in haar nieuwe rol en kon meteen aan de bak. In een gesprek met haar collega’s over de Europese droom van het beter verbinden van het elektriciteitsnet liepen de gemoederen hoog op.
Verder was er in de Tweede Kamer een rondetafelgesprek over kernenergie en stuurden 117 economen een waarschuwing naar het kabinet: het heeft geen zin om Tata Steel te steunen. Maar klopt dat eigenlijk wel?
Mijn naam is Sander van Vliet en ik neem je allereerst mee naar donderdagavond.

Lidstaten mopperen, maar aan ETS wordt niet direct gesleuteld
“Wat we vandaag hebben geconcludeerd is dat het ETS-systeem de basis moet zijn van de industriepolitiek. Omdat het lange termijn voorspelbaarheid geeft, juist ook aan chemiebedrijven en industriebedrijven die innoveren en investeren.” Met die woorden verdedigde minister-president Rob Jetten het Europese emissiehandelssysteem na afloop van zijn eerste Europese top.
De discussie over dat systeem hing boven de hele top van gisteren. Aan het emissiehandelssysteem werd uiteindelijk niets aangepast, maar duidelijk is dat verschillende lidstaten flink mopperden over de hoge energieprijzen door de oorlog in Iran en de kosten die het systeem met zich meebrengt.
Wat is het ETS?
Het emissiehandelssysteem (ETS) werkt als volgt: bedrijven die CO2 uitstoten – denk aan staalfabrieken, chemieconcerns en energiecentrales – moeten daarvoor betalen. Ze kopen emissierechten op een Europese markt. Elk jaar zijn er iets minder rechten beschikbaar, waardoor uitstoten geleidelijk duurder wordt.
Het idee: duurzame alternatieven worden zo vanzelf aantrekkelijker. De keerzijde is dat het gebruik van fossiele brandstoffen duurder wordt, en dat voelen energie-intensieve bedrijven hard, zeker nu de energieprijzen al oplopen door de oorlog in het Midden-Oosten.
Wat lag er op tafel?
Voorafgaand aan de top stuurde Commissievoorzitter Ursula von der Leyen een brief aan de regeringsleiders. Ze verdedigde het systeem als een bewezen instrument om de industrie te verduurzamen, maar kondigde ook aanpassingen aan. Zo werkt de Commissie aan nieuwe benchmarks: de normen die bepalen hoeveel gratis rechten bedrijven krijgen die al relatief schoon produceren.
Daarnaast wil ze de zogeheten marktstabiliteitsreserve versterken. Dat is een mechanisme dat automatisch rechten uit de markt haalt als er te veel zijn, om zo prijsschommelingen te voorkomen. Ook moeten de opbrengsten van het ETS direct terugstromen naar bedrijven die willen verduurzamen, wat nu in veel gevallen nog niet gebeurt.
Tijdens de top vroegen de regeringsleiders de Commissie om uiterlijk in juli 2026 met een herziening van het ETS te komen, met als doel de instabliteit van de prijs te verminderen.
Oplossing binnen het systeem
Minister van Klimaat en Groene Groei Stientje van Veldhoven wees er voorafgaand aan de top op dat de Commissie vooral zoekt naar hoe ze het bestaande systeem beter kan benutten, niet naar een fundamentele herziening. Ze wees er ook op dat de energieprijzen nu, hoe hoog ook, nog niet het niveau haalden van de energiecrisis in 2022.
De discussie gaat deels over de gratis emissierechten die bedrijven nu nog ontvangen: moeten die langer beschikbaar blijven, nu de investeringsdruk zo hoog is? Volgens Van Veldhoven moet de oplossing breed worden gezocht, dus ook kijken andere kostencomponenten zoals de energiebelasting of de nettarieven, voordat er meteen aan het ETS wordt gesleuteld.
Jetten onderschreef die lijn na afloop van de top. “Hoe minder je nog verslaafd bent aan fossiele energie die je moet importeren van buiten Europa, hoe minder je ook geraakt kan worden door schommelingen op de wereldmarkt.”

Internationaal Energieagentschap waarschuwt voor wereldwijde energiecrisis
Het Internationaal Energieagentschap (IEA) sloeg vandaag, een dag na de EU-top, waar vooral werd gesproken over energieprijzen, alarm: de oorlog in het Midden-Oosten veroorzaakt een zo omvangrijke energiecrisis dat overheden en burgers wereldwijd zuinig moeten zijn met energie. Het advies: werk zoveel mogelijk thuis, rij langzamer, beperk het aantal auto’s op de weg.
