Acht Nederlandse Partijen in Vier Europese Fracties

Door Yves Lacroix

De nieuwe volksvertegenwoordigers die door de Nederlandse kiezers naar het Binnenhof zijn gestuurd, kunnen op 31 maart hun plekje innemen in de grote vergaderzaal van de Tweede Kamer. Hun partijen zijn veelal ook vertegenwoordigd in het Europees Parlement. En soms zitten partijen die in de Tweede Kamer verre van vrienden zijn, in één en dezelfde Europese fractie.

De fracties in het Europees Parlement (ook wel groepen genoemd) bestaan uit volksvertegenwoordigers uit verschillende EU-landen maar van eenzelfde politieke richting. En net als in de Tweede Kamer stemmen zij grotendeels langs fractielijnen. Met 15 partijen in de Tweede Kamer en maar zeven groepen in het Europees Parlement levert dat soms opmerkelijke situaties op.

CDA en CU

De Nederlandse delegatie in de Europese Volkspartij (EVP), bijvoorbeeld, heeft de laatste jaren behoorlijk wat verandering doorgemaakt. Terwijl  de EVP voor de Europese verkiezingen van 2019 alleen Europarlementariërs huisvestte van het CDA, heeft het nu ook een lid van de ChristenUnie (CU) in haar gelederen. Voor een korte tijd zat zelfs Europarlementariër Toine Manders namens 50plus bij de groep maar deze besloot zich, na ruzie binnen zijn partij, toch bij het CDA aan te sluiten.

De groep, waar tot voor kort ook Viktor Orbáns Hongaarse regeringspartij toe behoorde, bestaat uit voornamelijk Christen-democratische partijen uit heel Europa en is met 175 zetels de grootste fractie in het Europees Parlement. Ook de Duitse Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, komt bij de EVP vandaan.

De ChristenUnie lijkt, vergeleken met het CDA, een buitenbeentje te zijn binnen de fractie. Waar CDA’ers in het Europees Parlement gemiddeld 95% met de lijn van hun Europese groep meestemmen, doet CU Europarlementariër Peter van Dalen dat maar in 76% van de gevallen. Toch voelt de ChristenUnie zich thuis bij de EVP. ‘Dit is de fractie die het dichtste bij onze christelijke idealen komt’ zegt Van Dalen. Dit betekent volgens hem niet dat ze ook altijd hetzelfde moeten stemmen. ‘Bij sommige onderwerpen zoals het klimaat en de betekenis van mensenrechten bij handelsverdragen, stemmen we anders.’

De ChristenUnie, die tijdens de Europese verkiezingen één lijst vormde met de SGP, is nieuw bij de Europese Volkspartij. Waar de CU en de SGP voorheen samen deel uitmaakten van de Europese Conservatieven en Hervormers (ECH), besloot de ChristenUnie zich aan te sluiten bij de EVP toen bleek dat ook Forum voor Democratie zich bij de conservatieven zou voegen. ‘De ECH is onder leiding van het Poolse PiS in voluit rechts vaarwater gekomen waar een anti-Europese houding en een negatieve kijk op bijvoorbeeld de Europese klimaatpolitiek en het corona-herstelfonds overheerst. We hebben weloverwogen het besluit genomen naar de EVP te gaan.’, zegt Van Dalen.

VVD en D66

D66 en de VVD zitten op Europees niveau in dezelfde groep: Renew Europe. Terwijl de twee partijen volgens partijgedrag.nl maar in 66% van de gevallen hetzelfde stemmen in de Tweede Kamer lijken ze op Europees niveau dichter bij elkaar te liggen. Waar de twee Europarlementariërs van D66 in 94% van de stemrondes langs de Europese groepslijn stemmen, doen de vijf VVD’ers in het Europees Parlement dat gemiddeld in 89% van de gevallen.