Voor Nederland zijn deze adviezen voorlopig niet aan de orde, zo maakten de ministers duidelijk voorafgaand aan de ministerraad vandaag. “Mensen moeten vooral zelf weten waar ze werken en hoe ze werken, samen met hun werkgever”, zei minister van Werk Thierry Aartsen bijvoorbeeld. “Lijkt me heel slecht als wij ons daarmee gaan bemoeien.” Volgens de minister gelden de adviezen van het IEA voor situaties met nijpende tekorten, en dat is in Nederland niet het geval.
Tijdelijke maatregelen
Die voorzichtigheid sluit aan bij wat minister-president Rob Jetten gisteren op de Europese top afsprak. De regeringsleiders kwamen overeen dat lidstaten de ruimte krijgen om tijdelijke en gerichte nationale maatregelen te nemen, maar elk land bepaalt zelf wat het doet. “We hebben eigenlijk in een maand tijd besloten welke mogelijkheden er zijn, wat landen mogen doen, zonder dat de Europese Commissie die landen dan op de vingers tikt”, aldus Jetten.
Tegelijk waarschuwt hij voor overhaast ingrijpen. “Ik denk dat alle lidstaten graag willen kijken de komende dagen en weken hoe die oorlog zich verder ontwikkelt, wat dan ook de impact is voor de prijs aan de pomp en voor de energierekening thuis, zodat je in één keer de goede maatregelen kan treffen en niet nu overhaast dingen doet waar je later even veel spijt van krijgt omdat je de verkeerde mensen helpt.”
De Europese Commissie krijgt ondertussen de opdracht om snel een pakket tijdelijke maatregelen te presenteren om de prijsstijgingen aan te pakken. Dit geldt voor zowel fossiele brandstoffen als voor elektriciteit. Jetten ziet daarin ook een opdracht om minder afhankelijk te zijn van fossiele energie.

Europese droom van het delen van stroom nog ver weg
Op een warme zomerdag in Spanje schijnt de zon heel fel. De zonneparken produceren op dat moment meer stroom dan het land kan gebruiken. Tegelijkertijd steekt er een harde wind op op de Noordzee waardoor de wieken van de windmolens goed tekeer gaan. Ook Nederland produceert op dat moment meer stroom dan dat het in het binnenland kwijt kan. Het ideaalbeeld van de Europese energietransitie is dan simpel: deel die overschotten aan stroom met de rest van Europa. Dan is er goedkope stroom en groene energie voor iedereen. Die droom bestaat al decennialang. Toch komt het tot nu toe niet van de grond. Tijdens een vergadering van ministers van Klimaat en Energie in Brussel werd afgelopen week duidelijk waarom die droom zo moeilijk te realiseren is.
Eerlijk delen
In Spanje is het al geen droom meer. Eerder een nachtmerrie. Het land heeft de afgelopen jaren veel wind- en zonneparken gebouwd waardoor er file ontstaat op het elektriciteitsnet. In juli 2025 kon meer dan elf procent van de geproduceerde stroom nergens naartoe, waardoor zonneparken en windparken werden uitgezet op de zonnigste uren van de dag.
Dat is geen Spaans probleem. Ook in Nederland staan windmolens wel eens uit. En in de rest van Europa ook. Volgens onderzoeksbureau Aurora Energy Research kost het afschakelen van die wind- en zonneparken Europa jaarlijks 8,9 miljard euro, inclusief de vergoedingen die de parken ontvangen omdat ze noodgedwongen niets produceerden.. En de vraag naar stroom is er wel degelijk: zo staat er door heel Europa bedrijven en huishoudens te springen om een aansluiting op het stroomnet.
Obstakels
Het moet dus efficiënter kunnen, maar er zijn een aantal grote obstakels om dat te realiseren. Deze obstakels liggen vooral bij het stroomnet zelf. Niet alleen duurt het tien tot zeventien jaar om een nieuwe verbinding op het hoogspanningsnet aan te leggen, ook is er een tekort aan verbindingen tussen lidstaten onderling. De doelstelling voor 2030 is dat elk land voldoende kabels heeft om vijftien procent van zijn eigen opgewekte stroom naar het buitenland te kunnen sturen. Maar die doelstelling haalt bijna niemand.
Er moeten dus kabels bij. De Commissie presenteerde in december een pakket aan maatregelen om de uitbreiding van het elektriciteitsnet te versnellen. De vergunningen moeten sneller worden verleend. En obstakels zoals stikstof mogen de bouw niet belemmeren. In de plannen staat ook dat de kosten van het aanleggen van die nieuwe kabels eerlijk worden gedeeld tussen de landen.
Verhit debat
Afgelopen week vergaderden de ministers hier voor het eerst over en dat leverde meteen spanning op. De Zweedse minister van Energie Ebba Busch nam het woord en zei meteen wat ze van plan was: “In Zweden hebben we een gezegde: duktig flicka – het brave meisje. Welnu, het brave meisje staat op het punt om stout te worden.”
Ze vertelde dat Zweden heeft gedaan wat de EU eigenlijk van alle lidstaten vraagt: het land heeft zijn elektriciteitsnet opgesplitst in vier interne prijszones, van noord naar zuid. Dat systeem zorgt ervoor dat als er in het noorden meer stroom is dan het net aankan, de prijs in het noorden daalt en die in het zuiden stijgt. Het prijsverschil levert de Zweedse netbeheerder geld op – zogeheten congestieopbrengsten. Vorig jaar incasseerde die netbeheerder maar liefst drie miljard euro aan dergelijke opbrengsten.
En precies daar zit het probleem. In het pakket aan maatregelen stelt de Commissie voor dat netbeheerders 25 procent van die congestieopbrengsten moeten afdragen aan een Europese pot, bestemd voor grensoverschrijdende verbindingen. Voor Zweden betekent dat: meer dan 700 miljoen euro per jaar gaat niet langer naar het eigen net, maar naar infrastructuurprojecten elders in Europa.
Beste jongetje van de klas
“Het is onacceptabel dat landen die een voortrekkersrol hebben, hiervoor worden gestraft”, zei Busch. Ze wees erop dat driekwart van de Zweedse congestieopbrengsten afkomstig is van interne knelpunten – niet van handel met het buitenland. En dat Duitsland, de grootste economie van de EU, zijn elektriciteitsnet helemaal niet heeft opgesplitst in prijszones, en dus ook geen congestieopbrengsten afdraagt. Bovendien stijgt de elektriciteitsprijs in het Zuid-Zweden juist doordat het land zijn goedkope groene stroom deelt met het buitenland. De prijs voor stroom in het buitenland ligt namelijk hoger, daarmee wordt de stroom voor de inwoners van Zweden automatisch duurder.
Als dit niet wordt aangepast in de wet, zei Busch vergaande maatregelen te overwegen zoals het beperken van de internationale verbindingen van het elektriciteitsnet. “Wij zijn altijd het beste jongetje van de klas geweest. Wij zijn bijna volledig af van fossiel opgewekte stroom en daarvoor worden we nu gestraft. Dat kan niet zo zijn.”
Nederland
Na afloop van het overleg van ministers stond de minister van Klimaat Stientje van Veldhoven de pers te woord. Het was haar eerste optreden in Brussel in haar nieuwe rol. Direct kreeg ze vragen over het vurige betoog van Zweden. “Als je veel geïnvesteerd hebt in hernieuwbaar en je deelt die stroom met andere landen, terwijl die andere landen die investeringen niet gedaan hebben – dan is het logisch dat je zegt: laten we dit eerlijk doen”, zei ze.
De situatie in Nederland is wel anders dan die in Zweden. Zweden produceert nagenoeg fossielvrije stroom en exporteert deze groene stroom structureel. Nederland leunt op haar beurt nog voor ruim 40 procent op fossiele brandstoffen, met name gas, voor het opwekken van elektriciteit – vooral op momenten waarop de wind niet waait of de zon niet schijnt. Als dat laatste wel het geval is, exporteert Nederland wel stroom naar het buitenland.
In Nederland speelt bovendien een ander probleem: het elektriciteitsnet is overvol waardoor bedrijven wachten op een aansluiting. Toch sloot Van Veldhoven zich aan bij het Zweedse principe: wie vroeg heeft geïnvesteerd in schone energie mag daar niet voor worden gestraft als de rekening wordt verdeeld.
Aanpassingen
Eurocommissaris voor Energie Dan Jørgensen kon het betoog van de Zweedse minister ook onmogelijk negeren. Hij benadrukte dat hij met de lidstaten in gesprek gaat over de opbrengsten van netcongestie en het afdragen daarvan aan de Europese Unie. Een overweging zou zijn dat de interne congestieopbrengsten niet afgedragen hoeven worden – wat in het geval van Zweden 75 procent van de inkomsten is.
Een akkoord op de korte termijn wordt niet verwacht: de onderhandelingen over het pakket lopen naar verwachting door tot eind 2026 of begin 2027. Tot die tijd gaan zon- en windparken in Europa, en Nederland, uit op het moment dat de vraag naar elektriciteit lager is dan het aanbod.

Tweede Kamer bespreekt nieuwe vormen van kernenergie
Door: Britt Duijzer.
Hoe wordt Europa minder afhankelijk van andere landen voor de energietoevoer? Volgens Commissievoorzitter Ursula von der Leyen is kernenergie een belangrijke oplossing. De Europese Commissie trekt daarom 200 miljoen euro extra uit om kleine modulaire kernreactoren (SMR) te ontwikkelen. “Een druppel op een gloeiende plaat”, aldus professor Jan Leen Kloosterman van de TU Delft. “Er is veel meer nodig.”