Volgens Stefan de Koning, woordvoerder van D66-Europarlementariër Sophie in ‘t Veld, komt dat vooral door het verschil tussen de groepsdiscipline in het Europees Parlement en het regeerakkoord. ‘Alles dat bijvoorbeeld niet meegenomen is in het regeerakkoord geeft ruimte om anders te stemmen dan de VVD. Binnen de groep is dat heel anders’. Het verschil in groepsdiscipline (D66 94% en de VVD 89%)  lijkt klein, maar wordt door Renew toch als groot ervaren, zegt De Koning. ‘Je ziet dat D66 een stuk comfortabeler bij de groep past dan de VVD.’

Renew Europe, voorheen de Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa (ALDE), is met 98 zetels de derde groep in het Europees parlement. De groep bestaat voornamelijk uit Europese liberale partijen als het Duitse FDP en het Franse En Marche van Macron en vaart over het algemeen een pro-Europese koers.

In tegenstelling tot de samenstelling van het Nederlandse contingent in de Europese Volkspartij is de situatie voor de Nederlandse Europarlementariërs in Renew Europe weinig veranderd. Al sinds de derde Europese Parlementsverkiezingen van 1998 zitten de VVD en D66 samen.

JA21 en SGP

Hoewel de ChristenUnie besloot de groep van Europese Conservatieven en Hervormers (ECH) te verlaten toen Forum voor Democratie toegelaten werd, besloot de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP), die tijdens de Europese verkiezingen van 2019 een lijst deelde met CU, wel bij de groep te blijven. Inmiddels hebben de Europarlementariërs die namens Forum voor Democratie een zetel in het Europees Parlement hadden bemachtigd, zich bij het nieuwe JA21 gevoegd. FvD verliest daarmee haar vertegenwoordiging in het Europees Parlement terwijl JA21 na hun eerste Nederlandse verkiezingen direct een Europese delegatie heeft.

De eurosceptische groep bestaat uit verschillende conservatieve partijen uit Europa. Zo is de groep het thuis van de Belgische Nieuw-Vlaamse Alliantie (NVA) en huisvestte het, voor het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU, ook de Britse  conservatieven van Boris Johnson. Met 63 zetels is het de op één na kleinste fractie in het Europees Parlement.

De groepsdiscipline lijkt voor de Nederlandse delegatie binnen het ECH minder belangrijk te zijn dan in andere Europese groepen. SGP-Europarlementariër Bert-jan Ruissen stemt in 78% van de stemmingen mee met de algemene fractielijn. De drie Europarlementariërs van JA21 hechten nog minder belang aan de fractiediscipline. Slechts in 55% van de gevallen brachten ze dezelfde stem uit als hun groep. Dat is volgens Europarlementariër Rob Roos niks negatiefs. ‘Wat wij als Europarlementariërs van JA21 vinden staat voorop, en niet een Europese partijpolitieke lijn. Onze kiezers mogen dat ook van ons verwachten. Een term als ‘partijdiscipline’ heeft een hoog anti-democratisch gehalte, en die is ons dan ook vreemd. Veel collega-Europarlementariërs doen hun werk met handboeien om. Natuurlijk zijn er kaders, maar we delen met de andere partijen in de ECH Groep de systeemkritiek op het functioneren van de EU en de wens tot hervorming. Binnen dat Eurosceptische raamwerk zijn veel gradaties mogelijk. Gelukkig maar.’

Groenlinks en Volt

Ook Groenlinks en het nieuwe Volt delen een Europese fractie. Hoewel Volt Nederland geen zetels behaald heeft in het Europees Parlement, is er wel een Duitse Volt-Europarlementarier, Damian Boeselager, en is Volt Nederland nauw betrokken bij haar Europese partij. Tijdens de Europese verkiezingen voerden de verschillende landelijke partijen van Volt campagne met eenzelfde basisprogramma in zeven verschillende landen.