In het rondetafelgesprek in de Tweede Kamer breken vrijwel alle aanwezige deskundigen en ondernemers een lans voor meer investeringen in de kernreactoren. “De Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en China versnellen hun SMR-ontwikkelingen”, vertelt Stephanie Heerma van het maritiem bedrijf Allseas. “Nederland loopt achter.” Dat is volgens haar zonde, omdat Nederland nu nog een unieke positie bezit binnen de SMR-technologie.
Klimaatfonds
Als Kamerlid Felix Klos (D66) vraagt wat die positie dan zo bijzonder maakt, legt Kloosterman uit dat Nederlandse ondernemers zich specialiseren in geavanceerde SMR’s met koeling op basis van gesmolten zout. Vergeleken met de reguliere reactoren met lichtwaterkoeling, ontwikkelen deze systemen veel hogere temperaturen en minder afval. Bovendien zijn ze door het kleine formaat efficiënt te fabriceren. Maar, waarschuwt Kloosterman, ook in Shanghai wordt grootschalig onderzoek gedaan naar gesmoltenzoutreactoren. “Dat verontrust mij zeer. Europa dreigt zijn positie te verliezen.”
Daarom zijn er volgens de deskundigen – naast de al bestaande miljoenen euro’s subsidie vanuit Nederland en Europa – extra investeringen nodig. De bedrijven vragen om meer middelen uit het Klimaatfonds, waarin al 13,5 miljard euro is gereserveerd voor nucleair onderzoek, de bouw van vier kerncentrales en de ontwikkeling van SMR’s.
Ook ondernemers op het gebied van nucleaire energie Allseas en Thorizon zien die financiële ondersteuning wel zitten. Om SMR’s sneller te kunnen ontwikkelen, pleiten zij onder meer voor een versnelling van het vergunningstraject en centrale coördinatie. “We hebben een ambitieuze planning”, vertelt Kiki Lauwers namens Thorizon. “In 2028 willen we een demonstratiereactor bouwen en als dat lukt in 2032 een commerciële.”
Tabakslobby 3.0
TU Delft, NSG Pallas, Thorizon en Allseas werken nauw samen op het gebied van nucleaire innovatie. De enige kritische noten in het rondetafelgesprek kwamen van Jan Haverkamp, kennisexpert op het gebied van nucleaire energie en energiebeleid voor Greenpeace en WISE.
“Dit is de tabakslobby 3.0”, stelt hij. “De SMR-industrie bestaat uit weinig realiteit: het is te duur, levert weinig op en verhelpt de fundamentele problemen van kernenergie niet.” Bovendien zijn de geschetste kostenplaatjes en tijdspaden volgens hem veel te ambitieus. “Ik ben niet tegen onderzoek naar kernenergie, maar financier de SMR’s dan vanuit onderzoeksgelden. Niet met het Klimaatfonds.”
Haverkamp wil dat dit geld wordt geïnvesteerd in de huidige uitdagingen rondom duurzaam energieverbruik en netcongestie. De SMR-markt bestaat uit talloze bedrijven, waar er volgens hem wereldwijd maar een handvol van overblijven. “Als ik kijk naar het stadium waar Thorizon en Allseas zijn, dan denk ik dat ze tot de afbreukgroep behoren. Als je het geld daarin zet, dan is het weg.”

Kort nieuws
*** 117 economen riepen het kabinet vorige week op om de geplande subsidie van twee miljard euro voor de verduurzaming van Tata Steel niet te verstrekken. De energie in Nederland is structureel duurder dan elders in Europa, zo stellen ze. Staalproductie hoort dus ergens anders te gebeuren.
Maar klopt dat eigenlijk wel? Energeia sprak met een aantal energie-economen en onderzoekers die de brief niet hebben ondertekend. Die plaatsen flinke vraagtekens bij de conclusies. Want zijn de energieprijzen in Nederland echt structureel hoger dan elders? En zelfs als dat zo is: betekent dat dan automatisch dat een staalfabriek beter ergens anders kan staan? Lees het volledige stuk op Energeia.nl.
Hoe voldoet Europa aan de energievraag ten midden van alle huidige geopolitieke spanningen?
Volg de Brusselse avonturen van het nieuwe kabinet en de Nederlandse Eurocommissaris Wopke Hoekstra (Klimaat & Schone groei). Elke twee weken ontvang je van onze eindredacteur Sander van Vliet een overzicht van de ontwikkelingen in Nederland en Brussel op dit terrein.
Voor 6,25 euro per maand heb je al een abonnement.
Mocht het toch niet je ding zijn: direct opzegbaar!
Neem hier een abonnement op onze nieuwsbrief klimaat & energie!