GroenLinks en Volt zijn aangesloten bij de Groenen/Europese Vrije Alliantie (Groenen/EVA). De groep is met 73 zetels een van de kleinere fracties in het Europees parlement en vaart een pro-Europese en progressieve koers. Naast Groenlinks en de Duitse Volt- Europarlementariër Boeselager is de groep onder andere het thuis van de Die Grünen uit Duitsland en Oostenrijk, het Belgische Groen en Ecolo, de Ierse Green Party en de pro-onafhankelijkheidspartij Catalaans Republikeins Links.

Terwijl GroenLinks al sinds de Europese verkiezingen van 1999 deel uitmaakt van de groep is Volt een nieuweling. In eerste instantie hoopte de Europese partij genoeg zetels te behalen om haar eigen Europese fractie op te richten. De partij hield een interne peiling waarin leden uit heel Europa konden kiezen tussen Renew Europe (toenmalig ALDE), Groenen/EVA of  om  door te gaan als onafhankelijke partij. Uiteindelijk koos Volt ervoor zich aan te sluiten bij de Groenen vanwege de minder hiërarchische groepsstructuur en lagere groepsdiscipline.

Achteraf lijkt groepsdiscipline geen kwestie te zijn. De drie Europarlementariërs van Groenlinks en Volt Duitsland Europarlementariër Boeselager stemmen alle vier, in 99% van de gevallen, volgens de fractielijn.

PvdA

Slechts drie Nederlandse partijen delen hun Europese groep niet met een andere Nederlandse partij. Een daarvan is de Partij van de Arbeid (PvdA), die met een delegatie van zes Europarlementariërs bij de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten (S&D) zit. Met 145 zetels is de S&D de op een na grootste groep in het Europees parlement. De Nederlandse sociaaldemocraten zitten al sinds de eerste verkiezingen in 1979 in dezelfde fractie en de huidige Nederlandse delegatie voor de PvdA stemt in 96.1% van de stemmingen volgens de partijlijn.

PVV

Ook de Partij van de Vrijheid (PVV) deelt haar fractie met geen andere Nederlandse partij. De PVV heeft sinds 2009 een delegatie in het Europees Parlement. Waar het toen nog als onafhankelijke groep door het leven ging, heeft de PVV zich inmiddels aangesloten bij de rechts-eurosceptische groep Identiteit en Democratie (ID).

In eerste instantie wist de PVV niet genoeg stemmen te behalen om een zetel te bemachtigen tijdens de Europese verkiezingen van 2019. Maar door de herverdeling van zetels na het vertrek van het Verenigd Koninkrijk kreeg Nederland er een paar zetels bij en mocht Marcel de Graaff toch plaatsnemen in de plenaire zaal, waar hij maar in 51% van de gevallen volgens de partijlijn stemde.

PvdD

Anja Hazekamp van de Partij voor de Dieren (PvdD) daarentegen stemt aanzienlijk vaker mee met haar Europese fractiegenoten. In 84% van de gevallen stemde ze mee met de lijn van de euro-kritische linkse groep Unitair Links / Noords Groen Links (GUE/NGL). De groep, bestaande uit socialistische en communistische partijen uit Europa, is de kleinste in het Europees Parlement met 39 zetels.

De Partij voor de Dieren hoeft de groep pas voor kort niet meer te delen met een andere Nederlandse partij. Al sinds 1999 maakte de Socialistische Partij (SP) deel uit van de groep, en zat tijdens de termijn van 2014 tot 2019  samen met de PvdD in de Nederlandse delegatie van GUE/NGL. De SP wist in de laatste Europese verkiezingen echter geen zetel te behalen in het Europees Parlement.

Voor een nationale partij is het voordelig om zich aan te sluiten bij gelijkgezinden uit andere EU-landen en met hen een fractie te vormen. Zonder groep maakt een partij minder kans op invloedrijke posities binnen het Europees Parlement, krijgt minder financiering en heeft minder spreektijd.